Schenk minder aandacht aan die kredietbeoordelaars

De Europese Unie wil een eigen kredietbeoordelaar. Ze wantrouwt Amerikaanse ratingbureaus zoals Moody’s. Dit plan zal niet werken, oordeelt Jan van der Bij.

De wereld kent drie grote kredietbeoordelaars – Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch Ratings. Zij zijn verwikkeld in een machtsstrijd met de Europese Unie. Elke dag halen ze de voorpagina’s met het verlagen van de ratings van landen die te kampen hebben met budgettaire problemen. Europees Commissaris Michel Barnier (Interne Markt) zei op 10 juli, na de verlaging van de rating voor Portugal, dat kredietbeoordelaars zich niet moeten uitspreken over eurolanden die een beroep hebben gedaan op het noodfonds voor de euro. Twee dagen na deze oproep verlaagde Moody’s de rating voor Ierland.

De kredietbeoordelaars en de Europese Unie blijven op ramkoers liggen. Hiervoor zijn twee hoofdredenen – een andere visie op de financiële markten en een diep geworteld wantrouwen over de motieven van de kredietbeoordelaars.

Allereerst die andere visie. Europese regeringsleiders proberen tijd te winnen door de leningen van Griekenland ‘door te rollen’. Dit betekent dat de aflopende leningen tegen gunstige condities worden omgezet in nieuwe leningen, door dezelfde beleggers die al Griekse staatsobligaties in hun bezit hebben. Standard & Poor’s was er evenwel als de kippen bij om te waarschuwen dat de beoogde ruiloperatie door hen zou worden opgevat als een Griekse wanbetaling. Als de kredietbeoordelaar over een wanbetaling spreekt, zijn ook de doorgerolde leningen praktisch waardeloos geworden.

Ook de recente verlaging van de ratings van Portugal en Ierland hebben alles te maken met de scepsis van de kredietbeoordelaars over dit doorrollen van leningen. De grote Europese banken zullen naar de mening van de kredietbeoordelaars op korte termijn bezwijken onder de politieke druk, maar op lange termijn zullen investeerders geen leningen meer willen verstrekken aan landen als Portugal en Ierland. Het is immers maar de vraag of je daar ooit nog van afkomt. Hierdoor kunnen Portugal en Ierland volgens de kredietbeoordelaars in de toekomst niet meer terecht op de kapitaalmarkten, om nog maar te zwijgen over Griekenland.

Behalve deze uiteenlopende visies is er ook sprake van een diep wantrouwen. Zo merkte voorzitter Barroso van de Europese Commissie op dat het vreemd is dat er geen kredietbeoordelaars uit Europa komen. Hij sprak van anti-Europese vooringenomenheid. Overigens heeft Barroso niet helemaal gelijk als hij stelt dat er geen Europese kredietbeoordelaar actief is op de markt. Fitch Ratings is voor 60 procent in handen van de Fransman Marc Ladreit de Lacharrière. Dat de bekende belegger Warren Buffet een groot belang in het aanzienlijk grotere Moody’s heeft, maakt blijkbaar meer indruk. De Europese Commissie vreest dat Angelsaksische kredietbeoordelaars de Europese financiële markten willen ontwrichten vanwege duistere speculatieve en politieke motieven.

De Europese Commissie buigt zich over maatregelen om de kredietbeoordelaars aan banden te leggen. Dit betreft het aanscherpen van de gedragsregels, het openbaar moeten maken van de rapporten die ten grondslag liggen aan een verlaging van een rating, het oprichten van een onafhankelijk Europese kredietbeoordelaar en verscherpt toezicht door de Europese waakhond ESMA. Bondskanselier Merkel is bijvoorbeeld voorstander van het oprichten van een Europese concurrent.

Van deze oplossingen hoeven we niet veel te verwachten. Allereerst mogen kredietbeoordelaars in een vrije samenleving hun mening blijven geven over de ontwikkelingen op een mondiale kapitaalmarkt.

Daarbij komt dat de Europese Commissie blijkbaar vindt dat aan de verlaging van de ratings bijzondere economische overwegingen en inzichten ten grondslag liggen die openbaar moeten worden gemaakt of moeten worden afgezet tegen de opvattingen van een onafhankelijke Europese concurrent. De inzichten en economische analyses van de kredietbeoordelaar zijn evenwel niet zo opzienbarend. Het zijn slechts subjectieve inschattingen van de ontwikkeling op de financiële markten. Als we één ding kunnen leren van de bankencrisis van 2008, is het wel dat de kredietbeoordelaars er vaak naast zitten met hun prognoses.

Het zou verstandig zijn als de Europese Commissie en de rest van de financiële wereld de ratings van de kredietbeoordelaars minder serieus zouden nemen. De Europese Commissie en de Europese regeringsleiders zouden zich niet moeten blindstaren op door ratings beïnvloede dagkoersen.

Wat de EU ook kan verzinnen om de schuldencrisis te verlichten, deze oplossing zal naar de mening van de kredietbeoordelaars slechts een extra reden opleveren om de ratings verder te verlagen. Het kwijtschelden van schuld van een land zal worden opgevat als een default, oftewel een wanbetaling. Dezelfde kwalificatie is van toepassing als een land eigen staatsobligaties opkoopt met financiële hulp uit het noodfonds.

Ten slotte is ook een onder drang of dwang tot stand gekomen participatie van Europese banken reden voor een verlaging van de ratings. Voor oplossingen hoeft de EU niet aan te kloppen bij de kredietbeoordelaars. Het is dus verstandiger om deze bureaus geen bovenmatige aandacht te schenken. Hoe vervelend de door ratings beïnvloede marktreacties op de korte termijn ook zijn, de EU moet zich richten op een duurzame sanering van de schulden.

Jan van der Bij is directeur van het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO).