Porseleinen überkitsch waar je wel iets mee moet

Meissen | SO-IL – 18de-eeuws porselein in hedendaagse architectuur. T/m 28 aug. Kunsthal KAdE, Smallepad 3, Amersfoort. Di t/m vr 11-17u, za-zo 12-17u. Catalogus: €15. Inl: kunsthalkade.nl ****

Ze zijn er nog steeds, de pronkschalen, de herderinnetjes, de amoureuze koppels op schommeltjes, de bustes van de staatsmannen, de vazen en de serviezen die wij associëren met alles wat extreem is, superfrivool, met kleuren die je ogen tarten en versieringen die zo over the top zijn dat je alleen maar kunt meevoelen met de achttiende-eeuwse kunsthistoricus Johann Winckelmann, die vol walging oordeelde dat Meissen „kinderachtig” was en „idiote poppen” produceerde. Want Meissen – waaraan Kunsthal KAdE in Amersfoort een tentoonstelling wijdt – is, jazeker, überkitsch.

Maar het is kitsch waar je iets mee moet. Als Jeff Koons – de meest kitscherige van alle hedendaagse pop-artkunstenaars – het paleis van Versailles mag opluisteren met zijn opblaasbeesten, dan is het tijd voor een nieuw onthaal van Meissen.

Die koers slaat Kunsthal KAdE rigoureus in. Voor de tentoonstelling met zo’n vijftig stuks pronkporselein, waaronder een schitterend 24-delig servies, is niet gezocht naar de geijkte uitstalling van potjes-op-tafels. Het Japans-Nederlandse architectenbureau SO – IL (Florian Idenburg en Jing Liu) ontwierp vitrinekasten die het porselein vanuit verschillende invalshoeken tonen.

Twee grote zalen van KAdE zijn veranderd in een extravagant spiegelpaleis, waar ieder stuk porselein is te bezichtigen in een soort ijsschots van perspex. Ieder vlak biedt een andere blik. Spiegelend: dan zie je vooral jezelf. Via een prisma van violet of geel – en dan verdwijnen de kleuren van de decoraties op het porselein. Of helder, alsof je door neutraal glas kijkt. Deze perspectieven symboliseren losjes de Werdegang van Meissen zelf.

Want Meissen is, vaak noodgedwongen, met de smaak van de tijd meegegaan: van barok naar rococo, naar neoclassicistisch en art deco in het begin van de twintigste eeuw. In Amersfoort staat een aantal schitterende voorbeelden van het vroege Meissen dat nog sterk leunt op het sobere Chinese porselein. Zo is er een roomblank theepotje met kopje, gemaakt tussen 1720 en 1723 uit de collectie van het Groninger Museum. De handgreep is een gevlochten wijnrank die doorloopt over de buik van de pot en daar ontspruit in een wirwar van blaadjes en druiventrosjes zo verfijnd en secuur dat je de pot niet zou durven aanraken. Dat gebeurde vroeger overigens ook niet: het was louter sier; eten en drinken deed men van zilver en goud.

Lijnrecht tegenover deze kalme esthetiek staat de overdadige en haast lachwekkend versierde sierkom voor bowl, waarvan het oorspronkelijke ontwerp uit 1771 dateert. De kom is een dikbuikig drama vol bloederige jachttaferelen die zijn afgezoomd door guirlandes. De deksel is een edelhert – geschoten, gevild, het hoofd geheven, de tong uit de bek. Daaromheen honderden piepkleine, identieke bloemetjes van wit porselein met gele stipjes als hart.

De expositie leidt van het ene uiterste naar het andere. De decoratieve beeldjes kennen geen maat – en zeker niet in uitdrukking. Elke glimlach is zwaar overdreven, geen emotie blijft zonder uitroepteken. Toch stralen ze meer uit dan idiotie en wansmaak alleen. De beeldjes zijn met zoveel vakmanschap gemaakt en zo fijn beschilderd dat je ze na drie keer kijken eigenlijk best op je schoorsteenmantel zou willen. Maar beter nog zou zijn: in reuzenformaat gebakken en opgesteld in en rondom het paleis van Versailles.