Ongewoon hoopvolle Dardennes

Scène uit de film Le gamin au vélo Foto Wild Bunch

Met elke film die de Waalse meesters Jean-Pierre en Luc Dardenne aan hun oeuvre toevoegen wordt het duidelijker. Al die films vertellen geen afzonderlijke verhalen, maar vormen samen een indrukwekkend opus, vol terugkerende thema’s, motieven, locaties, archetypische karakter en acteurs. Alles grijpt in elkaar. De acteur die in de ene film de zoon speelde (Jérémie Renier in La promesse) keert in de andere terug als vader (L’enfant en nu in Le gamin au vélo). Zijn naam is misschien anders, maar het cyclische proces van ‘Verelendung’ is nog niet ten einde en bovendien is de setting hetzelfde: de oude staalstad Seraing in de provincie Luik, waar sinds het sluiten van de mijnen ruim een kwart van de bevolking werkloos is.

Maar er is ook veel nieuw in Le gamin au vélo, waarvoor de broers in mei op het Filmfestival Cannes de Juryprijs ontvingen, hun vierde grote prijs op het festival. De simpele vertelling over de tienjarige Cyril die wegloopt uit het kindertehuis waarin hij is ondergebracht en die koste wat het kost zijn vader terug wil vinden die hem verstoten heeft, kreeg ondanks die zware thematiek de structuur van een sprookje (inclusief boos sprookjesbos). Cyril is de held die op een queeste uitgaat: eerst wil hij zijn fiets vinden en dan zijn vader, en op zijn weg komt hij zowel een goede fee tegen (kapster Samantha, gespeeld door actrice Cécile de France), als schurken die hem van zijn missie af proberen te houden (jeugddelinquent Wes).

Hoop was altijd ver te zoeken in hun films, of het moest de hoop der wanhoop zijn, die zekerheid dat het leven doorgaat, hoe grauw en troosteloos ook en dat mensen een stuk weerbaarder zijn dan je op het eerste gezicht denkt. Maar in Le gamin au vélo laten de Dardennes daadwerkelijk lichte tinten toe. De film werd, ongewoon voor hun doen, opgenomen in de zomer. En ze maakten voor het eerst gebruik van ondersteunende muziek. Dat haalt het sentiment en het melodrama meer naar voren dan we van hen gewend zijn. Je zou de film daardoor een Dardennes-light kunnen noemen, beslist geschikt om ook kinderen mee naartoe te nemen. Wellicht dat hij de fans van hun rauwe neorealisme teleur zal stellen. Misschien zijn de broers (geboren in de jaren vijftig) met het klimmen van de jaren gewoon milder geworden.