Met mijn ijskarren verdien ik genoeg voor een Vespa

Naam: Amber Beekkerk van Ruth

Leeftijd: 17

Studie: opleiding tot onderwijsassistent op het Albeda College, Rotterdam

Bedrijf: Glacio (www.glacio.nl)

Een eigen ijsfiets en -scooter, hoe kom je daarbij?

„Vorige zomer werkte ik bij twee ijssalons en verdiende echt weinig, 2,95 euro per uur. Voor dat geld moest ik ook nog best veel doen. Toen zei mijn stiefvader: waarom ga je het niet zelf doen?”

En toen?

„Het begon met de fiets, die zag mijn moeder op internet. Mijn vader is industrieel ontwerper en heeft het ontwerp gemaakt. Het hele binnenwerk van de bak moest eruit gesloopt. Het ijs mag niet te laag hangen, dan blijft het bevroren, maar ook niet te hoog, want dan smelt het te snel. Het lijkt simpel, ijsjes verkopen, maar er komt heel veel bij kijken. En deze zomer hebben we er ook nog eens een ijsscooter bijgekocht.”

Je bent er maar druk mee.

„Ja. Vier dagen per week ben ik vier uur per dag aan het scheppen. Daarnaast kost het me zeker nog vijf uur in de week. Vergunningen aanvragen, naar de Sligro, shirts laten bedrukken. Mijn moeder doet de boekhouding, ik de btw. En ik kijk natuurlijk wel met haar mee. Verder werk ik nog een dag in de week bij een ijssalon en een dag bij een friettent.”

Heb je nog tijd voor andere dingen?

„In april en mei was het heel zwaar. Door het mooie weer had ik het druk met de kar. De eerste twee lesuren bleef ik soms gewoon in bed liggen. Ik ben met de hakken over de sloot overgegaan. Nu is het zomervakantie. Mijn vrienden zie ik ’s avonds. Mijn vriendje heeft een eigen recordlabel, Rotterdam Airlines. Dat maakt het wel lastig om af te spreken. Het is daarom ook een tijdje uit geweest.”

Tijd voor personeel?

„Mijn buurjongen helpt. En mijn zusje, Zeline. Als ik erop uit ga met de scooter, gaat een van hen met de fiets op pad. Verder zijn er zeven jongens en meisjes die af en toe meescheppen. Het voelt niet als werk. Je wordt lekker bruin, kletst met vrienden en eet af en toe een ijsje. Ik betaal een deel van de dagomzet. Per uur betalen werkt niet, dan stimuleer je mensen niet om hard te werken.”

En het geld stroomt binnen?

„Eerst niet. Vorige zomer deed ik het nog samen met een vriendin. We namen het niet heel serieus. Hadden we te veel ijs ingekocht, maar dan kon ik niet weg met de fiets omdat ik al had afgesproken met vriendinnen. Aan het eind van de zomer kwamen we 200 euro tekort. Toen is mijn stiefvader boos geworden. ‘Het wel echt een bedrijf’, zei hij.”

En nu?

„Deze zomer zijn we van leverancier gewisseld. Ik heb een plan gemaakt met mijn ouders. Twintig procent van de omzet gaat naar de afbetaling van de ijscokarren. Mijn ouders betaal ik per uur. Dit jaar gaat het een stuk beter. Op de eerste mooie dag in april hebben we 800 euro verdiend.”

Wat houd je er nou zelf aan over?

„Ha, dat zeg ik niet. Genoeg voor mijn nieuwe witte Vespa, die wilde ik al vanaf mijn dertiende. Mijn oude scooter heb ik aan mijn vader verkocht. Met 300 euro winst. Ik heb nog gekeken naar een Louis Vuitton zadel, maar er wordt hier zoveel gestolen. Af en toe koop ik wel eens een riempje of tasje van Burberry. Daar sluip ik dan stiekem de trap mee op, anders wordt mijn stiefvader boos.”

Een geboren ondernemer?

„Ja. Later wil ik twee dagen in de week werken als kleuterjuf. Daarnaast wil ik het bedrijf uitbouwen. Een soort franchise. Dan regel ik de karren en vergunningen voor anderen jongeren. Meestal zijn ondernemers mannen, ik vind het stoer als een vrouw dat doet.”

Nog niet ijsmoe?

„Nee, ik ben een beetje ijsverslaafd. Ik eet zo acht bollen achter elkaar.”

Rolinde Hoorntje