Met Mark Rutte naar de bloedbank

In de voor morgenavond geplande top van Europese regeringsleiders kan een nieuwe variant opduiken voor het laten meebetalen van de private sector aan de redding van Griekenland. In dat plan wordt een extra belasting op banken geheven van in totaal 30 miljard euro, een bedrag dat in Duitsland circuleert als maat voor de pijn die de banksector zou moeten lijden. Toegepast op een periode van drie jaar, komt dat neer op 10 miljard euro per jaar.

Of deze variant het haalt, is lang niet zeker – zoals niets zeker is op dit moment. Maar goed, Nederland maakt zo’n 5 procent uit van de economie van de eurozone. Als die ratio op de banken wordt losgelaten, dan komt het Nederlandse deel van de belasting neer op 500 miljoen euro per jaar.

Dat komt beroerd uit: het kabinet-Rutte verlaagde vorige maand de overdrachtsbelasting op woningtransacties. Van de 1,2 miljard euro die dat jaarlijks kost, moet 300 miljoen worden ophoest middels een extra belasting voor banken. Samen met die 500 miljoen zou dat nu dus uit gaan komen op 800 miljoen euro extra belasting voor Nederlandse banken. Dat is, ook voor banken, erg veel.

Stel nu dat iedereen het morgen in Brussel eens wordt over die belastingverhoging, zou premier Rutte het voorstel dan in zijn eentje moeten verwerpen, omdat hij zojuist zijn eigen bankensector al met een extra last had opgescheept?

Dat is onwaarschijnlijk. Het alternatief is dat hij de extra bankbelasting die het gevolg is van het schrappen van de overdrachtsbelasting, toch maar laat vallen. In dat geval moet de verlaging van de overdrachtsbelasting ergens anders vandaan komen: direct of indirect van de burger zelf.

Maar als de burger nu zelf opdraait voor het verlagen van de overdrachtsbelasting, omdat de bijbehorende bankbelasting niet kan worden geheven, omdat er al een bankbelasting komt voor het Griekse reddingspakket. Betaalt die burger dan via de band eigenlijk toch niet gewoon mee voor die Griekse redding?

Ja. Maar dit staat eigenlijk model voor de hele discussie. Nederlanders behoren naar verhouding tot de grootste spaarders en beleggers ter wereld.

Wie de financiële sector wil laten meebetalen voor de Griekse crisis, zegt in wezen dat hij de aandeelhouders en andere belanghebbenden in de financiële sector wil laten meebetalen. Die aandeelhouders, dat zijn wij. De belanghebbenden, dat zijn we ook. Het rendement van banken daalt al door de strengere vermogenseisen. Het daalt nog verder door extra belastingen en eventuele haircuts op Grieks bezit.

De compensatie daarvoor komt niet van de kaboutertjes. Die komt van lagere rentes op sparen en hogere rentes voor lenen.

Dat maakt van het laten bloeden van de financiële sector grotendeels een geval van semantiek. En over semantiek gesproken: wordt het niets eens tijd voor een naam voor de Griekse redding?

Zeker. Het gaat hier om een regeling die al zo ingewikkeld is geworden dat de burger denkt: ‘het zal wel goed zijn’, en de kleine lettertjes niet eens meer leest.

De regeling veinst daarnaast een zekere uitkomst, terwijl die uitkomst in werkelijkheid afhangt van de nukken van de financiële markten. En het zou mooi zijn als de naam van de regeling een samentrekking zou zijn van een woord met een Germaanse stam, en een woord met een Griekse stam, zodat het conflict binnen de eurozone goed tot uitdrukking komt.

Woeker-polis?

Maarten Schinkel