ING wil af van Belgische verzekeringsdochters

ING wil de Belgische verzekeringsdochters ING Life Belgium en ING Non-Life Belgium verkopen. Geïnteresseerde partijen zouden de komende dagen al een bod kunnen uitbrengen.

Dat zeggen bronnen binnen het bedrijf. ING moet op last van de Europese Commissie een groot aantal onderdelen afstoten als compensatie voor de staatssteun die het bedrijf heeft gekregen. Vorig jaar was er nog sprake van dat de Belgische verzekeringsdivisie behouden zou blijven.

ING was vorig jaar de op zes na grootste verzekeraar in België. Die positie is dit jaar waarschijnlijk verzwakt door de relatief sterke groei van Mercator. Levensverzekeraar ING Life en schadeverzekeraar ING Non-Life incasseerden vorig jaar 916 miljoen euro aan premies, waarvan het overgrote deel (853 miljoen) uit de verkoop van levensverzekeringen. Ze boekten een totale winst van 4 miljoen euro en hadden eind vorig jaar samen 360 mensen in dienst.

Begin jaren negentig was ING een van de eerste financiële concerns die de ‘ultieme’ combinatie van bankieren en verzekeren ging combineren. Bankieren, verzekeren en beleggen aan één loket. En de samenwerking had nóg een voordeel – een verzekeraar beschikt over lang kapitaal en kan dat goed doorsluizen naar de kapitaalbehoefte van een bank.

Maar toen in 2007 de kredietcrisis uitbrak, bleek dat vooral theorie. Ook de verzekeraars kregen harde klappen. Hun langlopende beleggingen in aandelen en obligaties werden veel minder waard. Klanten van de bank werden bang dat hun bank juist vanwege die verzekeringstak in de problemen zou kunnen komen.

Om de financiële crisis te overleven kreeg de ING Group 10 miljard euro aan staatssteun. De Europese Commissie stelde daarbij als voorwaarde dat de verzekeringstak wordt afgesplitst. Eerder deze maand verkocht ING de autolease-activiteiten voor 700 miljoen euro aan het Duitse autobedrijf BMW. Hypotheekdochter Westland Utrecht staat te koop en de Amerikaanse internetspaarbank ING Direct USA werd verkocht aan investeerder Capital One. .