Informele eurotop is heel geschikt voor het slechten van taboes

Officieel mag het niet, maar de ‘informele’ eurotop is onvermijdelijk om greep te krijgen op de financiële crisis in Europa. Morgen komen de regeringsleiders van de 17 eurolanden voor de zesde keer informeel bijeen. „Het is niet abnormaal, maar ook niet gewoon.”

De Belgische politie zet het Schumanplein weer af. Alleen mensen met speciale pasjes mogen door de wegversperring: betonblokken en stalen kruizen omwikkeld met prikkeldraad. Vuilnisbakken in metrostation Schuman, onder het Europese vergadergebouw Justus Lipsius, zijn dichtgeplakt. Het station zelf wordt ook gesloten. „Reizigers wordt verzocht bij station Maelbeek, herhaal Maelbeek, uit te stappen”. Alleen het geronk van de helikopters nog, en het lijkt morgen business as usual: in Brussel wordt een top van Europese regeringsleiders gehouden.

Maar ís het ook business as usual? Of begint men in Brussel te wennen aan iets dat een paar jaar geleden nog zéér ongebruikelijk was – een top die alleen voor leiders van eurolanden is bedoeld, en die pas vorige week werd afgekondigd?

Wie het Europese verdrag erop naslaat, ziet dat toppen officieel alleen bestaan voor regeringsleiders van alle EU-landen. De eurozone is enkel een informele club van EU-landen die één munt delen. De euro, zo hebben de eurolanden bij de oprichting afgesproken, wordt gemanaged door de Europese Centrale Bank in Frankfurt. De ECB is onafhankelijk. De Fransen vinden dat de euro een leider nodig heeft, en een overlegorgaan voor politici – een ‘gouvernement économique’. Maar steeds als zij daarover beginnen, stuiten zij op een Duits ‘Nein’.

Duitsland is doodsbang voor politieke manipulatie van de munt. Zelfs de euroministers van Financiën vergaderen alleen als ze elkaar toch ontmoeten: tijdens bijeenkomsten van alle EU-ministers van Financiën. Die eurogroep-vergaderingen, geleid door de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, zijn ‘informeel’.

Bijna tien jaar ging dat goed. Maar de oprichters hadden geen crisis voorzien. Daarom is de top van morgen al de zesde keer in amper drie jaar dat euro-regeringsleiders op enigerlei wijze de koppen bij elkaar steken.

De materiële organisatie van zo´n top voor zeventien regeringsleiders is nauwelijks anders dan die van een gewone top van 27 regeringsleiders – de draaiboeken voor de beveiliging, het protocol en de catering (honderden mensen eten gratis in de catacomben) zijn ongeveer dezelfde als voor reguliere toppen. Ze liggen klaar en kunnen op het laatst uit de kast worden gehaald. Belangrijker: de inhoudelijke kritiek op eurotoppen, die in het begin aanzienlijk was, begint te verstommen. Nood breekt wetten.

Vóór de crisis waren er vier EU-toppen per jaar: maart, juni, oktober en december. Twee werden er in Brussel gehouden, twee in het land dat het Europese voorzitterschap had. Zo kwam je Brussel nog eens uit en ontdekte je Europese oorden als Tampere (Finland 1999) of Santa Maria da Feira (Portugal, 2000). Lang geleden, toen het hele gezelschap nog in een paar hotels paste, hing er een kamp-achtige sfeer met de intimiteit(en) van dien. De organisatoren kwamen altijd met cadeaus. Zo deelden de Oostenrijkers geweldige strandtassen uit en zie je in veel Brusselse keukens nog het fameuze Zweedse schort hangen.

Anderen hadden de pest aan dat gereis: hoe meer EU-landen er kwamen, hoe groter en onpersoonlijker het gezelschap. Soms stond je hotel 70 kilometer van het vergaderoord, en moest je met pendelbussen heen en weer. Regeringsleiders en hun gevolg werden steeds meer afgeschermd van de pers. Ook nam de kwaliteit van de vergaderingen af door de snelle groei van het aantal EU-landen.

EU-voorzitters organiseren nu alleen nog ministerraden in hun land. Toppen worden tegenwoordig in het Justus Lipsius gehouden, een modern vergadergebouw – met-atrium van 215.000 m2 (en 24 kilometer wandelgang!), genoemd naar een zestiende-eeuwse Vlaamse filoloog/humanist. Sinds het Lissabonverdrag in werking trad, anderhalf jaar geleden, zit Europees president Herman Van Rompuy toppen voor. Hij deelt geen strandtassen uit maar de kwaliteit van de vergaderingen is aanzienlijk vooruit gegaan. Zozeer, dat hij nu ook eurotoppen voorzit. Dat is langzaam gegroeid.

De allereerste eurotop werd georganiseerd op 12 oktober 2008 door de Franse president Nicolas Sarkozy, toen EU-voorzitter. Lehman Brothers was net failliet. Europese banken wankelden. Dat kon de euro en de Europese economie verpletteren. Er moest acuut iets gebeuren. Dit was de top waarop eurolanden plus Groot- Brittannië miljardeninjecties in de banken aankondigden. Overige EU-landen volgden later. Zelfs de Duitse bondskanselier Angela Merkel verklaarde achteraf dat dit zin had gehad. Maar de top was „uitzonderlijk” en moest dat blijven.

Daarna bleef Sarkozy hameren op dit succes en de noodzaak van meer eurotoppen. Sarkozy sprak begin 2009 al opgewonden over financiële sores in Griekenland en Italië: „Wij kunnen ze toch niet failliet laten gaan? Waar is de EU? De Europese Commissie? Waarom doet niemand iets?” Maar niemand wilde eurotoppen. Vooral niet onder leiding van Sarkozy. Uit wraak nodigden de Fransen Juncker niet uit voor de G20.

In februari 2010, toen Van Rompuy was aangetreden, kwam de tweede eurotop – of een halve. De schuldencrisis begon. Griekenland kon zijn schulden niet meer betalen. Eurolanden hadden geen noodfonds, niets. Dit was een top voor alle EU-regeringsleiders in de monumentale Solvay-bibliotheek in Brussel, de eerste die Van Rompuy voorzat. Ze ging over andere onderwerpen; in 2010 was er bijna elke maand een EU-top. Beleggers waren zo nerveus dat leiders van de eurolanden ter plekke hun eerste ‘verklaring’ componeerden (we laten Griekenland niet vallen). Iedereen begreep: dit moest.

Een maand later werd er opnieuw een eurotop ingebed in een EU-top. Weer betrof het Griekenland. Niet-euroleiders verlieten de zaal. Van Rompuy bleef zitten en leidde de vergadering verder. Na een poosje kwam de rest terug en hielp bij het ‘finetunen’ van de euro-tekst. Op de vierde eurotop, op 7 mei 2010, zetten regeringsleiders het eerste pakket leningen voor Griekenland in elkaar. Iedereen begreep dat Van Rompuy dit organiseerde. Maar de Poolse premier Donald Tusk waarschuwde voor „een nieuwe elite”. De Britse premier Brown voelde zich buitengesloten. Volgens de Zweedse premier Reinfeldt moest dit „geen gewoonte worden”. Toch kwam er een vijfde keer, op 11 maart dit jaar.

Eurolanden als Duitsland en Nederland willen evenmin dat een tweetraps-Europa ontstaat, en trappen op de rem. Maar ook voor morgen was er geen ontkomen aan. Griekenland heeft geld nodig. Ministers worden het niet eens over nieuwe leningen. Beleggers drijven Italië in het nauw. Kennelijk kwam het verzoek ditmaal uit de eurogroep zelf, verlamd door de impasse tussen Duitsland en Nederland enerzijds en andere landen plus ECB anderzijds. Het is morgen de Belgische nationale feestdag, 21 juli. Er is een militaire parade, kermis, vuurwerk. De burgemeester sputterde dat de top een dag eerder had gemoeten; extra politie moet uit de provincies komen. Daar staat tegenover dat de Europese wijk uitgestorven is: Europees ambtenaren hebben morgen vrij.

En zo is het fenomeen ‘eurotop’, volgens ‘toppenhistoricus’ Peter Ludlow, door een samenloop van omstandigheden „niet abnormaal meer, maar ook niet helemaal gewoon”. Omdat Van Rompuy het doet, en alleen als het écht nodig is, kan iedereen er min of meer mee leven. Als EU- president houdt hij ieders gevoeligheden in het oog. De nieuwe Britse regering trekt de handen van Europa af. Brown wilde op eurotoppen komen, David Cameron wil er niet dood gevonden worden. Men zegt weleens dat Europa alleen groeit door crisissituaties. Of dat ook voor de euro opgaat, moet morgen blijken. In ieder geval is er al een groot taboe gesneuveld.