Het leek een ritje van niks te worden...

In de Pyreneeën vielen de favorieten niet aan.

Maar in de overgangsrit van gisteren sloegen Contador en Evans uit het niets toe. Grote verliezers: de Schleck-broers.

Hij had het toch voorspeld, zei vader Johny Schleck gisteren bij de teambus van Leopard-Trek aan de finish in Gap. Zijn jongste zoon Andy, topfavoriet voor de Tourzege verloor gisteren in de zestiende etappe naar Gap verrassend meer dan een minuut, na een onverwacht furieuze aanval van zijn concurrenten Cadel Evans en Alberto Contador. „Ik heb bij het Luxemburgs kampioenschap al gezegd dat Andy moet gaan voor een podiumplaats. Iedereen roept hier ‘Andy, Andy, Andy’. Maar het gaat te ver om hem de druk op te leggen dat alleen de eindzege een goed resultaat is. Die jongen is pas 26 jaar. Binnen twee of drie jaar, dan kan hij de Tour winnen.”

In de 98ste Tour de France is alles mogelijk. „Morgen kan alles weer anders zijn”, relativeerde BMC-ploegleider John Lelangue na afloop direct. Zijn kopman Evans maakte een sterke indruk en naderde geletruidrager Thomas Voeckler tot 1.45 minuut. Collega Bjarne Riis van SaxoBank constateerde tevreden dat zijn leider Contador voor het eerst deze Tour bergop aanviel en tijd terugwon op de broertjes Schleck. Samuel Sánchez sloop stiekem mee naar de vijfde plaats. In een vluchtgroepje vóór de favorieten won de zware Noor Thor Hushovd zijn tweede rit met een serieuze klim, door landgenoot Edvald Boasson Hagen en ploeggenoot Ryder Hesjedal voor te blijven in de eindsprint. Constante factor: Rob Ruijgh was opnieuw beste Nederlander en klom naar de negentiende plaats in het klassement.

Het leek zo’n ongevaarlijk overgangsritje van 162,5 kilometer naar de zware Alpenritten van vandaag (Pinerolo), morgen (Galibier) en overmorgen (Alpe d’Huez). Als de favorieten elkaar naar Luz Ardiden en Plateau de Beille niet aanvallen, waarom nu dan wel? Maar in deze Tour kunnen de verschillen overal ontstaan. De broers Schleck probeerden tenminste nog aan te vallen in de Pyreneeën. Uitgerekend zij konden gisteren niet volgen, toen Alberto Contador en zijn trouwe knecht Daniel Navarro in de finale voluit aanvielen op de 1.265 meter hoge en niet zo steile Col de Manse (tweede categorie). Frank, de minste tijrijder van de twee, verloor 18 seconden en is nu op 1.49 minuut derde in het klassement. Andy moest zelfs 1.02 minuut toegeven en staat vierde met een achterstand van 3.03 op Voeckler.

Bergop losten de Luxemburgers, daarna wachtte de beruchte afdaling van La Rochette waar Lance Armstrong in 2003 wonderbaarlijk ontsnapte door het weiland toen vlak voor hem Joseba Beloki tegen het wegdek sloeg. Toen was het asfalt gesmolten van de hitte, gisteren nat van de regen. Evans suisde zonder aarzeling naar beneden. „Het is schandalig dat de ASO [Tourorganisatie, red] zo’n afdaling opneemt in het parcours”, reageerde de jongste Schleck na afloop furieus bij de teambus van Leopard-Trek. „Willen ze renners op de fiets of in de ambulance?”

In de aanloop naar de Tour, in de week voor het nationaal kampioenschap, hadden de broers juist deze afdaling nog speciaal verkend bij hun trainingstochten door de Alpen, vertelde vader en oud-coureur Johny Schleck. „Ze wisten van het ongeluk van Beloki en dat het gevaarlijk was, de angst voor deze afdaling zat er vooraf al in. Elke coureur kent dat gevoel. Ja, dat kon je zien aan de manier waarop Andy naar beneden reed.”

Normaal gesproken is Andy de rustigste van de twee. „Hij lijkt wat dat betreft het meest op mijn vader”, vertelde hun oudere broer Steve voor de Tour. „Frank is wat nerveuzer, net als mijn moeder.” Maar uitgerekend Frank, die in zijn carrière een aantal keren zwaar ten val kwam, behield gisteren de rust. „We hadden vandaag geen aanval van de favorieten verwacht. Maar dit verlies is geen tragedie.”

Schuin tegenover de mierenhoop met camera’s en microfoons bij de bus van Leopard-Trek glorieerde hun voormalige werkgever Riis bij de bus van SaxoBank. Vorig jaar gingen de Schlecks met slaande deuren bij hem weg. De ploegleider zette Andy zelfs uit de Vuelta na een nachtelijke stappartij. De broers namen vrijwel de hele inboedel mee bij hun oude ploeg en begonnen hun eigen team.

Riis bleef achter met zijn grote aankoop Contador, die al snel in problemen kwam door een dopingaffaire. Omdat Tourdeelname onzeker was vanwege een dreigende schorsing, ging de Spanjaard voluit voor winst in de Ronde van Italië. Om vervolgens vermoeid te beginnen aan de Tour en direct tijd te verliezen door een val. Op de rustdag zette Riis de Schlecks wat onder druk: „Als één van de twee wil winnen, zal de ander zich moeten opofferen.” Contador sprak over aanvallen in de Alpen, maar niet al op weg naar Gap.

„Ik heb altijd gezegd dat Contador de grote favoriet is”, zei vader Schleck nuchter. „Evans is sterk, maar Contador kan op lange klimmen in de Alpen het verschil maken.”