Het drama rond iedere hongerdode

Wat gebeurt er als je van de honger sterft?

Waarschijnlijk is de totale ontreddering erger dan de honger zelf, waar ieder lichaam uiteindelijk aan went.

„Eén dode is een individueel drama, een miljoen doden is statistiek.” Die uitspraak is aan Stalin toegeschreven.

Volgens de statistiek is er nog geen hongersnood in de Hoorn van Afrika. Maar er heerst een noodsituatie. Waarschuwingsfase 4 geldt, van het vijfstapsalarmsysteem van de Integrated Food Security Phase Classification (www.ipcinfo.org).

In fase vier is er een ‘ernstig tekort aan voedsel, ernstige en verergende ondervoeding, onomkeerbare sterfte onder het vee en een verhoogde sterfte onder de bevolking.’ Ongeveer tweemaal zoveel als normaal.

In internationale hulpverlenerstermen is er hongersnood bij ernstige sociale ontwrichting, met een compleet gebrek aan voedsel en andere basisbehoeften, waar verhongering, dood en vluchtelingstromen duidelijk aanwezig zijn.

Bij die hoogste alarmfase vijf hoort een absoluut sterftecijfer. Van iedere 10.000 mensen moeten er dagelijks meer dan twee sterven. Voor de 400.000 mensen in vluchtelingenkampen van Dadaab betekent dat: minstens tachtig doden per dag.

Tachtig doden per dag in een stad die iets kleiner is dan Den Haag. In Den Haag sterven doorgaans dagelijks tien mensen.

Die tachtig dagelijkse doden, die in Dadaab de overgang naar hongersnood markeren, dat zijn tachtig individuele drama’s.

De hongersdood laat zich makkelijk beschrijven.

Een volwassene die niet dagelijks 250 gram koolhydraten (suiker en zetmeel), 100 gram vet en 50 gram eiwit eet, vermagert. Suiker, vet en eiwit zijn de calorieënleveranciers. In die hoeveelheden leveren ze ruim 2.000 kilocalorieën. Voor een voornamelijk stilzittende westerling is dat ruim voldoende om in leven te blijven.

Het is niet genoeg om gezond van te blijven. Daar zijn ook nog vitaminen en mineralen voor nodig. Wie daar te weinig van eet, krijgt uiteindelijk gebreksziekten. Bloedarmoede bij ijzertekort bijvoorbeeld. Maar eerst kan het afweersysteem al gaan haperen, waardoor infectieziekten eerder toeslaan. Of vermoeidheid.

Tussen de maaltijden verbruiken we vooral de aanwezige suikervoorraad (opgeslagen als glycogeen in lever en spieren) en – voor wie niet meer eet dan hij verbruikt – het vet en eiwit dat met de laatste voeding is binnengekomen. Wie langdurig te weinig eet verliest allereerst zijn vetvoorraad. Daarna komen ook de eiwitten uit de spieren aan de beurt. Die lichaamsvoorraden aan vet en eiwit van een weldoorvoede volwassene zijn genoeg om het zestig dagen zonder eten uit te houden. Het lichaam heeft bovendien een goed beschermingsmechanisme om vitale organen te beschermen tegen afbraak.

Alle mensen zijn nakomelingen van voorouders die ooit hongersnoden overleefden. Maar uiteindelijk, bij aanhoudende voedseltekorten, gaan eerst darmen en lever en uiteindelijk ook hart, nieren en zenuwstelsel eraan.

Dan is de hongerlijder al lang in een toestand van lethargie vervallen. De kans is groot dat de dood eerder komt door een infectieziekte, veroorzaakt door een virus of bacterie die zijn kans schoon ziet in dat lichaam zonder weerstand.

Het drama rond iedere hongerdode heeft misschien niet eens zoveel met voedsel en honger te maken. Het knagende gevoel in de maag, de darmkrampen, dat zullen de meeste volwassenen in Somalië en Ethiopië voor wie nu de hongersnood dreigt wel eens eerder in hun leven hebben meegemaakt. Nu hebben ze de beslissing genomen om hun dorp te verlaten, waar de oogst weer mislukt is en het vee dood. Wie nu van honger sterft had niemand meer in de buurt die in de dagelijkse slag om het schaarse voedsel in het vluchtelingenkamp nog iets wist te veroveren.

Uiteindelijk weten we er niets van, hier in het geordende en weldoorvoede westen, maar de sociale en psychologische ontreddering is voor zo’n slachtoffer wel een vreselijker gevoel dan de honger, waar ieder lichaam uiteindelijk aan went.