'Films maken is eenzaam maar ook beste therapie'

Drie keer maakte filmster Jodie Foster een film als regisseur. En altijd gaan die films over de dynamiek in gezinnen. „Mel Gibson is een heel gevoelige man.”

„Zelfs als ik een film over marsmannetjes zou maken, zou die uiteindelijk over hun familie gaan.” Het is Jodie Fosters favoriete onderwerp: ‘familieverhoudingen’, „het vlechtwerk binnen een gezin, hoe alles elkaar beïnvloedt, niet alleen op dat moment, maar ook bij komende generaties”. Bij de films die ze zelf regisseert althans. „Het is tegengesteld aan de rode draad in mijn acteerwerk”, zegt Foster, „daarin speel ik altijd de loner, die in haar eentje de weg volgt van een sterk plotgestuurd verhaal. De kern van The Beaver is juist de dynamiek tussen mensen.”

The Beaver is de derde regie van actrice Jodie Foster (49), na Little Man Tate (1991) en Home for the Holidays (1995). Ze staat de pers te woord na een vertoning van de film in Parijs. Ze oogt geen dag ouder dan dertig, spreekt met zachte, lage stem gedecideerd en gezaghebbend over de gevoelige thematiek van haar mild-absurdistische tragikomedie. „De film gaat over een geestelijke crisis. Hoofdpersoon Walter moet daar doorheen, om in het leven verder te kunnen. Daarvoor zweeft hij half-slapend door het leven, zonder iets te voelen. Hij moet erkennen dat hij zichzelf en de mensen om zich heen heeft teleurgesteld, en zijn grootste angst onder ogen zien: de angst voor eenzaamheid. Hij, zijn vrouw en zijn twee zoons, ze zijn allemaal in de greep van de eenzaamheid. En de enige manier om er misschien uit te kunnen komen is om echt contact te maken.”

Eenzaamheid is een persoonlijk thema voor het voormalige kindsterretje Foster. „Ik voelde me vaak alleen in mijn jeugd. Niet per se door mijn carrière, ook gewoon door mijn karakter; ik had vaak het gevoel dat niemand begreep waar ik mij mee bezig hield. Mijn moeder had bijvoorbeeld niets te maken met mijn werk, ik liet dat niet toe. Ergens vond ik dat prettig, want nu was het tenminste helemaal van mij, maar het was ook heel eenzaam.” Films maken sluit aan bij die zelfgekozen positie van buitenstaander, vertelt Foster. „Het is een vreemd solitair proces dat je doorgaat om in contact met anderen te komen. Het is een vorm van therapie.”

Het lukt de depressieve Walter (mooi verbaasd-gekweld gespeeld door Mel Gibson) aanvankelijk alleen om weer contact te maken met zijn familie en zijn vrouw, gespeeld door Foster zelf, via een alter ego: een handpop in de vorm van een bever. Het is een gekke vondst, en ook verraderlijk; de verleiding moet groot zijn geweest er bizarre dingen mee te doen. „Ik heb mezelf daarvan moeten weerhouden”, zegt Foster. „Ik wilde juist per se niet dat die bever een griezelig personage werd, dat je zijn ogen zou zien bewegen. Nee, het is een handpop, een stuk vilt, gedragen door Walter. Je ziet de bever in de film ook nooit alleen in beeld, op één keer na. Je ziet hem altijd aan Walters arm. Het moet eigenlijk niet uitmaken wat hij aan zijn hand heeft; het gaat om hém.”

Dat ze juist Mel Gibson koos voor de rol van Walter, is opmerkelijk. Die tuimelde de laatste jaren van het ene in het andere schandaal. Van dronken rijden en antisemitische uitlatingen tot de scheiding van zijn vrouw met wie hij zeven kinderen heeft – Gibson is streng rooms-katholiek – en het ongehuwd bezwangeren van zijn nieuwe vriendin. Toen een fotograaf die vriendin dit najaar wilde fotograferen, ging Gibson hem woest te lijf. Ook doken nare voicemailberichten op met dreigementen aan zijn ex.

Veel wil Foster daar niet over kwijt. „We zijn al lang vrienden. Ik wist dat Mel veel geestiger was dan in veel van de films waarin we hem eerder zagen. Hij bezit een lichtheid die ik in het begin van de film goed kon gebruiken, maar ik wist dat hij niet voor de makkelijke lach zou gaan. Het is een zeer gevoelige man, en een voortreffelijk acteur. Verder is hij, overduidelijk, een man die weet hoe het is om een worsteling door te maken.”

De crisis die Walter doormaakt, is er uiteindelijk één van acceptatie. Ja, het leven is moeilijk, ja, je zult mensen teleurstellen, ja, je zult je alleen voelen. Foster: „Wat iedereen ook beweert: niet alles komt goed, dat is een leugen. Mensen om je heen zullen lijden en doodgaan, en er is niets wat jij eraan kunt doen. In de acceptatie daarvan zit groei. Maar in die groei laat je iets van jezelf achter, je moet afscheid nemen van wie je was, van verwachtingen die je had.

„Ik heb een paar van zulke crises gehad in mijn leven, die me uiteindelijk dichter bij mezelf hebben gebracht. Een film erover maken helpt. Soms moet je een beetje sterven om het leven te kunnen omarmen.”