En dan moet de grote stroom vluchtelingen nog komen

In Dadaab wachten vrouwen met uitgemergelde baby’s in lange rijen voor eten.

Het vluchtelingenkamp is gemaakt voor 90.000 mensen, en barst nu uit zijn voegen met 400.000 Somaliërs.

„Dit is je vaderland en hier zal je sterven”. Dat kreeg Songabo Mohamed te horen van de strijdgroep Al-Shabaab toen zij Somalië probeerde te ontvluchten wegens de honger. In de nacht trok ze tien dagen geleden toch stiekem weg met haar man en acht kinderen naar het vluchtelingenkamp Dadaab in Noord-Kenia. „Iedereen uit mijn woongebied wil weg maar Al-Shabaab houdt ons tegen”, vertelt ze.

Oorlog veroorzaakt honger en de terreurgroep Al-Shabaab, die grote delen van Centraal- en Zuid-Somalië controleert, wees tot voor kort iedere buitenlandse hulp aan slachtoffers af. Songabo Mohamed behoort in Dadaab tot een van de ruim duizend Somaliërs die er iedere dag wel in slagen Kenia te bereiken. Een verzwakte vrouw met een stapel matten en jerrycans op het hoofd kan de lading na haar voettocht niet meer torsen en valt om. Vrouwen met uitgemergelde baby’s wachten in lange rijen bij een voedseldistributiecentrum.

Het vluchtelingenkamp Dadaab op de droge en stoffige vlaktes van Noord-Kenia bestaat al sinds 1991, toen de burgeroorlog in Somalië begon. Waren de gevechten in Somalië hevig, dan zat Dadaab vol met honderdduizend vluchtelingen, nam de strijd af, dan liep het vrijwel leeg. Het is eerder een gigantisch dorp dan een kamp. Op de veemarkt worden kamelen tegen hoge prijzen te koop aangeboden, in winkeltjes in de zanderige hoofdstraat kan krediet voor mobiele telefoons worden aangeschaft en de milde drug mirraa is overal voor handen. Veel vluchtelingen wonen er in een soort tropische iglo’s, ronde hutten voor nomaden.

In deze uithoek van de grote zandbak van Noord-Kenia was het leven altijd al karig, maar sinds kort heerst er volgens buitenlandse hulpverleners een noodsituatie. Het kamp is oorspronkelijk ontworpen voor ongeveer 90.000 mensen, maar nu houden zich er 400.000 Somaliërs op. Tv-ploegen van CNN en de BBC doorkruisen dagelijks het kamp, de ene Europese minister is nog niet verdwenen of de andere hoge functionaris van de Verenigde Naties komt met journalisten in het kielzog binnenvliegen.

Dadaab, het grootse vluchtelingenkamp ter wereld is het centrum geworden van, in de woorden van de VN, „de grootste humanitaire ramp in de wereld” na „de ernstigste droogte in een halve eeuw in Noordoost-Afrika”.

„Een op de acht kinderen is zwaar ondervoed”, zegt de Nederlandse staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) op bezoek in Dadaab. Knapen stelt zich op als campagneleider voor een Nederlandse inzamelingsactie. Hij is op stap met enkele prominente Nederlandse actievoerders en hulpverleners. „De Verenigde Naties en andere hulporganisaties moeten meer capaciteit krijgen”, zegt Knapen, „want er komen nog veel meer Somalische vluchtelingen aan”.

Kenianen konden het al maanden in hun kranten lezen: Het uitblijven van de regens heeft na de laatste droogte twee jaar geleden opnieuw in delen van de Hoorn van Afrika tot grote voedseltekorten geleid.

In grote gebieden van Somalië voeren de inwoners al twintig jaar een overlevingsstrijd. Daar is de crisis het meest urgent en voedsel zou daar dus moeten worden afgeleverd. Er is honger, hulpacties zijn op komst, maar de politieke situatie lijkt hier de meeste tegenwerking te geven. Al-Shabaab gaf eerder deze maand toestemming aan buitenlandse hulpverleners om voedsel te komen afleveren. Maar Al-Shabaab staat gebrandmerkt als een terreurorganisatie met banden met Al-Qaeda en Westerse landen weigeren iedere samenwerking.

Gaat Nederland geld uittrekken voor hulp in gebied onder controle van Al-Shabaab? „Dat is nu ondenkbaar”, vindt Knapen, „we kunnen geen subsidie verstrekken aan terroristen”. Toch leverden de VN afgelopen weekeinde voor het eerst hulpgoederen af in Baidoa, een stad onder controle van Al-Shabaab. „Er moet controle ter plaatse zijn door buitenlandse hulporganisaties, we moeten de allerarmsten bereiken en niet de terroristen spekken.”

Al-Shabaab is een strikt orthodoxe islamitische organisatie die bijvoorbeeld voetbal en muziek niet toestaat. Met vrouwen kan niet worden onderhandeld. Gaat Knapen akkoord met hulp aan Al-Shabaab gebied als er voldoende buitenlandse controle is maar buitenlandse vrouwen niet welkom zijn? „Dat is in de context van een noodsituatie een detail.”

Niet alleen Knapen krijgt rillingen van Al-Shabaab. Kenia sloot in 2007 zijn grens met Somalië uit angst voor infiltratie door Al-Shabaab strijders. Die voerden in Kenia het afgelopen jaar terreuracties uit en in Oeganda lieten ze bommen ontploffen toen voetbalfans naar de finale van het Wereldkampioenschap keken, waarbij meer dan zeventig Oegandezen omkwamen. De aanslag op de Amerikaanse ambassade in Kenia in 1998 werd in de Somalische hoofdstad Mogadishu voorbereid. De humanitaire crisis in het buurland wordt door de Keniaanse overheid vooral als een veiligheidskwestie gezien. De Keniaanse regering weigerde daarom tot vorige week Dadaab verder uit te breiden, meer vluchtelingen waren niet welkom, uit vrees dat er zich Al-Shabaab infiltranten onder hen zouden ophouden.

Druk van buitenaf heeft daar verandering in gebracht. De grens is weer open en er komt in Dadaab een uitbreiding voor de huisvesting van 80.000 mensen. „Dadaab was al overvol en in de laatste weken is het geëxplodeerd”, vertelt Fafa Attidzak, hoofd van de VN-vluchtelingenorganisatie in Dadaab. „We wachten tot de Keniaanse regering haar beloftes nakomt.” De grote toestroom van vluchtelingen moet nog komen, vermoedelijk in midden september wanneer de droogste zijn zwaarste punt heeft bereikt.

Vele vluchtelingen hebben zich nu op eigen houtje rond Dadaab gevestigd, tot er extra huisvesting is. De vrees groeit dat binnenkort de hulpverleners overmand raken. „Er is haast geboden”, waarschuwt Knapen, „de VN hebben zich vergist in de snelheid waarmee deze ramp zich uitbreid.”

„Er zijn hier dingen die u niet kunt zien”, geeft een VN-medewerker als cryptische boodschap aan Knapen mee. „De vluchtelingen lijden maar het ziet er allemaal nog normaal uit omdat we voedsel kunnen verstrekken. Maar als er straks onvoldoende is, kan de chaos uitbreken.”