De stank rondom Rupert Murdoch

De eerste dode is gevallen. Maandag werd Dean Hoare, voormalig showbusinessverslaggever van de zondagskrant News of the World en klokkenluider over de mores bij het mediaconcern News Corp van Murdoch, thuis dood gevonden. Volgens de politie in Londen is zijn dood „onverklaarbaar maar niet verdacht”.

Die conclusie is verklaarbaar, gezien de levenswandel van Hoare die ooit van drank en drugs moest afkicken. Maar ze is op voorhand ook een beetje verdacht. Hoare had aangekondigd dat hij nog meer feiten zou presenteren over de afluisterpraktijken van Rupert Murdoch en zijn managers bij News Corp, waarvan de politie wist of had kunnen weten.

De dood van Hoare is de laatste aanwijzing dat de afluisterzaak diep in de Britse samenleving is doorgedrongen. Het gaat nu niet meer alleen om de onoorbare en zelfs criminele journalistiek van News of the World en eventuele andere media. Het gaat ook steeds meer om de integriteit van het publieke domein.

Dat twee politieofficieren in Londen ontslag namen, korpschef Stephenson en zijn adjunct Yates, verantwoordelijk voor de veiligheid bij de komende Olympische Spelen, illustreert dat een van de allerbelangrijkste overheidsdiensten wellicht tot in de top niet onkreukbaar is geweest in haar contacten met News Corp.

Lagere politieagenten waren gevoelig voor smeergeld, kortom, waren corrupt. Of Scotland Yard daarom nooit werk heeft gemaakt van een strafrechtelijk onderzoek, hoewel de recherche beschikte over een karrenvracht aan bewijs, is niet duidelijk. Maar door het ontslag van de politiechefs krijgt die verdenking nu wel contouren.

Gisteren hield het Lagerhuis hoorzittingen waar de politiechefs Stephenson, Yates, vader en zoon Murdoch en twee (ex-)hoofdaanklagers werden ondervraagd. De eerste zei alleen maar te zijn opgestapt omdat hij vindt dat een politieman niet in opspraak mag zijn. De vergeetachtige Murdoch sr. schaamde zich maar zei geen verantwoordelijkheid te hebben.

Anders dan het Amerikaanse Congres heeft het Britse parlement in dit soort onderzoeken van oudsher weinig scherpe tanden. Bovendien heeft het Lagerhuis ook boter op het hoofd. Jaren hebben veel politici uit opportunistische angsthazerij gemene zaak gemaakt met kranten die telefoongesprekken afluisterden en beambten omkochten.

Maar daar moet het niet bij blijven. De plotselinge lef kan ertoe leiden dat de parlementariërs nu doorbijten. Dat is te hopen. Mits het Lagerhuis niet bang is het onderzoek uit te breiden naar de hele driehoek ‘politiek, pers en overheid’. Veel feiten wijzen tot nu toe op het bestaan van een soort symbiotische corruptie. Helder moet worden of het bederf zich uitstrekt tot meer publieke sectoren.

Pas als duidelijk is of het om structurele of toch maar om incidentele corruptie gaat, kunnen politici en pers weer overgaan tot de orde van de dag.