De mythe van de speciale ruimtepen

De Space Shuttle zou goed zijn voor vele uitvindingen, van teflon tot hartpomp.

Maar welke vondsten komen echt van het ruimteveer?

Morgen eindigt als alles goed gaat de allerlaatste Space Shuttle-vlucht met de landing van de Atlantis. Het ruimteveer, dat dertig jaar in bedrijf was, is zonder twijfel een hoogstandje van techniek en inventiviteit. NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie die 135 Shuttlevluchten uitvoerde, geeft ook hoog op van de wetenschappelijke en technologische verdiensten van het ruimteveer.

Maar welke uitvindingen danken we eigenlijk aan de bemande ruimtevaart? Wat is de op aarde bruikbare bijvangst, de spin-off in uitvindersjargon, waarvan fabrikanten met recht kunnen zeggen ‘ontwikkeld met ruimtevaarttechnologie’?

Zulke uitvindingen zijn lastig te vinden, ook al houdt NASA een uitgebreide spin-off-database bij. Het gebeurt maar heel zelden dat er iets uitsluitend voor de ruimtevaart uitgevonden wordt – en nog minder vaak dat het daarna vrijwel onaangepast bruikbaar is op aarde. Raketten, raketmotoren, hitteschilden en speciale robotarmen zijn bijvoorbeeld allemaal bonafide ruimte-uitvindingen, maar toch vooral bruikbaar in de ei gen sector: de ruimtevaart. De hitteschildtegels van de shuttle zijn een zeldzaam voorbeeld van een ruimtevaartuitvinding met aardse toepassing: die bleken ook bruikbaar als hittebestendig werkblok voor goudsmeden. Geen miljoenenhit.

De ontwikkeling en verspreiding van wetenschap, technologie en kennis verloopt nu eenmaal vaak langs grillige paden. Soms is de ontwikkeling van eerdere vondsten, zoals zonnecellen of brandstofcellen, in een stroomversnelling gekomen door veeleisende ruimtevaarttoepassingen. Of neem weer-, communicatie- en gps-satellieten – die hebben het leven op aarde weliswaar grondig veranderd, maar die zijn meestal in hun baantje om de aarde gekomen zonder dat er een astronaut aan te pas kwam.

En natuurlijk heeft de ruimtevaart een rijke wetenschappelijke oogst opgeleverd van ruimtetelescopen, of van sondes naar andere planeten en de zon. Die hebben de kennis van heelal, zon, zonnestelsel en aarde onmiskenbaar vooruitgeholpen. De resultaten van onderzoek naar gewichtloosheid zijn iets minder overvloedig. We weten nu dat ruimteziekte, een snel opkomende misselijkheid in gewichtloosheid, verrassend genoeg niets met zeeziekte te maken lijkt te hebben. En dat bot en spieren snel aan kracht en gewicht inboeten in gewichtloosheid. Ook is ontdekt dat sommige bacteriën zich agressiever voortplanten in gewichtloosheid. En er is de extreem nauwkeurige bevestiging van natuurkundige theorieën over de faseovergangen van helium in gewichtloosheid.

Voor plasma-onderzoeker Gerrit Kroesen van de TU Eindhoven deed de Nederlandse astronaut André Kuipers in 2004 gewichtloosheidsonderzoek naar High Intensity Discharge-gaslampen van Philips, die gebruikt worden voor bijvoorbeeld verlichting van snelwegen. „Er zijn zeker resultaten bereikt waarmee Philips betere lampen heeft kunnen maken”, zegt Kroesen. „De efficiëntie is de laatste jaren continu gestegen, en onze resultaten hebben daar zeker aan bijgedragen. Alleen kun je nooit zeggen: van die lamp in het schap is dat specifieke piefje van ons. Bovendien worden er altijd meerdere verbeteringen tegelijk doorgevoerd.” Het gewichtloosheidsonderzoek heeft bijgedragen aan modellen van plasmastromen in een lamp en die modellen leveren weer ontwerpregels op.

Maar veel zogenaamde ruimte-uitvindingen zijn ook gewoon sprookjes, gevallen waar een fabrikant handig aanhaakte op het romantische hightechimago van ruimtevaart. Een kort overzicht van enkele uitvindingen uit de ruimtevaart – of toch niet?

Bekijk de spinoff-database van NASA: sti.nasa.gov/spinoff/database