De hongerdood komt vaak door infectieziekte

Er is officieel hongersnood als in een gebied sprake is van verhongering, dood en vluchtelingenstromen. Dat is nu het geval in delen van Somalië.

In delen van Somalië heerst hongersnood. De Verenigde Naties hebben vanmorgen voor twee regio’s in het zuiden de alarmfase verhoogd van vier naar vijf, het hoogste niveau. In de getroffen gebieden, het zuiden van Bakool en de regio Lower Shabelle, wonen bijna twee miljoen mensen.

In internationale hulpverlenerstermen heerst ergens hongersnood als er sprake is van ernstige sociale ontwrichting, met een compleet gebrek aan voedsel en andere basisbehoeften, waar verhongering, dood en vluchtelingenstromen duidelijk aanwezig zijn. Het is de omschrijving van fase 5 in het vijfstapsalarmsysteem van de Integrated Food Security Phase Classification (www.ipcinfo.org).

Voor de rest van de Hoorn van Afrika, waar nog eens acht miljoen mensen in een noodsituatie leven, blijft waarschuwingsfase vier van kracht. Daar is „ernstig tekort aan voedsel, ernstige en verergerende ondervoeding, onomkeerbare sterfte onder het vee en een verhoogde sterfte onder de bevolking.” Ongeveer tweemaal zoveel als normaal.

Bij een hongersnood, in de hoogste alarmfase vijf, hoort een absoluut sterftecijfer. Van iedere 10.000 mensen moeten er dagelijks meer dan twee sterven. Voor de 400.000 mensen in het vluchtelingenkamp Dadaab betekent dat: zeker tachtig doden per dag. Ter vergelijking: het vluchtelingenkamp is iets kleiner dan Den Haag, waar gemiddeld dagelijks tien mensen sterven.

De hongerdood laat zich makkelijk beschrijven.

Een volwassene die niet dagelijks 250 gram koolhydraten (suiker en zetmeel), 100 gram vet en 50 gram eiwit eet, vermagert. Suiker, vet en eiwit zijn de calorieënleveranciers. In die hoeveelheden leveren ze ruim 2.000 kilocalorieën. Voor een voornamelijk stilzittende westerling is dat ruim voldoende om in leven te blijven.

Het is niet genoeg om gezond van te blijven. Daar zijn ook nog vitaminen en mineralen voor nodig. Wie daar te weinig van eet, raakt al ondervoed en krijgt uiteindelijk gebreksziekten. Bloedarmoede bij ijzertekort bijvoorbeeld. Maar eerst kan het afweersysteem al gaan haperen, waardoor infectieziekten eerder toeslaan. Of vermoeidheid. De VN schatten dat meer dan eenderde van de bevolking in het hongersnoodgebied momenteel ondervoed is.

Tussen de maaltijden verbruikt een mens vooral de aanwezige suikervoorraad (opgeslagen als glycogeen in lever en spieren) en – voor wie niet meer eet dan hij verbruikt – het vet en een deel van eiwit dat met de laatste voeding is binnengekomen. Wie langdurig te weinig eet verliest allereerst zijn vetvoorraad. Daarna komen de eiwitten uit de spieren aan de beurt. Die lichaamsvoorraden aan vet en eiwit van een weldoorvoede volwassene zijn genoeg om het zestig dagen zonder eten uit te houden. Het lichaam heeft bovendien een goed beschermingsmechanisme om vitale organen te beschermen tegen afbraak.

Alle mensen zijn nakomelingen van voorouders die ooit hongersnoden overleefden. Maar uiteindelijk, bij aanhoudende voedseltekorten, gaan eerst darmen en lever en uiteindelijk ook hart, nieren en zenuwstelsel eraan. Dan is de hongerlijder al lang in een toestand van lethargie vervallen. De kans is groot dat de dood eerder komt door een infectieziekte, veroorzaakt door een virus of bacterie die hun kans schoon zien in dat lichaam met weinig weerstand.

Het drama rond iedere hongerdode heeft misschien niet eens zoveel met voedsel en honger te maken. Het knagende gevoel in de maag, de darmkrampen, die zullen veel volwassenen in Somalië en Ethiopië wel meer in hun leven hebben meegemaakt. Ze hebben nu de beslissing genomen om hun dorp te verlaten, waar de oogst weer is mislukt en het vee gestorven. Wie nu van honger sterft had niemand meer in de buurt die in de dagelijkse slag om het schaarse voedsel in het vluchtelingenkamp nog iets wist te veroveren.