Dankzij de krant bestaat de bibliotheek nog

74 procent van Nederland is platteland, 33 procent van de Nederlanders woont er. Daarom deze zomer de wereld van het dorp, een paar keer per week bericht uit Opende. Vandaag: de mevrouw van de dorpskrant.

Wie zegt dat het slecht gaat met kranten? Dat geldt misschien voor de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden die ze in Opende lezen voor het nieuws van verre. De koster van de hervormde kerk brengt ze rond.

Misschien gaat het op voor gratis huis-aan-huisbladen als de Streekkrant, de Feanster, het Westerkwartier. Maar de enige krant met alleen nieuws uit eigen dorp, spellen ze in Opende. Wee als het blad niet is bezorgd. De betaalde oplage van dorpskrant De Keuvelaar is 720 exemplaren. Veel voor een dorp van 900 huizen. Een deel van de kranten gaat naar oud-Openders van wie sommigen al lang geleden verhuisd zijn. Ze willen op de hoogte blijven van het leven in hun dorp. „In de dorpskrant staat alles wat er gebeurd is of staat te gebeuren.” Joukje Scholte (56) verwoordt de filosofie van het 35 jaar oude blad. Zij is een van de drie vrijwilligers die de krant tien keer per jaar maken. Dat doet ze al 17 jaar.

Het grootste deel van de krant bestaat uit binnengekomen nieuws van de meer dan vijftig verenigingen uit een dorp van 2.436 mensen. „Sommige sturen drie A4’tjes”, zegt Joukje. „Daar begin ik niet aan.” Ze snoeit ook kopij van de twee basisscholen als die te veel bijdragen sturen. „We willen geen schoolkrant zijn.”

Joukje trekt er ook zelf op uit voor nieuws. Verslag van het dorpsfeest. „Er was zelfs een waarzegster aanwezig.” Interview met een honderdjarige. Overpeinzingen bij Dodenherdenking. Portret van een plaatselijke ondernemer. „Kapsalon Kreatief wederom in de prijzen.” Het verbaast haar steeds opnieuw „hoeveel er in dit dorp gebeurt”.

De dorpskrant voert ook campagne in tijden van nood. Voor de bouw van een sporthal. Tegen sluiting van het bibliotheekfiliaal. „Flink op de trom slaan”, noemt Joukje dat. „Het halve dorp trok naar het gemeentehuis”, zegt ze trots. Haar „opstandige heidebloed” speelt op.

Ze heeft als kind in Zuid gewoond, in zo’n vochtig, tochtig huisje dat je alleen nog in het themapark in Harkema ziet. Met put en pomp. Olielamp als enige verlichting. Zij en haar zus hadden chronische longontsteking. De huisarts heeft hen geholpen aan een van de eerste negen sociale woningen die in 1960 werden gebouwd in wat nu wordt gezien als dorpskern maar waar destijds alleen maar weiland was. Joukje noteerde kentekens van passerende auto’s. „Soms gingen er uren voorbij voordat een auto langskwam.”

Jongeren hebben geen zin, geen tijd om de redactie van de dorpskrant te versterken. Oproepen – in steeds alarmerender bewoordingen – leveren niks op. De redactie heeft gedreigd te stoppen. „Maar zo makkelijk geven we de dorpskrant niet op.”

Dick Wittenberg