'Are you finished? Could we discuss Kawabata now?'

Er zitten elf vlieguren tussen Frankfurt en Osaka. De Europese passagiers zijn sterk in de minderheid; het toerisme in Japan is dramatisch ingestort. Dat geldt ook voor de reizen naar Osaka, een stad die meer dan duizend kilometer van Fukushima is verwijderd. Maar ik ben hier en heb het geluk dat ‘Tani, Rina (Lina)’ – zo schrijft ze haar naam voor me neer – naast me zit. Na wat wederzijds geglimlach en een „enjoy your meal”, knopen we een gesprek aan. Rina/Lina heeft een Spaanse moeder en een Japanse vader. Een gekke toevalligheid: enkele dagen eerder zag ik mijn vrienden uit Madrid terug, nu reis ik naar Japan met iemand die bij een van hen om de hoek woont en zoals elk jaar voor twee weken terugkeert naar het land waar ze is opgegroeid.

Het gesprek krijgt nog meer wonderlijke wendingen. Rina’s zus vertaalt Japanse literatuur naar het Spaans en haar oom is een Japanse auteur. Ze heeft opgemerkt dat ik Schoonheid en verdriet van Yasunari Kawabata aan het lezen ben. Ze heeft het zelf net uit en is er net als ik bijzonder enthousiast over. Onze liefde voor de Japanse literatuur is voor ons allebei begonnen met Banana Yoshimoto en we zijn beiden niet zo gek van Murakami. Van Ryunosuke Akutagawa moet ik volgens haar het verhaal The Spider’s Thread opnieuw lezen, wat ik beloof. We hebben het nog over Mishima en Oë, zij vindt dat ik Shuhei Fujiwara dringend moet leren kennen, ik raad haar de hedendaagse korte verhalen van Yoko Ogawa aan. Terwijl ik de laatste twintig bladzijden van Schoonheid en verdriet lees, kijkt Rina aan mijn zijde naar een film. Nog nooit zo’n gezellige vlucht beleefd.

We zijn al voorbij Novosibirsk als we allebei uit onze overdosis tv en slaappogingen naar elkaar terugkeren. „Are you finished? Could we discuss Kawabata now?” „Of course!”

En daar gaan we weer, maar nu nog intensiever: spiegeleffecten, structuur en personages uit Schoonheid en verdriet worden minutieus door ons ontleed. We vullen elkaar aan en besluiten dat dit werkelijk een schitterend boek is.

Mogelijk is dit niet voor iedereen het ideale begin van een verre reis, maar ik ben week van dankbaarheid. Ook Rina lijkt aangedaan. We praten over vorige reizen, over hoe mensen die alleen reizen met elkaar aan de praat raken, spreken af dat we minstens één keer zullen e-mailen, hebben het gevoel dat we elkaar nog opnieuw zullen ontmoeten. En dan scheiden onze wegen.