Als dolle stier op piste

Naam: Jan Janssen

Leeftijd: 71

Tourprestaties:Winnaar algemeen klassement (1968), drievoudig winnaar groene trui (1964, 1965, 1967), zeven ritzeges.

„Cadel Evans kan de Tour winnen. Evans is een terriër, die lost nooit. Ook Contador lijkt me beter dan in de Pyreneeën. Ik vrees voor de Schlecks. Het wordt slecht weer in de Alpen, en dat ligt hen niet. Ze missen die splijtende demarrage bergop van de voorbije jaren.

„Ik was zeer goed in slecht weer. Bij regenweer is er meer zuurstof in de lucht. In de Tour van 1968 regende het eens zo hard, dat ik mijn bril af moest zetten. In de afdaling schuwde ik de risico’s niet. Mijn naaste concurrent Van Springel heeft mij achteraf gezegd dat hij me niet kon volgen. Eerlijk gezegd had ik zonder bril zelf niet in de gaten hoe gevaarlijk het was.

„Alpen of Pyreneeën, dat maakte mij weinig uit. Ik was geen klimmer, zag overal evenveel. Klimtalent is aangeboren. Je kan verbeteren: Hushovd kwam geen brug over, maar rijdt nu goed bergop. Maar een echte klimmer wordt hij nooit.

„Ik had de Tour in 1966 al moeten winnen. Ik had de gele trui veroverd in Besançon. De rit erna verloor ik hem aan Lucien Aimar. Ik zat achteraan te keuvelen toen hij wegreed. Radio Tour was ‘toevallig’ uitgevallen en had niets gemeld. Aimar mocht winnen omdat hij Fransman was. Ze hebben de boel achter mijn rug beklonken.

„De Tour de France was in mijn tijd stukken individueler. Ik had in mijn ploeg renners die helemaal niets voor mij deden. Wij gingen nooit zestig kilometer op kop rijden met de hele ploeg. Toen ik in 1968 de Tour won, had ik maar drie ploegmaten over. Ik moest het dus slim spelen. Na de bergen stond ik derde. De laatste drie dagen ben ik in het peloton blijven zitten en heb ik uitgerust. Van Springel droeg de gele trui en hij neutraliseerde alles.

„Voor de laatste rijdrit wist ik: nu moet het gebeuren. In kortere tijdritten was ik wel eens bij de eerste tien geweest, maar ik had nog nooit een tijdrit van 55 kilometer gereden. Ik had zestien seconden achterstand op Van Springel. Op 25 kilometer vernam ik dat ik 25 seconden voor lag. Het publiek aan de kant van de weg begon steeds luider te schreeuwen. Na veertig kilometer had ik 45 seconden. Ik ging de Tour winnen. Dan rijd je in een roes, je voelt niets meer. Ik vloog naar Parijs. Als een dolle stier heb ik nog de snelste ronde gereden op de piste, waar de aankomst lag. Ik was helemaal kapot. De streep had geen kilometer verder moeten liggen.”