Zwangere vrouwen, die leveren niets op

Het ziekenhuis is een bedrijf geworden.

Baby’s ter wereld brengen is kerntaak voor de gynaecoloog, maar het levert geen winst op.

Zaandam 16-6-2011 Zaans Medisch Centrum voor de artikelenreeks van Frederiek over gynacologie en verloskunde. Gynacologe Neriman Bayram (prijs gewonnen). Bij het tussen de benen kijken van een onbekende dame. Foto Floren van Olden

Incontinentie. Daar moet de afdeling gynaecologie van het Zaans Medisch Centrum het van hebben. Om geld te verdienen dan. Want die opdracht hebben ze sinds vijf jaar. En de behandeling van incontinentie is een van de weinige die standaard meer geld opleveren dan zij kost.

In Zaandam kunnen ze het efficiënt doen. Ook andere ziekenhuizen verdienen er geld mee; overal in het land is een markt aan incontinente oudere dames aangeboord. Gynaecoloog Marianne Alderliesten moet er nog steeds aan wennen: het ziekenhuis is de laatste jaren een bedrijf. Winst en verlies doen ertoe. Omzet genereren, efficiënter werken.

Absurd, zegt zij, dat een goed ziekenhuis in theorie failliet kan gaan. Zwangere vrouwen begeleiden die thuis niet kunnen bevallen – een van de kerntaken van de vrouwenarts – geldt sinds kort als onrendabele behandeling. Belangrijk, onmisbaar zelfs, maar het levert geen winst op. De behandeling is zelfs niet kostendekkend.

Dat zit zo: voor een deel van de problemen waarmee een patiënt komt, moet het ziekenhuis tegenwoordig met de verzekeraar onderhandelen. Zo bepalen ze de prijs van de behandeling. Elk jaar opnieuw. Van eerste onderzoekje tot ontslag uit het ziekenhuis. De verzekeraar biedt dan bijvoorbeeld vijftig euro per behandeling, zegt bedrijfsleider Suzanne Sneijders, terwijl de kosten voor het ziekenhuis 200 euro zijn. De verzekeraar vergelijkt het met de prijs die alle ziekenhuizen voor die behandeling vragen en zo komen ze tot een compromis. Bedoeling van de overheid is dat straks 70 procent van de behandelingen jaarlijks wordt uitonderhandeld. Dat moet de explosieve stijging van de kosten in de zorg drukken. Bij incontinentie lukt het de afdeling dus ónder de afgesproken prijs te werken, bij verloskunde zelden.

Vroeger, vóór de marktwerking, deed de arts wat hij nodig vond en declareerde hij achteraf bij overheid en, via de patiënt, verzekeraar. Er was wel een plafond, dat soms tegen het najaar werd bereikt. „Een probleem, want dan kwamen patiënten op een wachtlijst”, zegt Alderliesten.

Nu moet de afdeling dus efficiënter werken. Post en Alderliesten draaien elke cent om. Hij is hoofd van de verpleging en Alderliesten is voorzitter van de unit gynaecologie/verloskunde. Als we nou met hetzelfde personeel 1.200 bevallingen per jaar zouden doen in plaats van 1.000? Als we nou preconceptie counseling aanbieden? Een lifestylepoli? Als die verpleegkundige nou even doorwerkt tijdens de pauze...

Sommige afwegingen, zeggen zij, zijn extra lastig. Sinds een paar jaar is bekend dat in Nederland meer baby’s sterven rond de geboorte dan in andere landen. Wat de oorzaak is, is niet helemaal duidelijk. De beroepsvereniging van gynaecologen en verloskundigen (en kinderartsen) stelde een pakket maatregelen samen om de babysterfte te verminderen.

Alderliesten: „Dat willen wij ook maar dat kost geld, veel geld. Bijvoorbeeld meer verpleegkundigen op de afdeling.” Nu zijn het er standaard twee, voor vijf verloskamers. Maar meer verpleegkundigen, dat is níét efficiënt. De patiënt stelt tegenwoordig ook meer eisen, vertelt Post. „Ze willen allemaal aandacht, een gesprekje. Vroeger hadden we één hoofdzuster op veertig dames. Dat zou nu echt niet kunnen.” Ook de techniek geeft de patiënt veel te kiezen. Een bevalling kan pijnloos, mét een ruggeprik en toezicht van een verpleegkundige. Steeds meer vrouwen willen dat. Maar kostendekkend kan het niet. Het aantal echo’s dat wordt gemaakt van elke foetus, ter controle en taxatie van risico’s, is de afgelopen jaren fors gestegen. Alderliesten: „Dat zouden we per patiënt misschien iets minder vaak kunnen doen.”

Keizersnedes zijn weer wel rendabel. Wat niet wil zeggen dat de arts ze graag uitvoert. „Er is altijd een risico voor moeder en kind”, zegt Alderliesten. Vrouwen die er een eisen, krijgen hem niet zomaar. Tenzij ze, en dát gebeurt weleens, in een ander ziekenhuis gaan shoppen – of ze daar die behandeling kunnen krijgen. Of ze dreigen ermee. Alderliesten: „Je kunt een vrouw niet natuurlijk laten bevallen die dat echt niet wil.” Heel soms voert ze dus een keizersnede uit die niet noodzakelijk is en dat vindt ze „frustrerend”. In landen als Brazilië of de Verenigde Staten is een keizersnede heel gewoon – dat weten sommige patiënten.

De afdeling moet de kosten drukken per behandeling, maar ook de patiënt te vriend houden. Die kan anders makkelijk uitwijken naar het BovenIJ Ziekenhuis in Amsterdam of het Waterland Ziekenhuis in Purmerend. Het is een dun koord waar Ben Post en zijn afdeling over lopen. De afdeling is net gerestyled, de verpleegkundigen dragen bijpassende polo’s, op de vloer is een vrolijk pad geschilderd voor kinderen die naar de kinderafdeling lopen. Alleen de vijf verloskamers zijn nog de oude. Voor de vernieuwing zoekt Post sponsors.