Weer smachten als een tiener

Voor het eerst sinds 1994 trad gisteravond de herenigde band Take That op in Nederland, in de uitverkochte Amsterdam Arena. De ‘meisjes van toen’ waren er ook. „Ik ben weer vijftien.”

Ja, er waren tranen. Toen zanger Robbie Williams, ongeveer een half uur na aanvang van het concert, zich bij de rest van de band gevoegd had, waren ze duidelijk te zien, op beelden van het publiek op de schermen naast het podium. Vrouwen tussen de 30 en 45 jaar, met grote ogen en uitgestrekte handen, werden hier ‘herenigd’ met hun jeugdhelden.

Gisteravond was het zover: de langverwachte reünietour van de Britse ‘boyband’ Take That deed ons land aan. Sinds 2006 is de groep, die in 1996 opbrak, weer bij elkaar en sinds vorig jaar doet ‘verloren zoon’ Robbie Williams – hij stapte in 1995 uit de band – weer mee. Take That was in de jaren negentig een fenomeen vergelijkbaar met zanger Justin Bieber tegenwoordig: met een enorme aanhang onder uitzinnige tienermeisjes. In thuisland Engeland was de euforie het grootst, maar ook in Nederland moest na het officiële uiteengaan van de band een telefonische hulpdienst worden opgezet om rouwende meisjes bij te staan.

Een van die meisjes was Marieke (30), nu projectcoördinator bij de Nederlandse politie. Zij was een klassieke fan, verzamelde posters, T-shirts, potloden en gummetjes met afbeeldingen van de bandleden en ging iedere vakantie naar Engeland. Ze was „verliefd” op Robbie, maar heeft de band de laatste jaren niet meer gevolgd. Ze weet niet wat ze vanavond moet verwachten, al wordt het „zeker een mooie show”.

De meeste vrouwelijke fans lijken niet zenuwachtig of verliefd, er is eerder sprake van milde nostalgie naar de opwinding van toen – behalve bij vier fanatieke vrouwen uit Liverpool die al een uur voor aanvang met maskers van hun idolen op voor het podium staan. Ze komen speciaal voor ‘bad boy’ Robbie, zegt acupuncturist Vicky (40), want die vinden ze „Uhmm!” en ze stoot haar heupen naar voren. Danielle (36, uit Rotterdam) heeft al de hele dag „kriebels” in haar buik. Als het concert begint, zet ze zich af op de schouders van haar vriendin, en schreeuwt: „Ze zijn terug!”

En inderdaad: Take That is terug, met een daverende show en onvermoeibare geestdrift. Tweeënhalf uur wordt er gespeeld, met inzet van twee dozijn dansers, theatrale kostuums, een Alice in Wonderland-achtige parade, een bewegende robot die de zangers op zijn handen omhoog tilt, een muur van water, abseilende acrobaten, een beeldschone ballerina en metershoge vuurtongen. Maar vooral: met Robbie. Want als dit concert één ding duidelijk maakt, is het wel het nog altijd vlammende charisma van de inmiddels 37-jarige zanger. De eerste vijf liedjes werden gisteravond zonder hem gedaan, en dan is Take That een braaf stel mannen, dat meezingers speelt als Hold Up A Light en de zaal vraagt om het Wilhelmus te zingen.

Als ten slotte Williams verschijnt, uit een hoge opening in het decor, waar hij met hulp van een staalkabel uit springt, bereikt het gegil in de zaal het tienervolume. Williams, in slechts een hemdje over zijn getatoeëerde schouders, geeft zijn duivelse grijns ten beste, danst als een zwetende derwisj en schudt zijn heupen. Met enige zelfspot, want zo soepel gaat het zelfs bij hem niet meer. Hij speelt een soloset met eigen hits (Rock DJ, Angels, Feel) en daarna volgt de echte hereniging. De vijf mannen („We zijn nu een man band”, zegt Gary Barlow) zingen nieuwe hits als het dansbare Kidz en de oude successen Pray en Back For Good, uiteindelijk uitmondend in climax Relight My Fire, een volwassen dansfestijn met kinky danseressen.

Als de klanken van het laatste nummer zijn weggestorven, staat Marieke vooraan nog wat na te wiegen. „Een fantastische show, de nieuwe liedjes zijn leuk, ze zingen geweldig...” Ze zucht. „Ik ben weer vijftien.”