Waarom vinden we antiek zo mooi?

Nieuwe spulletjes hebben zo hun eigen aantrekkingskracht. Na verloop van tijd verliezen ze vaak even onze interesse, totdat ze ineens vintage en heel hip zijn. Maar waarom vinden we antiek eigenlijk zo mooi, vraagt de redactie van nrc.next zich af.

Er zijn legio redenen waarom antiek ons bekoort. Schoonheidsbeleving is vaak heel persoonlijk. Kunsthistoricus Henk van Os vertelt: „Als je het mooi wilt formuleren, kun je zeggen dat antiek een stoffelijke verbondenheid met het verleden benadrukt.”

Leonne van Bakel van Van Nie Antiquairs beaamt dat: „Antieke meubelen hebben hun eigen verhaal en dat voel je. Maar het zijn ook gewoon spullen die de tand des tijds hebben doorstaan.”

We hebben de neiging die ambachtelijkheid te vereren, zegt Van Os, „maar een mooie antieke secretaire of boekenmolen straalt natuurlijk ook een beetje geleerdheid uit.”

Van Os vertelt dat onze waardering voor oude meubels en gebruiksvoorwerpen ontstond tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw. In de geschiedschrijving kwam de stroming van het historisme op. Historici uit die school probeerden via oude bronnen het verleden zo objectief mogelijk te reconstrueren.

Naast de ‘gewone’ geschiedenis kon ook oude kunst rekenen op nieuwe belangstelling. Het aantal musea nam sterk toe en ook privéverzamelaars dienden zich in groten getale aan.

Kunstenaars, in Nederland maar vooral ook in Engeland en Amerika, liepen voorop in deze ontwikkeling. Iets later volgde ook de gegoede burgerij. „Al in 1854 werd in Amsterdam een grote tentoonstelling georganiseerd, waar ‘voorwerpen van kunst en nijverheid uit vroegeren tijden’ te zien waren. Niet veel later deed iedere zichzelf respecterende stad iets soortgelijks”, vertelt Eloy Koldeweij van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Sindsdien is onze liefde voor antiek nooit helemaal verdwenen. Al fluctueert onze belangstelling wel. Van Os herinnert zich een editie van het tijdschrift Goed Wonen van vlak na de Tweede Wereldoorlog: „Daarin stond een foto van een interieurtje met van die oude fauteuils, die trouwens heerlijk zitten, met daaronder de tekst: ‘U kunt wel zien dat hier een NSB’er woont’.”

Jan Postma