U hoort de premier, misschien

De raadselachtige branden die vrijdag in de zendmasten van Lopik en Smilde hebben gewoed, hebben enkele feilen aan het licht gebracht, die actie van betrokkenen vereisen, de rijksoverheid niet op de laatste plaats.

Dat in grote delen van Nederland Radio 1 tot en met 4 en een aantal commerciële zenders niet via de FM-frequenties konden worden ontvangen, was al vervelend voor de liefhebbers van actualiteiten, sport en muziek. Maar ernstiger is een gevolg waar Tweede Kamerleden van het CDA op hebben gewezen in bezorgde schriftelijke vragen aan de ministers van Binnenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie en OCW. Ook de omroep RTV Drenthe was niet meer voor iedereen in de regio te beluisteren en dat is vooral zorgelijk omdat zij ook als calamiteitenzender fungeert. De overheid geeft de burgers in Noordoost-Nederland onder meer via deze zender informatie als zich een ramp voordoet.

Het is dus maar goed dat de kleine ramp die de brand in Hoogersmilde was, niet is gevolgd door een grotere ramp. Inmiddels is de situatie minder riskant geworden, doordat Radio Drenthe sinds gisteren voorlopig ook via de ASTRA-satelliet gratis is te ontvangen. Daarmee wordt de periode tot eind van de week overbrugd. Dan moet er bij de Johan Willem Frisokazerne in Assen een noodmast staan die de zendmast Smilde vier weken vervangt.

Het zegt wel iets over de urgentie dat bij deze installatie militairen zijn ingeschakeld en de kennelijke verantwoordelijkheid die de overheid hiervoor voelt. Duidelijk is dat het beheer van de zendmasten gecompliceerd is doordat er drie ondernemingen bij betrokken zijn en daarnaast omroepen en telecommunicatiebedrijven als huurders.

De vraag is of bij frequentiebeheer geen sprake is van doorgeslagen marktwerking. De voorzitter van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), Henk Hagoort, heeft er gisteren in een brief aan minister Maxime Verhagen (Economische Zaken, CDA) op gewezen dat het publiek nu de dupe lijkt te worden van deze complexiteit. En omdat Radio 1 de functie heeft van nationale calamiteitenzender, is er volgens de NPO-voorzitter sprake van „zelfs potentieel gevaarlijke situaties”.

Met recht dringt Hagoort aan op een onderzoek dat Verhagens ministerie moet initiëren om te bezien of de basisvoorziening die Radio 1 als calamiteitenzender is, voldoende is gewaarborgd. Daarbij mag ook onder ogen worden gezien dat etherfrequenties nog altijd tot de vitale infrastructuur behoren, net als bijvoorbeeld energienetten. Een belangrijke rol bij het beheer hiervan voor de overheid, als belangenbehartiger van de samenleving, is dus essentieel.