Samenleving heeft baat bij beroepsgeheim medici

H.J.R. Kaptein en Hans Werdmölder geven in NRC Handelsblad van 15 juli hun mening over het medisch beroepsgeheim. Hun pleidooi maakt duidelijk waarom ik meer vertrouwen heb in de zwijgplicht van medici dan in de redenering van juristen. Voor alle duidelijkheid – een dokter die zich op beroept op zijn zwijgplicht als een patiënt een misdaad wil begaan, is verkeerd bezig. De situatie rond Tristan van der V. is evenwel een andere dan in het opiniestuk. Hier is geen sprake van het melden van een plan vooraf, maar van de analyse van de daad achteraf.

Kaptein en Werdmölder vinden dat de medische gegevens van Van der V. ter beschikking moeten worden gesteld van het Openbaar Ministerie. Nabestaanden zouden er recht op hebben dat alles boven water komt. Het recht van slachtoffers op informatie wordt dus hoger geplaatst dan het recht op geheimhouding tussen arts en patiënt. De auteurs geven geen argumenten. Hun voorbeelden passen bij een andere ‘zaak’ – dat artsen zwijgen als zij een misdrijf zien aankomen.

Op de retorisch bedoelde vraag „Wie mijdt de dokter omdat bekend is dat gevaarlijke patiënten worden gemeld”, luidt mijn antwoord: patiënten als Van der V.! De auteurs hebben mogelijk geen idee hoeveel moeite het soms kost om een zieke die een potentieel gevaar voor de samenleving is, te bewegen om psychiatrische hulp te zoeken. Het wantrouwen van zulke mensen is soms groot. Dat wantrouwen zal alleen maar groeien door het openbaar maken van medische gegevens. Psychiatrische zorg zullen ze mijden. Daarmee is de samenleving niet gediend.

Ron Vellekoop

Zoetermeer