Op naar Moskou, allemaal, want elders is het leven erger

De stad is vol, met z’n vier miljoen auto’s. En er is corruptie. Maar Moskou is een magneet voor heel veel Russen.

RUSSIA 2008 ROAD TRAFFIC MOSCOW 3384895 Alex Segre / Rex Features/Holl>

Om zeven uur ’s ochtends zijn de sjouwers op het Leningradstation druk in de weer. Het leven lijkt hier voor niemand ooit stil te staan. Met ijzeren regelmaat stromen de elektritsjka’s, interlokale treintjes, binnen. Ze brengen honderden forensen uit de voorsteden, die soms twee uur onderweg zijn om op hun werk te komen. Op een naastgelegen perron arriveerde een half uur eerder de derde nachttrein uit Sint-Petersburg.

In duistere steegjes achter de perrons klinkt gepalaver van handelaren uit de Centraal-Aziatische delen van de voormalige Sovjet-Unie. Alleen de tientallen zwervers, die soms op straat hun roes uitslapen, lukt het niet op gang te komen. Zelfs als de karretjes met koopwaar bijna over hun voeten rollen, geven ze geen krimp.

Het Leningradstation is een van de vele toegangspoorten van Moskou. Ernaast en ertegenover zijn nog twee spoorstations waar het op het vroege uur al even druk is en passagiers uit andere windrichtingen worden aangevoerd. Allemaal omdat ‘het’ in Moskou gebeurt: 70 à 80 procent van het Russische economisch leven speelt zich er af. Iedereen die voorwaarts wil in het leven weet dat hij daar moet zijn.

En juist door die drang overstroomt Moskou, niet alleen met mensen, maar ook met auto’s.

Toen ik in de jaren tachtig voor het eerst in Moskou kwam, waren de hoofdstraten nog redelijk leeg, met hier en daar een Lada of een Volga, of een Zjigoeli die een wiel verloor – dat dan rustig voort rolde,zoveel ruimte was er op de weg. Vierhonderdduizend auto’s telde de stad in die tijd, op zo’n negen miljoen inwoners. Inmiddels is het aantal auto’s vertienvoudigd tot vier miljoen. En áls je in Moskou een auto hebt, gebruik je hem, ook al heeft de stad een voortreffelijk functionerend metronet dat je in een half uur uit het centrum naar iedere gewenste uithoek brengt.

Niet alleen in de spits telt de stad files op de vier ringwegen of de ‘radialen’ die je het centrum in- en uitvoeren. Ook in iedere andere hoofdstraat en op bijna ieder ander tijdstip kun je eindeloos vaststaan. Het fileprobleem is onoplosbaar. De hoofdwegen zijn te smal en de grond aan weerszijden ervan is in de jaren negentig door de inmiddels afgezette burgemeester Loezjkov verkocht aan ondernemers, die er winkelcentra hebben neergezet. Verbreding van de wegen is onmogelijk.

Planologie is sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie sowieso niet een van Moskous sterke kanten.

Alleen ’s nachts en op zaterdag- en zondagochtend is het stadscentrum voor de automobilist nog begaanbaar. Op andere tijdstippen haat je alle auto’s. En je krijgt ook een bloedhekel aan het gemeentebestuur. Dat doet weinig om verlichting te bieden, bijvoorbeeld door het invoeren van een systeem van betaald parkeren dat ervoor zou zorgen dat automobilisten uit financiële overwegingen de auto thuis laten en met het openbaar vervoer naar hun werk gaan.

Van de lente tot aan de herfst leidt autorijden in het weekend ook nog tot een bijvoeglijk drama: dat van de wekelijkse uittocht naar de datsja’s, de buitenhuisjes die veel Moskovieten hebben. Zondagmiddag rond vier uur begint de terugkeer, eveneens met het karakter van een kleine volksverhuizing. Heen en weer, uit en thuis, zijn ze op die dagen in totaal acht uur onderweg.

Vier miljoen auto’s dus, als het er niet meer zijn. Want het huidige officiële aantal inwoners van 11,4 miljoen klopt allang niet meer. In werkelijkheid leven waarschijnlijk 18 miljoen mensen in Moskou, wat betekent dat die extra zeven miljoen niet officieel geregistreerd staan. Deze ‘illegalen’ zijn niet alleen gastarbeiders uit Centraal-Aziatische republieken als Kirgizië en Tadzjikistan, die in Moskou hun geluk komen zoeken in de bouw of als straatveger, maar ook hoogopgeleide Russen uit Siberië of het Verre Oosten, die het zakenleven ingaan of een winstgevende artsenpraktijk willen opzetten in de stad van het grote geld.

Waarom Moskou zo’n magneetfunctie uitoefent op het hele land, besef je pas als je de stad verlaat en ziet hoe het er in de rest van het land aan toegaat. Immers, op een handvol ‘succesvolle’ steden na, zoals Sint-Petersburg, Perm of Jekaterinenburg, stagneert Rusland. In veel steden liggen de fabrieken stil, landbouw is een uitstervende activiteit en als je er geen baantje als ambtenaar of politieman weet te bemachtigen, resten je de wodkafles en de verveling. Nee, dan op naar Moskou. Tsjechovs drie zusters uit het gelijknamige toneelstuk wisten het honderd jaar geleden ook al.

Het wilde kapitalisme dat de stad al zo’n kleine twintig jaar in zijn greep heeft, zorgt voor grote tegenstellingen. Moskou telt zo’n 600.000 multimiljonairs. Maar het grootste deel van de bevolking leeft van een relatief laag inkomen, ook al krijgen de Moskovieten een toelage van de gemeente als tegemoetkoming voor de hoge kosten van het levensonderhoud. De prijzen van voedsel en kleding zijn er gemiddeld twee keer zo hoog als in Nederland, doordat bijna alles wordt geïmporteerd.

En dan is er nog iets wat de stad kwelt en met al die hoge prijzen samenhangt: de nietsontziende corruptie. Die bedraagt naar schatting zeker 300 miljard dollar per jaar en heeft op alle niveaus van de samenleving een verlammende werking.

Het is niet zo vreemd dat de omvang van de corruptie in Moskou het grootst is. Wil je als kleine ondernemer een bedrijfje opzetten of een festival organiseren, dan ben je in de praktijk altijd te laat met het aanvragen van de juiste vergunningen. Om alsnog je plannen te kunnen realiseren moeten er steekpenningen worden betaald aan de politie, en die vindt dit de gewoonste zaak ter wereld.

De corruptie bepaalt ook dat woningen in Moskou peperduur zijn. Want met bouwen vallen de meeste steekpenningen te verdienen. Door bijvoorbeeld de bouwkosten veel hoger op te geven dan ze in werkelijkheid zijn, kunnen ambtenaren een vermogen vergaren. Een eenkamerflatje van veertig vierkante meter in een wijk buiten het centrum kost al gauw 200.000 dollar. In combinatie met een hypotheekrente van 19 procent is het voor gewone Russen praktisch onmogelijk om een huis te kopen, als ze nog iets van hun salaris willen overhouden om van te leven.

Het enige voordeel is dat de meeste originele Moskovieten in de jaren negentig hun huis voor enkele honderden dollars van de staat hebben gekocht en ze over wisselgeld beschikken. Maar de nieuwkomers hebben het moeilijk en zijn gedwongen te huren in een stad waar een eenkamerappartement vaak boven de 500 euro per maand kost. Niet zelden delen jonge alleenstaande nieuwe Moskovieten zo’n eenkamerflat met meerdere lotgenoten.

Omdat met dat bouwen zoveel geld valt te verdienen, wordt overal gebouwd. Projectontwikkelaars met goede contacten bij de lokale overheid laten historische panden vaak illegaal slopen om er complexen met luxeappartementen neer te zetten. En als er geen vergunning wordt verleend, gaat zo’n oud pand om een duistere reden in vlammen op, zodat er ook nog een fikse verzekeringspremie valt op te strijken.

Een einde aan die problemen zal er niet snel komen. De uitdaging die Moskou biedt, is er dus vooral een van hoe te overleven. Veel Russen leggen zich daarbij neer. Want als zij naar de stad trekken, weten ze heel goed waar ze aan beginnen.