OM: begin 'n zaak over Martijn, maar wel snel

Het Openbaar Ministerie wilde de pedofielenvereniging in juni niet vervolgen.

Nu vraagt het wel een letselschadespecialist snel een zaak over Martijn te starten.

Annette Toonen

Vorige week woensdag ging de telefoon bij letselschadespecialist Yme Drost in Hengelo. Aan de lijn was de plaatsvervangend hoofdofficier uit Rotterdam, Janet ten Hoope. Zij vroeg Drost de door hem aangekondigde procedure over pedofielenvereniging Martijn „met spoed” te starten.

Een opmerkelijk verzoek, omdat het Openbaar Ministerie juist in juni bekendmaakte geen aanleiding te zien voor vervolging van de vereniging. Leden van Martijn hebben zich in het verleden schuldig gemaakt aan strafbare feiten, maar er is geen aanwijzing dat de vereniging het plegen van strafbare feiten als oogmerk heeft, concludeerde het OM. In de statuten van Martijn staat zelfs expliciet dat de vereniging haar doelen – acceptatie van relaties tussen ouderen en jongeren – binnen de grenzen van de wet nastreeft.

Direct na het besluit om niet te vervolgen, maakte Drost bekend naar het gerechtshof te zullen stappen om alsnog vervolging van de vereniging af te kunnen dwingen via een zogeheten artikel 12-procedure. Dat middel, waarbij het gerechtshof beoordeelt of een besluit om niet te vervolgen goed is geweest, is ook succesvol ingezet in de zaak tegen politicus Geert Wilders. Ook in die zaak wilde het OM niet vervolgen omdat Wilders niets strafbaars zou hebben gezegd, maar het werd daartoe gedwongen door het gerechtshof.

Drost vindt dat het OM zich in deze kwestie te makkelijk van de zaak heeft afgemaakt. De vereniging maakt zich volgens hem wél schuldig aan strafbare feiten. Dat zou onder meer blijken uit chatverslagen die hij via ‘een infiltrant’ heeft gekregen uit het besloten deel van de website van vereniging Martijn. Dat deel van de website is door het Openbaar Ministerie „niet meegenomen” in het onderzoek, schreef het in juni, „omdat het sinds december 2010 niet meer bestaat”. Maar Drost heeft de aangifte tegen Martijn al eerder, in mei 2010, gedaan. Het OM schreef ook aan de letselschadespecialist dat er „geen indicaties waren” dat strafbaar materiaal werd uitgewisseld op het besloten forum. Is dat niet in strijd met de zin dat het niet is onderzocht? Een woordvoerder van het OM: „Het Korps landelijke politiediensten houdt vereniging Martijn al jaren in de gaten.”

Het telefoontje van de hoofdofficier verbaasde Drost. „Ik had zoiets van: dit is raar. Ik mag toch aannemen dat ze achter hun besluit staan. Het is opmerkelijk, misschien zelfs wel een novum.” Maar, vindt Drost, „beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald”. Vandaag verstuurt hij zijn verzoek. „Ik doe het met alle plezier.”

Het is „zeker niet zo” dat het OM terugkomt op het besluit om niet te vervolgen, zegt een woordvoerder van het parket in Rotterdam. Het OM wil alleen graag dat er snel duidelijkheid komt. „De artikel 12-procedure is een juridische weg die bewandeld kan worden. Als dat gaat gebeuren, hebben wij liever dat het snel gebeurt. Nu heeft de juridische route nog een open einde, en dat leidt tot veel vragen en initiatieven in het land.”

De woordvoerder van het OM doelt op het grote aantal Kamervragen aan minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) over de vereniging. Er werd gedemonstreerd voor de deur van Marthijn Uittenbogaard, bestuurslid van Martijn en zijn huis werd beklad (zie kader). Hagenaar Henk Bres verzamelde voldoende handtekeningen om een verbod van de vereniging op de agenda van de Tweede Kamer te laten zetten. Na de zomer zal er over worden gesproken. Drost: „Het is duidelijk dat de samenleving het niet pikt.”

De beantwoording van de Kamervragen door de minister zal overigens een stuk makkelijker worden als de procedure bij het gerechtshof loopt. De zaak is dan ‘onder de rechter’ en dat betekent dat Opstelten zich er niet over hoeft uit te laten. Wat dat betreft kan het een effectieve manier zijn om de angel uit het burgerinitiatief te halen. De woordvoerder van het OM wil niet zeggen of er politieke druk achter het telefoontje naar Drost zit. „Maar ik kan me zo voorstellen dat de minister denkt: als er toch een artikel 12-procedure komt, dan maar het liefst snel.”

De letselschadespecialist Drost treedt op tegen de vereniging Martijn namens de ouders van een meisje dat seksueel is misbruikt. Tijdens de behandeling van de zaak tegen de dader kwam aan de orde dat de dader Geert B. uit Glanerbrug „tips” had gekregen via vereniging Martijn over misbruik en hoe je dat het beste kunt verhullen.

Drost heeft inmiddels een nieuwe aangifte tegen de vereniging gedaan, waarover het OM nog moet beslissen. Hij zegt dat hij over nieuwe feiten beschikt, al wil hij niet zeggen welke.

Martijn beroept zich, bij monde van Marthijn Uittenbogaard, op de vrijheid van meningsuiting en vereniging. Drost: „Daar vergist hij zich dan in, want die is niet onbegrensd. De vrijheid kan worden ingeperkt ter bescherming van de goede zeden.”

Uittenbogaard noemt het „een rare gang van zaken” dat het OM Drost heeft gebeld om hem aan te sporen snel een artikel 12-procedure te beginnen. „Dat moet welhaast zijn vanwege alle commotie die is ontstaan bij het volk”, schat hij in. Uittenbogaard sluit niet uit dat op het besloten en inmiddels verdwenen forum op de website van Martijn omstreden opmerkingen zijn gemaakt. „Dat kan. We hadden weinig moderators.” Mensen die tien keer een berichtje hadden gepost, konden deelnemen aan het besloten forum. „Daar zaten ook pedojagers tussen”, zegt hij.