Of hij nou kan of niet, Contador móét

Alberto Contador, die alle vijf grote ronden won waarin hij startte sinds 2007, steekt niet in grootse vorm.

Maar hij is niet kansloos, en wil morgen „verschil maken”.

Onderschat niet de zeventiende etappe van woensdag naar het Italiaanse Pinerolo, sprak de graatmagere Alberto Contador gisteren op de tweede rustdag in de Ronde van Frankrijk. Natuurlijk, de belangrijkste Alpenritten zijn overmorgen (finish op de honderdjarige Galibier) en vrijdag (Alpe d’Huez). „Maar met slecht weer kan er woensdag ook verschil worden gemaakt. Er wachten nu drie zware dagen in de Alpen. Ik zal moeten aanvallen.” Of de concurrentie volgen en zaterdag de Tour alsnog winnen in de tijdrit bij Grenoble? „Nee, onmogelijk.”

Contador (28) is een exceptioneel talent in zijn sport, zoals Roger Federer in het tennis of Lionel Messi in het voetbal. Met onnavolgbare demarrages bergop toont hij de wereld iets wat niemand anders zo goed kan. Hij wint met grote voorsprong; op de steilste flanken van de Angliru in de Ronde van Spanje 2008, in de klim naar het Zwitserse Verbier in de Tour van 2009 of dit jaar in de Ronde van Italië op de vulkaan Etna. Daarbij laat de Spanjaard zijn inspanningen eruitzien alsof iedereen het zou kunnen. „Aanvallen is mijn natuur”, stelde hij gisteren eenvoudig.

Maar kán hij deze Tour nog aanvallen? In de Pyreneeën, met voor hem ideale aankomsten bergop als Luz Ardiden en Plateau de Beille, moest de drievoudig Tourwinnaar zich beperken tot het volgen in de groep met favorieten. Hij zag er zeker zo vermoeid uit als de anderen. Maar in de Alpen wordt alles anders, verwacht El Pistolero. „De beklimmingen zijn langer dan in de Pyreneeën en je rijdt op grotere hoogte.” Zou dat veel verschil maken?

Ritwinnaar Jelle Vanendert reed de 15,8 kilometer lange beklimming van Plateau de Beille handgeklokt in 46 minuten en vijf seconden. De groep-Contador deed er 48 tellen langer over. Lance Armstrong won in 2002 in 45.43 en in 2004 in 45.30. Contador was in 2007 liefst twee minuten en 45 seconden sneller dan dit jaar: 44.08.

„De Tour is gezonder geworden”, citeerde de Franse krant L’Equipe gisteren Frankie Andreu, een voormalige ploeggenoot van Lance Armstrong, die zelf epogebruik heeft toegegeven en tegen zijn voormalige kopman getuigde voor de Amerikaanse rechter. Verrassende winnaars als Thomas Voeckler en Vanendert zouden volgens hem het beste bewijs zijn voor de toegenomen gelijkheid en de afgenomen doping in het peloton. Sceptici blijven juist vraagtekens zetten bij elke verrassende winnaar.

De tijden van Plateau de Beille, zwart op wit, passen in een trend dat het peloton de laatste jaren minder snel klimt dan in het tijdperk voor de epocontroles en bloedpaspoorten. Al wil Bjarne Riis, ploegleider van Contador, de cijfers nuanceren. „Geen twee etappes zijn gelijk. En je hebt het weer, de tactiek. Nu lieten ze Vanendert gaan en hoefde het daarachter niet zo hard. Alberto kan veel beter dan in de Pyreneeën. Hij weet wat hij moet doen: aanvallen, tijd winnen op Evans en Voeckler.”

Contador zelf gaf gisteren opnieuw aan dat hij na zijn zege in de Giro niet fris is in de Tour. Marco Pantani was in 1998 de laatste renner die beide rondes won in hetzelfde jaar. Vorig jaar mislukte de Tour van de nummer één en twee van de Giro, Basso en Evans. „De Giro is geen ideale voorbereiding op de Tour”, zegt Contador. „Ik ben hier niet op hetzelfde niveau als in de Giro. Bovendien bood die wedstrijd meer kansen om aan te vallen. Hier zijn de cols allemaal later in de ronde. Dit is de zwaarste Tour die ik ooit reed.”

Uit vrees voor de zware laatste Tourweek kozen de meeste van de favorieten voor een lange voorbereiding met weinig wedstrijden en veel duurtraining. Zij hopen het verschil te maken door in de Alpen minder verval te hebben dan de concurrentie. Contador ging juist voluit in de Giro, omdat hij op dat moment door een dreigende rechtszaak over dopegebruik nog niet wist of hij überhaupt aan de Tour mocht meedoen.

Zelf ziet Contador alvast één lichtpunt. „De vermoeidheid van de Giro is er, maar mijn grootste probleem was de val.” In de negende etappe blesseerde hij zijn knie. „Ik kon niet op een natuurlijke manier trappen en veranderde daardoor mijn eigen stijl. In de Pyreneeën had ik bij de start nog problemen, maar tijdens de race verbeterde ik. In de Alpen zal ik beter zijn dan in de Pyreneeën.”

Ervaring kan een ander voordeel zijn voor Contador, die alle vijf grote ronden won waarin hij startte sinds zijn Tourzege van 2007 (toen sponsor Rabobank leider Rasmussen in gewonnen positie uit de wedstrijd haalde). Zonder de 1.30 minuut verlies bij een valpartij in de eerste rit zou hij nu maar 2.30 achter staan op Voeckler, 41 tellen op Andy Schleck, 24 op Evans en 15 op Frank Schleck. „Dan had ik kunnen vertrouwen op mijn tijdrit.” Nu niet. Of Contador nog kan aanvallen of niet, hij moet.