Minder ziekenhuizen met alle spoedeisende hulp

Steeds minder ziekenhuizen hebben een afdeling spoedeisende hulp (SEH) die alle zorg biedt aan patiënten met acute problemen. Het aantal SEH’s dat non-stop open is en alle urgente medische problemen aankan, is in drie jaar afgenomen van 104 naar 67.

Dat stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een onderzoek naar de bereikbaarheid van de spoedeisende hulp in Nederland. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) heeft dat gisteren naar Tweede Kamer gestuurd.

Nu er minder afdelingen zijn voor alle patiënten met acute klachten, kunnen 142.000 Nederlanders de dichtstbijzijnde afdeling spoedeisende hulp die alles aankan niet meer binnen 45 minuten per ambulance bereiken. Dat laatste is de wettelijke norm.

Het gaat om 0,86 procent van de bevolking, aldus het RIVM. Deze mensen wonen in afgelegen, dunbevolkte gebieden, zoals in de grenssteken met België en Duitsland. Patiënten bepalen zelf wat acute klachten zijn. Daar is geen definitie voor.

De afname van het aantal afdelingen spoedeisende hulp die alle zorg bieden, komt vooral door fusies van ziekenhuizen. Ook zijn bij nieuwbouw meerdere locaties samengegaan, met één SEH tot gevolg.

Wie ook alle onvolledige SEH’s beschouwt, moet constateren dat er vrijwel geen ziekenhuizen zijn die de acute zorg helemaal hebben afgestoten. Onvolledige SEH’s bieden volgens het RIVM niet alle hulp op de volgende acht terreinen: interne geneeskunde, chirurgie, gynaecologie, kindergeneeskunde, neurologie, KNO-heelkunde, oogheelkunde en dermatologie.

De Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) heeft bedenkingen bij het onderzoek. „Welbeschouwd hebben 99 ziekenhuizen nog spoedeisendehulpafdelingen”, zegt voorzitter Menno Gaakeer. „Kijk je zo, dan is de bereikbaarheid nog dezelfde als in 2008.”

Hij noemt het onderscheid tussen volledige en onvolledige SEH’s „dubieus”. „Het RIVM heeft helemaal niet gekeken of ziekenhuizen misschien een speciale SEH-arts in dienst hebben genomen.” De afgelopen vijf jaar zijn er 240 SEH-artsen opgeleid die bekend zijn met alle acute ziektebeelden. Zij kunnen een aanvulling vormen op onvolledige SEH-afdelingen. Het gaat om een nieuw medisch specialisme. Volgens Gaakeer is (nog) niet te zeggen of patiënten gedupeerd worden door de concentratietendens, die de komende jaren naar verwachting doorgaat.