Kan het ook anders?

Volgens veel onderzoekers is een CO2-tax een beter alternatief. Zo bleek uit recente simulaties van TU-promovendus Emile Chappin dat een simpele belasting beter werkt, omdat daarmee de kosten van CO2 stabiel en voorspelbaar blijven. Dat geeft bedrijven meer zekerheid, waardoor ze eerder investeren in andere technieken. Maar de weerstand tegen een CO2-tax, en de overheidsbemoeienis die daarmee gepaard gaat, is groot.

Bedrijven kunnen ook een beperkte hoeveelheid emissierechten buiten de EU verdienen door duurzame projecten buiten de EU, zoals een windmolenproject in China, te financieren. Critici wezen op de geringe controle op deze projecten. Werd er daadwerkelijk zoveel CO2 bespaard als aangegeven? Dat toezicht is inmiddels aangescherpt.

Het aanplanten van bos is een andere manier om CO2 te compenseren. Dat gebeurt vooral in ontwikkelingslanden. Maar bomen planten is vaak een tijdelijke oplossing, omdat het veel ruimte in beslag neemt. De bossen moeten tenminste vele honderden jaren blijven staan om de CO2 uit de atmosfeer te houden. Dat kan botsen met bijvoorbeeld de behoefte van kleine boeren om delen van bos neer te halen voor landbouwgrondjes.

Het niet kappen van oerbos is ook een mogelijkheid: overheden van landen als Indonesië en Bolivia krijgen emissierechten wanneer zij bestaand bos laten staan. Nu is ontbossing wereldwijd nog voor ruim 15 procent veroorzaker van de CO2-uitstoot. Probleem bij deze constructie is dat veel inheemse bevolkingsgroepen juist leven in deze oerbossen en dat zij aanspraken (willen) maken op die stukken land.