In Nederland blijft het bij voicemails

In Groot-Brittannië luisteren journalisten politici af, maar in Nederland is het al nieuws dát de voicemailberichten van bewindslieden gemakkelijk af te luisteren zijn.

„Groetjes, hoi.” Zo sluiten Nederlandse ministers hun voicemails aan elkaar af, weten we nu.

In Groot-Brittannië luisterden gewiekste journalisten routinematig en grootschalig telefoons van politici, beroemdheden en nabestaanden van misdaadslachtoffers af. In Nederland is één geval van afluisteren van politici bekend. In maart maakte actualiteitenrubriek EenVandaag bekend dat de voicemail van ministers, burgemeesters en Kamerleden onbeveiligd waren, en liet ter illustratie twee begroetingen horen. Maar over de inhoud van de afgeluisterde voicemails zei het programma niets.

Vorige week reageerde minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA): hij zag in het hacken geen aanleiding om te onderzoeken of de staatsveiligheid in het geding is geweest. Bovendien was alles beperkt gebleven tot enkele incidenten.

Daarop liet EenVandaag nog wat extra voicemailberichtjes horen. Eéntje viel op. Defensieminister Hans Hillen verzoekt zijn collega Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken om „een vuurtje uit te laten trappen” door zijn voorlichters. Een kleine reconstructie.

Zaterdag 19 maart, 10.00 uur

NRC Handelsblad komt uit en bericht over de ruziënde ministers Rosenthal van Buitenlandse Zaken en Hillen van Defensie. De bewindslieden „verschillen diepgaand van mening over de vraag wie hoofdschuldig is van de mislukte evacuatieactie in Libië”, schrijft de politieke redactie. Er moest een Kamerbrief komen over de evacuatiepoging op het strand van Sirte, maar daarbij stond de schuldvraag tussen beide ministers in.

Zaterdag 19 maart, 10.15 uur

Nog geen kwartier nadat de krant in de kiosk ligt, belt minister Hillen zijn collega Rosenthal. Voicemail. „Uri, dit is Hans, het is kwart over tien. Ik begrijp dat in het NRC een verhaal komt dat er ruzie is tussen jou en mij over die reddingsactie in Libië. Ik heb mijn voorlichter dringend verzocht dat vuurtje uit te trappen, omdat het in geen van ons beider voordeel is als dit op één of andere manier verder voedsel krijgt. Ik hoop ook dat jouw voorlichting hetzelfde gaat doen, want dit moeten we niet hebben. We spreken elkaar nog wel, groetjes, hoi.”

Zaterdagochtend 19 maart, voor het middaguur

De woordvoerder van Hillen belt de politiek redacteur van NRC Handelsblad die het bericht had geschreven. Die twee hadden in die tijd bijna dagelijks contact, door de situatie in Libië. De woordvoerder ontkent tegenover de journalist dat er tussen de twee ministers een ruzie is ontstaan over de evacuatie in Libië. Niet meer, niet minder? Nee, vergoelijkt Hillens woordvoerder achteraf: „Ík weet dat ze geen ruzie hadden, dus volgens mij zat het gewoon net even anders dan hoe het stond opgeschreven.”

Later dat weekend

Wordt het nieuws opgepikt? Nee. Persbureau ANP meldt het in de nacht van vrijdag op zaterdag, in het overzicht van het belangrijkste nieuws uit de zaterdagkranten. Een bericht van het ANP is vaak het begin van nieuws dat de hele dag de nieuwscyclus kan beheersen, ook als de primeurs van dagbladen of televisie afkomstig zijn. Onduidelijk is of de woordvoerders en het ANP contact hebben gehad. Bij het ANP was dat niet te achterhalen. In ieder geval pikken andere media het niet op.

Maandag 21 maart, 15.00 uur

De maandagkrant brengt een achtergrondstuk over de ruzie tussen de twee ministers. De politiek redacteur, dezelfde van het bericht in de zaterdagkrant, schrijft: „Volgens de ministeriële woordvoerders is geen sprake van een verschil van mening tussen de ministers Rosenthal en Hillen. Toch werd de zaak afgelopen week diverse malen op het hoogste politieke niveau besproken. Kennelijk zonder resultaat. Want de brief was er aan het begin van de middag nog steeds niet.” Door de voicemail is nu in elk geval duidelijk dat minister Hillen dit wel een brandje vond.