Hou Martijn liever boven de grond

Nederland heeft het Verdrag van Lanzarote, dat vorig jaar is ingegaan, geratificeerd en heeft zich dus internationaal verplicht op te treden tegen seksuele uitbuiting en misbruik van kinderen en maatregelen te treffen om deze criminele activiteiten te voorkomen. Uiteraard bood het Wetboek van Strafrecht het Openbaar Ministerie (OM) en rechters al handvatten om handelen en straffend op te treden tegen de daders.

Actueel is nu de vraag of op basis van dit verdrag de vereniging Martijn moet worden verboden. Deze vereniging, sinds 1982 actief, vindt dat seksuele relaties tussen kinderen en volwassenen wettelijk zouden moeten worden toegestaan. Blijkens schriftelijke vragen aan de minister van Veiligheid en Justitie is bijvoorbeeld de CDA-fractie in de Tweede Kamer voor een verbod. Een burgerinitiatief haalde deze maand in korte tijd 41.000 handtekeningen op, voldoende om de Tweede Kamer na de zomer het verzoek voor te leggen om een debat te wijden aan een mogelijk verbod van de pedofielenvereniging. De PvdA-fractie drong er eind vorig jaar op aan om Martijn strafrechtelijk te vervolgen en de website van de vereniging van internet te laten verwijderen. Inmiddels wordt een bestuurslid van Martijn, woonachtig in het Overijsselse Hengelo, zodanig bedreigd dat hij zich zondag tot premier Rutte heeft gewend om te vragen om bescherming. Ook dat is een treurige zaak. De emoties lopen hoog op en dat is onder meer begrijpelijk door de schokkende zaak tegen Robert M., de Amsterdammer die wordt verdacht van grootschalig kindermisbruik. Zijn levenspartner en medeverdachte was lid van Martijn. De CDA-fractie heeft erop gewezen dat bovendien diverse (oud)bestuursleden van de vereniging zijn veroordeeld voor zedendelicten.

Het OM, dat eerder liet weten geen kans voor vervolging te zien, heeft dus alle aanleiding om de activiteiten van de Martijn-leden scherp te bestuderen. Met de nadruk op activiteiten en op de leden als individuen. De grondwettelijke vrijheid van vereniging is ook een groot goed. Zij het dat die niet onbeperkt is, als de openbare orde ingrijpen rechtvaardigt. Die vraag is in het geval van Martijn aan de orde.

Het is mensen niet verboden om er abjecte denkbeelden op na te houden en ook niet om zich op basis daarvan, zichtbaar in de statuten, te verenigen. Zolang zij hun denkwijzen niet in handelingen omzetten of daartoe aanzetten, zal er voor de justitie weinig aan te doen zijn. Daar komt bij dat ook een veroordeelde pedofiel na het uitzitten van zijn straf dezelfde rechten als andere burgers heeft. Een andere reden om niet lichtvaardig met een verbod van Martijn om te gaan is dat de zichtbaarheid van de vereniging te prefereren valt boven een organisatie die ondergronds doorgaat met verwerpelijke activiteiten. Een vereniging verbieden wil niet zeggen dat zij daadwerkelijk verdwijnt.