Hof gelast demilitarisering bij tempel

Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft gisteren bepaald dat Thailand en Cambodja hun troepen moeten terugtrekken uit de omgeving van een omstreden oude tempel in het grensgebied tussen beide landen.

Sinds februari hebben beide landen herhaaldelijk beschietingen op elkaar uitgevoerd. Zowel Cambodja als Thailand maakt aanspraak op het gebied rond de 900 jaar oude Preah Vihear-tempel. Bij de gevechten zijn tot dusverre achttien doden gevallen, terwijl tienduizenden burgers het gebied zijn ontvlucht.

Cambodja legde de zaak daarop – onder protest van Thailand – voor aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Het hof bepaalde gisteren dat het wel degelijk rechtsbevoegdheid had in de zaak. Behalve een demilitarisering van het gebied gelastte het hof ook het toelaten van waarnemers van de ASEAN, het samenwerkingsverband van Zuidoost-Aziatische staten. Het Hof drong voorts aan op bilateraal vredesoverleg tussen Thailand en Cambodja.

Zowel de demissionaire Thaise minister van Buitenlandse Zaken Kasit Piromya als zijn Cambodjaanse collega Hor Namhong verwelkomde het oordeel van het hof. Piromya toonde zich ingenomen met het feit dat ook Cambodja zijn troepen moet terugtrekken, terwijl Namhong onderstreepte dat dit vrede naderbij brengt. De eveneens Thaise demissionaire premier Abhisit Vejjajiva liet echter weten dat de Thaise militairen zich pas zullen terugtrekken als beide zijden het eens zijn geworden over een terugtrekking.

De Cambodjanen mogen van de rechters hun burgers in de buurt van de tempel wel blijven bevoorraden. Het Hof had bij een vonnis in 1962 al bepaald dat de tempel zelf als Cambodjaans grondgebied moet worden beschouwd. De status van het gebied er omheen bleef echter onzeker. De tempel van Preah Vihear is door UNESCO, de culturele organisatie van de Verenigde Naties, aangemerkt als werelderfgoed. (Reuters, AP)