Het hoofd wil altijd door

De zaterdag zwaar gevallen Laurens ten Dam benutte de de rustdag gisteren met een training in de Provence. Hij bezocht een honingmakerij.

Twee weken Tour hoor je bij Laurens ten Dam in zijn stem. De renner van de Rabobankploeg klinkt breekbaar als hij terugkomt van een trainingsritje op de rustdag in de Provence. Hij is natuurlijk moe en graatmager, net als iedere wielrenner na 2.643 kilometer in 17 dagen tijd.

Maar Ten Dam vertoont meer littekens van de koers. Hij is flink gehavend na zijn val in de afdaling van de Col d’Agnes op zaterdag. De renner vloog uit de bocht, belandde in de berm en sloeg met 60 kilometer per uur over de kop. Hij landde vol op zijn gezicht – en dat is twee dagen later nog goed te zien. Over zijn wangen en jukbeenderen lopen rode schrammen, zijn neus is bedekt met bloeduitstortingen en moest worden gehecht. Zijn bovenlip is ook beschadigd. „Ik voel me niet zo goed”, zegt Ten Dam met een brok in zijn keel.

Nadat de wielrenner handtekeningen heeft uitgedeeld aan de paar Nederlandse kinderen die in het dorpje Grignan de teambus van de Rabobank plotseling hadden zien staan, vertelt Ten Dam (30) over zijn derde Tour. Hij zit op een stoel naast zijn blauw met grijze Chevy Van. Zijn vrouw is met het Amerikaanse busje naar Zuid-Frankrijk komen rijden. „In het begin ben je heel fris. Maar na een dag of vijf merk je dat je vermoeider wordt. Op een gegeven moment stabiliseert dat, erger wordt het niet.”

Maar beter zal het ook niet worden, met de Alpenetappes in het vooruitzicht. De wallen onder zijn ogen zullen na de Galibier of de Alpe d’Huez niet zijn verdwenen. Echt goed slapen lukt ook niet. „We komen vaak laat bij het hotel aan, gisteren zaten we pas om half elf aan tafel. Dan lig je niet om half twaalf te slapen.” In de koers rijdt Ten Dam nu vaker met een iets groter verzet. Hij moet dan wel zwaarder trappen, maar na twee weken Tour draaien zijn benen minder makkelijk snel rond.

Tijdens de etappes verdwijnt de vermoeidheid naar de achtergrond als Ten Dam eraan denkt dat hij in de Tour rijdt, de grootste wielerwedstrijd ter wereld. „Dat moet je blijven beseffen.” Aanmoedigingen van Nederlandse supporters langs de weg helpen ook. Maar misschien geniet Ten Dam wel het meest van de rustdag. „Ik heb vandaag heerlijk in de Provence gefietst”, lacht hij. Onderweg is hij met zijn ploeggenoten nog bij een honingmakerij gaan kijken. „Tijdens de koers zie je alleen de renners voor je en probeer je niet te vallen.”

Nu kopman Robert Gesink na zijn val in de vijfde etappe en zijn inzinking op de Tourmalet niet meer meedoet in de strijd om de gele trui, is de rol van Ten Dam in de Tour veranderd. „Dat is jammer. Robert zo lang mogelijk steunen in de bergen, dat gaat mij het beste af.” Een tweede etappezege is nu het doel van de Raboploeg. „Onze ploeg is mentaal wel zo sterk dat we direct zijn omgesch akeld. We zijn niet blijven hangen in mineur, zoals in 2009 [toen de Russische Rabo-kopman Denis Mensjov een ongelukkige Tour reed].”

Ten Dam weet nog niet of hij in de Alpen iets kan uitrichten. „Ik moet eerst kijken hoe ik herstel. Vanochtend had ik nog veel praatjes. Maar na het ochtendfietsen is het al weer minder.” De renner vertelt dat hij niet alleen in zijn gezicht schade heeft van de val en laat als bewijs zijn sleutelbeen zien. Dat lichaamsdeel is bijna paars.

De eerste week van de Tour was volgens Ten Dam „extreem nerveus”. Hij zag dat iedere klassementsrenner met de hele ploeg vooraan wilde rijden op de smalle wegen in de Vendée en in Bretagne, om niet bij valpartijen betrokken te raken. Dus was het dringen in het peloton, waardoor juist valpartijen ontstonden. „Als de rest laat remt, moet jij ook laat remmen, anders rij je altijd bij de laatsten.” En zo jut de ene renner de ander op, vertelt Ten Dam. Misschien was iedereen nerveus omdat er geen echte patron als Lance Amstrong in het peloton meerijdt, denkt hij. „Voor Armstrong ging je echt opzij. Voor Cancellara, nu een van de grote mannen in het peloton, niet per se.”

Vorig jaar viel Ten Dam drie keer, wat zijn seizoen verpestte. In één seizoen brak hij twee keer zijn pols, twee ruggenwervels en liep hij een scheurtje in zijn bekken op. En nu is hij deze Tour weer zwaar gevallen. „Gisteren was ik wel een beetje schrikachtig, maar dat zal slijten als ik in het peloton rij. Ik heb er nooit zo veel last van.” Liever denkt Ten Dam aan de wedstrijden die hij de komende tijd wil rijden. „Ik ga waarschijnlijk eind augustus naar Colorado, en de Ronde van Californië in mei zal ik ook niet snel missen. Ik vind het gewoon mooi om daar te fietsen. Ik ben renner geworden om te koersen.”