Het einde van België

De doos met Belgische compromissen voor Belgische problemen is leeg. De regeringsformatie in België is de langstdurende ter wereld. Het einde is niet in zicht. Diverse (in)formateurs, bemiddelaars, verduidelijkers en verkenners passeerden tevergeefs de revue. België staat niet direct op instorten, maar de impasse verraadt een onderliggende, existentiële crisis.

In een democratie krijgt de kiezer dan het woord, maar verkiezingen zijn het schrikbeeld voor de politieke klasse. Koning Albert II, die het meest heeft te verliezen (zijn job), is verkiezingsschuw. De in de adelstand verheven ex-premier Mark Eyskens noemt nieuwe verkiezingen „extreem gevaarlijk voor de democratie”.

Het resultaat is voorspelbaar. Vlaamse en Franstalige kiezers scharen zich rondom de grootste politieke formatie van hun taalgebied om een front te vormen tegen de overzijde. In Vlaanderen staat de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) in de peilingen op 35 procent. De Parti Socialiste zit aan gene zijde op een gelijk niveau. In dat bandwagon-effect verschrompelen de Vlaamse traditionele partijen – socialisten, liberalen en christen-democraten – tot dwergstatus. Na verkiezingen zitten de N-VA en de PS om de tafel. Op tafel ligt het koninkrijk der Belgen. De koning heeft nog twee opties:

Een regering zonder N-VA. De Franstalige partijen willen niets liever dan dat. Een coalitie met traditionele partijen kan dan arrangeren als vanouds. Voor Vlaamse partijen is deelname aan een regering zonder N-VA riskant. Zij dragen de last van regeringsverantwoordelijkheid. Bij de eerstvolgende verkiezingen krijgen ze de rekening op hun bord. Voor de Vlaamse christen-democraten (CD&V), die qua kiezersvolk niet ver van de N-VA zijn verwijderd – in 2007 waren beide verenigd in een kartel – is zo’n koers suïcidaal. De NVA zou de CD&V leegvreten.

De bestaande federale ‘regering van lopende zaken’ versterken, met meer bevoegdheden. De term ‘lopende zaken’ is relatief. Toen de crisis in Libië uitbrak, stond de Belgische minister De Crem (Defensie) onmiddellijk klaar om – in de slipstream van Fransen en Britten – Gaddafi te bombarderen. Als ‘bombarderen’ deel uitmaakt van de lopende zaken, waar ligt dan de grens? Die is rekbaar. De crisis in de eurozone, met België eveneens in de schuldenproblemen, versterkt het argument om de regering van lopende zaken te laten doorlopen tot medio 2014.

Beide opties zijn echter uitstel van executie. Het Vlaamse electoraat begint genoeg te krijgen van de ‘transfereconomie’. De Vlaming subsidieert zijn Waalse landgenoten per capita met circa tweeduizend euro per jaar, via het stelsel van sociale zekerheid en het Vlaamse aandeel in de Belgische rente- en schuldenafbetaling. De werkloosheidsuitkering, onbeperkt in de tijd, wordt uitgevoerd door vakbonden. In het Waalse landsdeel is de arbeidsmobiliteit nul. Vlaamse werkgevers halen werknemers uit Bulgarije.

De Vlamingen vragen zich af hoe lang ze nog moeten betalen. Dit sentiment versterkt de maatschappelijke trend van Vlaamse natievorming. Alle politieke en culturele verschillen binnen het land worden blootgelegd. Volgens veel Vlamingen vertolkt voorzitter Bart De Wever van de N-VA dit gevoel. Hij krijgt lof, omdat hij niet toegeeft, zoals de leiders van traditionele partijen decennia deden.

De koning, Franstalige leiders en zelfs de Vlaamse media hebben deze stroomverlegging in het Vlaamse electoraat te laat onderkend. Langzamerhand beginnen Waalse politici nerveus te worden. Ze vrezen dat Vlaanderen België in de steek laat. Wallonië is economisch niet levensvatbaar. De Walen proberen tijd te winnen, hopende dat Wallonië tegen 2020 op eigen benen kan staan.

Het Vlaamse ontwaken komt te snel. De Walen raken in tijdnood. Voor De Wever is dat de hefboom om hen te dwingen tot structurele economische hervormingen.

Op termijn resteren twee opties. Ten eerste de optie van een confederale staat. De Vlaamse en de Waalse deelstaat komen overeen wat ze nog samen doen. Voor de rest hevelen ze alle sociaal-economische en fiscale bevoegdheden over naar zichzelf. Transfers worden geleidelijk verminderd. Elke deelstaat moet zijn eigen broek ophouden, zoals ook Zwitserse kantons dat moeten. De koning blijft. Brussel blijft de hoofdstad, maar wordt bestuurlijk op maat gesneden, om een einde te maken aan de heerschappij van verkwistende dorpspolitici in de negentien Brusselse gemeenten.

Ten tweede is er de optie van een boedelscheiding. Dit is een morsig proces, met geruzie over geld en Brussel. De meerderheid wil dit niet, maar Europa kent genoeg voorbeelden van staten die ‘ongewild’ uiteenvielen in entiteiten die er nadien beter van werden.

Het einde van België heeft internationale gevolgen. België is het gastland van de Europese Unie. Die stuit overigens ook op de grenzen van de integratie.

Wat te doen als het onvermijdelijke toch gebeurt? De Franse diplomatie is erop voorbereid. De Belgische bank- en energiesector is vrijwel volledig in Franse handen.

En Nederland? Weinig Nederlandse regeringen begrepen België. Nederlandse parlementsleden zijn polderblind tegenover hun zuiderburen. Processen van neergang gaan onverwachts snel, zie de eurozone en zie België. Den Haag heeft een visie op de hele wereld, van Cuba tot China, maar mist inzicht in zijn eigen buurland.