Een tikkeltje plat en een simpele melodie

De ingrediënten voor een succesnummer lijken simpel.

Toch lukt het grote platenmaatschappijen niet elk jaar zo’n hit uit te brengen.

De Nederlandse zanger Jody Bernal wordt nog altijd herinnerd aan zijn grote zomerhit ‘Que si que no’. Het nummer stond in de zomer van 2000 vijftien weken op nummer één in de Mega Top 100. Daarmee is het de langst genoteerde nummer-éénplaat ooit. „Ik maak wel eens mee dat mensen spontaan ‘Que si que no’ gaan zingen als ik de supermarkt in loop.”

Van een zomerhit kom je moeilijk af, die blijft terugkomen omdat we graag terugdenken aan die ene vakantie, die geweldige zomerliefde of dat mooie strandfeest. Bernal treedt nog wekelijks op met ‘Que si que no’.

Achteraf kun je zeggen: logisch dat zo’n vrolijk liedje een zomerhit werd. Maar met die intentie is het nummer niet gemaakt. Bernal was op bezoek bij familie in Colombia en kreeg een cd met Latijns-Amerikaanse hits mee van zijn tante. Hij maakte als aandenken van het van oorsprong Argentijnse ‘Que si que no’ een eigen versie. Hij schreef zich in voor het tv-programma Your Big Break en kreeg zo de kans om het te verbeteren. En toen volgden de platenmaatschappijen snel.

De eerste uitvoering van de mogelijke zomerhit van dit jaar ‘Meisjes met ijsjes’ kwam al net zo onbevangen tot stand. Zo ook dat andere Nederlandse liedje dat nu op diverse online fora getipt wordt als potentiële zomerhit: ‘Kamelenteen’ van Barry Badpak. Barry Badpak is de artiestennaam van een drietal vrienden, onder wie de eigenaar van het Leidse café De Hut van Ome Henne, Wouter Vermeulen. Op een donderdagavond, bij de viering van het 32-jarig bestaan, kladden ze „na een fluitje of tien” een songtekst achterop een bierviltje. ‘Waar ga je heen / met je kamelenteen / die zie je dwars door je broekje heen / je kamelenteen’. Meteen goed. Het ging online, werd duizenden keren bekeken en al snel werd Vermeulen gebeld voor optredens. Muziekproducent Willem van Schijndel belde ook. „De gimmick is leuk en het heeft een verschrikkelijk sterke melodie.”

Hoe klinkt de typische zomerhit?

1Eerste eis: een lekker simpel melodietje. En als er ook nog een Spaans/Caribisch/Afrikaans riedeltje inzit, heeft het nog meer kans van slagen. Panfluit? Geen probleem. De ‘Macarena’ (1996) van Los del Río en ‘Mambo no 5’ (1999) van Lou Bega zijn ultieme voorbeelden, maar denk ook aan de zomerhit van vorig jaar, het van oorsprong Italiaanse ‘We no speak Americano’ van Yolanda Be Cool vs. DCUP.

2De hit in de zomer is ook vaak een tikkeltje plat. Neem ‘I know you want me’ (2009) van Pitbull of ‘Summer Jam’ (2003) van The Underdog Project: ‘Tonight hotties wearing Prada-skirts / Real tight temperature is rising / Feelin’ real hot in the heat of the night’. „De jongens en meisjes gaan op vakantie en genieten van het leven”, zegt Remy de Groot, producer van T-Spoon. Zijn autobiografische lied ‘Sex on the beach’ gaat over de Zweedse Eden (in het echt Susanna, maar dat rijmt niet) waar hij „een aantal dingetjes mee heeft gedaan op Kreta”.

3De meeste zomerhits zijn internationaal. Liedjes met Nederlandse teksten worden namelijk nauwelijks buiten Nederland gedraaid. En wil het een echte zomerhit worden, dan moet het liedje ook in vakantielanden als Spanje en Frankrijk te horen zijn. Bij terugkomst in Nederland ga je zoeken naar het nummer waar je zo’n fijne herinnering aan hebt. Dan pas ga je het liedje kopen. En daarom staat het nummer in september in de hitlijsten.

De zomerhit kan uiteraard wel van Nederlandse makelij zijn. Zie ‘Sex on the beach’ (1997) van T-Spoon, ‘We’re going to Ibiza’ (1999) van de Vengaboys en dus ‘Que si que no’ (2000) van Jody Bernal. Maar kunnen meezingen is geen eis, klanken nabootsen mag ook. „We weten toch wel wanneer die handjes de lucht in moeten”, zegt 3FM-dj Giel Beelen.

4Een échte zomerhit raak je, gek genoeg, snel beu. Dat zegt Marc Johnston van De Vos & Jansen Marktonderzoek. Elke week onderzoekt het bureau de smaak van Nederlanders door fragmenten uit de hitlijsten voor te leggen aan 250 mensen. „We zien dat zomerhits snel een hoge ‘burnfactor’ hebben. Dat je er snel op uitgekeken raakt, hoort erbij.”

Als de ingrediënten voor een zomerhit bekend zijn, waarom lukt het grote platenmaatschappijen dan niet om elk jaar zo’n hit uit te brengen?

Het is compleet onvoorspelbaar of een liedje de zomerhit van dat jaar wordt, zeggen mensen uit de branche. Waar de rest van het jaar de rol van radiodj’s en platenmaatschappijen groot is, is de zomerhit het product van veel meer factoren.

„Power to the people”, zegt Jeroen Flamman, dj en producer van onder meer The Party Animals. „Het liedje moet niet alleen op de Nederlandse radio gedraaid worden, het moet in de grote disco’s te horen zijn en in de kleinere clubs en campings in vakantiegebieden. Hij zit in de platenmap van al die (rondreizende) dj’s. De hit op de dansvloer waar nationaliteiten samenkomen, wordt de zomerhit.”

Dat de zomerhit niet te voorspellen valt, is ook het mooie van muziek, zegt Norbert Plantinga, directeur van platenmaatschappij Universal Music. „Wij kunnen enkel de randvoorwaarden ervoor creëren”, zegt Plantinga. Er zijn de bekende hitvereisten, zoals een goede eerste zin en het refrein dat binnen 30 seconden te horen moet zijn. Die hoeven niet per se op te gaan voor een zomerhit. „Iets wat je volgens een bepaalde structuur kunt maken, verrast niet.”

De zomerhit komt niet vanzelfsprekend van bekende sterren als Lady Gaga of Rihanna. Integendeel. Wie had er voor 1996 van Los del Río gehoord? Of voor 2002 van Las Ketchup? Werkelijk iedereen kan een zomerhit scoren. Juist omdat gevestigde artiesten niet uit zijn op één hit, maar plannen maken voor de langere termijn.

En heb je die ene zomerhit gescoord, dan blijft het daarbij. Geen band of artiest heeft ooit twee keer dat kunstje geflikt. „Vooral radiodj’s gaan vergelijken”, zegt Remy de Groot van T-Spoon. „Het is geen ‘Sex on the beach’ en dan kun je het eigenlijk nooit goed doen.”

De zomerhit is onvoorspelbaar, maar toch een kleine poging. Wat wordt de hit van 2011? ‘Loca People’ van Sak Noel, denken Marc Johnston van De Vos & Jansen Marktonderzoek en Rick van Schooten, directeur Benelux van Sony. ‘Danza Kuduro’ van Don Omar ft Lucenzo, gokt Norbert Plantinga van Universal. ‘Big Bad Wolf’, voorspelt Giel Beelen. „Duck Sauce heeft een nieuwe plaat met wolvengehuil. Weinig tekst, alleen dat huilen. Internationaal interessant.”

‘Meisjes met ijsjes’ vindt Beelen „wel guitig, maar muzikaal gezien totaal oninteressant.” En toch. Helemaal afschrijven doet hij het nummer ook niet. „Je weet het nooit.”