De aantrekkingskracht van Gazprom

Gazprom praat met de Duitse energiegigant RWE over een investering in Nederlandse energiecentrales. Wie is bang voor een Russisch staatsbedrijf?

Staatsbedrijven zijn welkom in Nederland, als ze maar niet uit Nederland komen.

Privatisering is per saldo hier het politieke parool. Dat sommige Nederlandse overheidsbedrijven vervolgens (deels) in handen komen van buitenlandse staatsbedrijven, zoals de petrochemie van DSM van het Saoedische staatsbedrijf Sabic, is hooguit ironisch. Maar stuit niet op ideologische bezwaren.

Het meest opmerkelijk zijn de oprukkende staatsbedrijven in de nutssector, zoals Schiphol (de Franse staat), het regionaal openbaar vervoer (ook Franse staat) en in de energiesector. De Franse kernenergiekampioen EdF is betrokken bij de ontwikkeling van de tweede kerncentrale in Borssele, de provinciale en gemeentelijke aandeelhouders van Nuon hebben hun bedrijf in 2009 verkocht aan het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall.

En nu onderhandelt de Duitse energiegigant RWE, eigenaar van Essent, met het Russische staatsbedrijf Gazprom over een gezamenlijke onderneming die de RWE-centrales in Engeland, België en Duitsland plus de zes centrales in Nederland onder haar hoede neemt.

Russisch staatskapitaal is welkom in Duitsland, zie de poging anderhalf jaar geleden om met behulp van twee staatsbedrijven autofabrikant Opel te redden.

Nu is het RWE dat dringend extra vermogen nodig heeft om zijn financiële positie te herstellen. RWE wil het verlies op zijn Duitse kerncentrales compenseren, die op last van de regering gesloten moeten worden. RWE hoopt daarmee de kredietbeoordelaars gerust stellen, anders wordt geld lenen een stuk duurder.

Gazprom heeft niet alleen dat kapitaal, het biedt ook leveringszekerheid van gas. Als op de achtergrond politici hun zegen moeten geven aan deze transactie, zijn het Duitse en Russische, geen Nederlandse.

Bij de verkoop van Essent in 2009 aan RWE was er luidruchtig rumoer van de economisch linkse (SP) en economische nationalistische (PVV) oppositie. PVV’er Dion Graus was een van de Kamerleden die een motie indiende. De Kamer „verzoekt de regering de voorgenomen overname van Essent door RWE te verhinderen”.

Dat haalde geen meerderheid. Toenmalig minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) maakte duidelijk dat de Kamer niet ging over verkoopbeslissingen van lagere overheden en dat een Kamermeerderheid eerder al had ingestemd met mogelijk verkoop van energiebedrijven.

Nu Gazprom, als de RWE-besprekingen slagen, rechtstreeks gaat investeren in de Nederlandse elektriciteitsproductie, zijn de reacties schouderophalend. Essent is al eens aan een buitenlandse eigenaar verkocht, en nu de Duitsers hun belang herschikken met Gazprom is dat geen reden voor extra zorg. Nederland ziet staatsbedrijven en rijke staatsinvesteringsfondsen uit het Midden-Oosten, China en Singapore van oudsher als reguliere ondernemingen en beleggers. Zij zijn kennelijk om historische redenen in staatshanden, maar zij laten zich naar de conventionele politieke overtuiging leiden door rationele motieven, zoals economisch rendement en financieel eigen belang. Het idee dat zulke staatsbedrijven of investeerders ook machtspolitieke doeleinden van hun broodheren kennen, past niet in het Nederlandse wereldbeeld.

En juist Gazprom, ’s werelds grootste eigenaar van gasreserves, oefent een grote aantrekkingskracht uit op Nederland. En andersom. Nederland wil zich deze eeuw, nu het gas van Slochteren opraakt, manifesteren als de internationale gasrotonde, een kruispunt in de infrastructuur van energiestromen. En wie dat wil, kan niet zonder Gazprom. En kan niet zonder politiek op het hoogste niveau. Zie de foto hierboven van de ondertekening eind 2007 van het contract tussen de topmannen van de Nederlandse Gasunie en Gazprom over deelname aan de Nordstream-pijpleiding waarin Russisch gas rechtstreeks naar Duitsland en West-Europa wordt getransporteerd. Achter hen staan minister-president Jan Peter Balkenende en president Vladimir Poetin. Zoals Van der Hoeven vorig jaar in een Kamerdebat opmerkte: Gazprom heeft geen aandelen in de Nederlandse energiesector. Er zijn wel samenwerkingsprojecten. „Daar hebben wij best positieve ervaringen mee, moet ik heel eerlijk zeggen.”

En dat geldt ook voor haar opvolger, Maxime Verhagen. Vorige maand zette hij in een brief aan de Tweede Kamer de relatie tussen buitenlandse politiek en handelspolitiek uiteen. Een van de paradepaardjes is een vervolg op de eerder genoemde Balkenende-Poetin top in 2007, zoals dat in de brief heet. Het gaat om de ontwikkeling van het zogeheten Bovanenkoveld op Zuid-West Yamal, een arctisch project met een investeringswaarde van 100 à 150 miljard euro. Nederland lanceerde op die topontmoeting een consortium bedrijven en kennisinstellingen, dat inmiddels een samenwerkingsovereenkomst heeft getekend. Met wie? Met Gazprom.

Voor de aanleg van pijpleidingen hebben Nederlandse bedrijven al contracten verworven.