Clinton zoekt samenwerking in eigenzinnig India

De relatie tussen de Verenigde Staten en India is sterk verbeterd, maar veel greep hebben de Amerikanen nog altijd niet op de Indiërs.

Bij het begin van haar bezoek aan New Delhi zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton vanmorgen dat India en de VS bondgenoten zijn in de strijd tegen het extremisme. Op dat vlak kan India steun gebruiken. Vorige week nog werd de stad Mumbai opgeschrikt door drie bomaanslagen (19 doden). Maar Clinton en haar gastheren hebben meer met elkaar te bespreken: van de instabiliteit in Afghanistan, die ook India verontrust, tot de gespannen relatie met Pakistan van beide landen en hun nucleaire samenwerking.

Clintons bezoek, het tweede in haar ambtstermijn, past in de ‘strategische dialoog’ waartoe beide landen twee jaar geleden besloten. De reguliere besprekingen op topniveau markeren de sterk verbeterde banden. Die kregen zes jaar geleden een grote impuls met een baanbrekend akkoord over civiele nucleaire samenwerking, ondanks het feit dat India het internationale verdrag tegen verspreiding van kernwapens niet wil ondertekenen. Obama liet het Indiase parlement afgelopen november weten dat de VS de Indiase ambitie voor een permanente zetel in de Veiligheidsraad steunen.

Maar achter fraaie diplomatieke verklaringen over nauwe verbondenheid tussen de rijkste en de grootste democratie ter wereld, gaat ook een wereld van verschil schuil. Op vrijwel alle belangrijke geostrategische en economische punten (markttoegang) scheiden zich hun wegen. Nieuwe doorbraken worden niet verwacht.

Grote bezorgdheid bestaat in India over het Amerikaanse beleid in Afghanistan, de aangekondigde troepenreductie voorop. Volgens New Delhi zal het vertrek de wederopstanding van een Talibaan-regime in Kabul inluiden. Dat zal buurland Pakistan in de kaart spelen en het zal een bedreiging vormen voor India. De Indiërs zien de Afghaanse president Karzai, die in India studeerde, als een bevriend staatshoofd. Maar diens aftreden is onvermijdelijk in de nieuwe Afghaanse constellatie, is de redenering. Clinton zal proberen haar gastheren gerust te stellen over de Amerikaanse strategie.

Gisteren waren Pakistaanse topambtenaren in New Delhi om te praten over het openen van de grens tussen India’s en Pakistaans Kashmir voor handel en reizigersverkeer. Later deze maand volgen onderhandelingen op ministersniveau. Dat past in de hervatting van de vredesdialoog waartoe eerder dit jaar werd besloten. De betrekkingen waren bevroren sinds de aanvallen van Pakistaanse terroristen op onder andere hotels in Mumbai in november 2008, waarbij meer dan 160 doden vielen.

De bomaanslagen van vorige week, waarbij sommigen wijzen in de richting van (Indiase) moslimextremisten, hebben het nieuwe vredesproces niet verstoord. De VS juichen de toenadering toe. Maar voor hen geldt tegelijkertijd dat ze daarbij nauwelijks een rol kunnen spelen. Pakistan wil het liefst Amerikaanse bemiddeling in de kwestie-Kashmir, het grootste struikelblok in de relatie met India. Delhi wil daar absoluut niet van weten.

Die houding past in het concept van ‘strategische autonomie’ dat India met grote vasthoudendheid etaleert in zijn buitenlandse beleid. Het wil met iedereen samenwerken, maar zich aan niemand onderwerpen. Tot frustratie van Washington heeft het historische nucleaire akkoord met de VS, en de concessies die de zogeheten Nuclear Suppliers Group (NSG) heeft gedaan, nog niet geleid tot concrete opdrachten voor het Amerikaanse bedrijfsleven. In India zijn juist weer nieuwe bezwaren gerezen over beperkingen die de NSG zou hebben afgekondigd bij de leveranties van technologie voor verrijking en herverwerking van nucleaire brandstof.

Geen wonder dat de Amerikaanse ambassadeur Timothy J. Roemer vorige maand met gemengde gevoelens afscheid nam van India. Op de dag dat zijn terugkeer naar de VS bekend werd, zei de Indiase regering dat het Amerikaanse Lockheed Martin en Boeing waren afgevallen in de race om de levering van 126 gevechtsvliegtuigen. De strijd om de miljardenorder gaat nu tussen twee Europese fabrikanten. De timing was toeval. Maar het toont aan dat India zich niet makkelijk laat inpakken.