300.000? 200.000? Iemand?

Veel Ieren lopen maanden achter met hypotheeklasten.

Banken lenen geen geld meer uit: een huis kopen doe je contant, bijvoorbeeld op een huizenveiling.

Veilingmeester Gary Murphy hamert af. „Verkocht voor 2,35 miljoen euro.” Er gaat een zucht door de grote zaal van het Shelbourne Hotel in Dublin. Het is veel geld, zeker in het Ierland van nu.

Maar kavel 20 staat aan de rand van de ambassadewijk Ballsbridge. Om de hoek van de twee-onder-een-kapwoning (zes slaapkamers, twee badkamers, een werkkamer, eetkamer, twee zitkamers en een garage) verkocht projectontwikkelaar Seán Dunne op het hoogtepunt van de Keltische Tijger een huis voor 58 miljoen euro. De wijk werd vergeleken met Beverly Hills en St. Moritz.

Het was niet alleen kavel 20 die twee weken geleden, op een grote veiling van onroerend goed waar beslag op is gelegd, symbool stond voor de ineenstorting van de Ierse huizenmarkt. Kavel 31, een eenvoudig vrijstaand huis in Abbeyleix, in het centrum van Ierland, stond vier jaar geleden nog te koop voor 300.000 euro. Nu wordt 109.000 euro geboden.

Voor het nog af te bouwen kavel 66, vlakbij woningen van U2-zanger Bono en andere Ierse sterren in Killiney en met zicht op de Ierse Zee, wordt 200.000 gevraagd en 325.000 euro geboden. Ze worden verkocht door curatoren en banken.

De Ierse crisis begon op de huizenmarkt. Tijdens de jaren van voorspoed bouwden en kochten de Ieren erop los, met geleend geld. Dat kon, toen in 2008 de crisis toesloeg, niet worden terugbetaald. Nu wordt dagelijks beslag gelegd op panden van eigenaren die hun hypotheek – met maandlasten van soms wel eenderde van hun netto-inkomen – niet aflossen. Meer dan 60.000 Ieren (op een bevolking van 4,5 miljoen) hebben al meer dan drie maanden hun hypotheekrente niet betaald.

De huizenprijzen zijn ondertussen scherp gedaald en de bodem is nog niet in zicht, voorspelde econoom Ronan Lyons vorige week. De gemiddelde huizenprijs ligt nu voor het eerst deze eeuw onder de 200.000 euro. Reëler zou zelfs 150.000 euro zijn, denkt Lyons. Het betekent dat de prijzen ten opzichte van 2005 met 60 procent zijn gedaald.

Het was voor Stephen McCarthy van makelaardij Space de reden om samen met het Britse veilinghuis Allsop de veiling te organiseren. Hij verkoopt al twee jaar namens curatoren en banken onroerend goed en merkte dat de markt verstoord was. „Verkopers dachten dat ze hetzelfde konden krijgen als in de goede jaren. Kopers maakten zich zorgen of ze tijdens deze crisis niet te veel zouden betalen.”

Een openbare huizenveiling zou de markt transparant maken, dacht McCarthy, zeker in een land waar de vraagprijs van een huis wel wordt gepubliceerd, maar nooit de verkoopprijs. In april vond de eerste veiling plaats, deze maand de tweede.

McCarthy noemt deze tweede interessanter. „De vorige keer waren er ook veel toeschouwers in de zaal. Het was de eerste keer dat er een dergelijke veiling werd gehouden in Ierland. Nu is er vooral belangstelling van investeerders.”

Niet alleen de zaal zit vol, telefonisch wordt er vanuit Australië, Dubai, Zwitserland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk meegeboden. Er is weer interesse in de Ierse vastgoedmarkt, denkt hij.

Maar wie heeft er in Ierland zelf nog geld om een huis te kopen? „Het is matrasgeld”, zegt McCarthy. Spaargeld. „De woningmarkt is hier nu bijna exclusief een contantenmarkt. Er wordt nauwelijks geleend.” De Ierse banken zijn huiverig om te lenen.

Vooral starters op de huizenmarkt worden daardoor getroffen, waardoor ouders vaak bijspringen. Zoals James Kehoe, een boer uit Wexford. Hij vertelt vrolijk over de aankoop die hij zojuist heeft gedaan voor zijn dochter – een kleine witte twee-onder-een-kapwoning met twee slaapkamers in „een prettige wijk” in Dublin. Kehoe kocht het huis voor 146.000 euro. „Meer dan ik wilde. Maar je weet hoe het gaat, als je eenmaal aan het bieden bent, is het moeilijk om te stoppen.” Net de wekelijkse schapenveiling, grinnikt hij, „alleen met andere bedragen.”

De meeste veilingbezoekers – jonge tweeverdieners, stedelingen, plattelandsbewoners, terugkerende Ierse expats of projectontwikkelaars – praten liever niet over prijzen. Want tonen dat je geld hebt om uit te geven, zeker aan vastgoed, is in Ierland een taboe geworden.