Zo'n grote bank kunnen we best laten omvallen

De stresstests voor banken, waarvan vrijdag de resultaten bekend werden, zijn nutteloos.

Failliete Ierse banken doorstonden die test vorig jaar met glans.

Het einde van de Europese schuldencrisis begint pas als de eerste grote Noord-Europese bank omvalt. Tot die tijd zijn alle zogenaamde oplossingen en politieke akkoorden schijn.

Ruim een jaar geleden werd het zogeheten Akkoord van Brussel gesloten, over de Griekse schulden. Inmiddels blijft de paniek van de markt steeds meer landen besmetten. We stevenen – bij ongewijzigd beleid – af op een enorme politieke crisis (het uiteenvallen van de eurozone) en een financiële crisis (een disfunctionele financiële sector, stagnerende economieën, inflatiespiraal).

De kern van het probleem is politiek. In haar beleid van de afgelopen jaren dient de nu nog onafhankelijke Europese Centrale Bank (ECB) niet het algemeen belang. Ze dient de deelbelangen van de financiële sector. Sinds het omvallen van Lehman Brothers, eind 2008, heeft de ECB een absurde strategie gevolgd van pappen en nathouden. Onder het mom van het redden van het Europese financiële systeem mocht geen enkele – relatief – grote bank omvallen. Ierland en IJsland, waar grote banken wel failliet gingen, werd dwangmatig geadviseerd om zowat al hun bankschulden te nationaliseren.

Behalve immoreel – de kosten worden gedragen door gewone burgers, terwijl de uit de hand gelopen bonuscultuur van bankiers vrolijk doorgaat – is het economisch onverstandig. De binnenlandse groei wordt aantoonbaar ondergraven, in afwezigheid van een te devalueren valuta. De sanering en de structurele hervorming van de financiële sector worden uitgesteld. De euro begint te lijken op een kaartenhuis.

In theorie zou een onafhankelijke, technocratische ECB een leidende rol moeten nemen in hervormingen, zonder angst voor de waan van de dag en zonder rekening te hoeven houden met verkiezingen. De praktijk leert dat technocraten zonder politieke opdracht terugvallen op de bescherming van de belangen van de sector die ze reguleren. De stresstesten van de European Banking Authority (EBA) zijn een treurig voorbeeld hiervan. Ter herinnering: vorig jaar doorstonden de failliete Ierse banken die test glansrijk. De vrijdag vrijgegeven resultaten van de tweede test zullen net zo waardeloos blijken. Met het nepexcuus om vooral geen paniek te zaaien, zijn de Europese banken niet onderworpen aan reëel mogelijke doemscenario’s. Hun onderlinge verstrengeling is genegeerd.

Het omvallen van grote Europese banken zal zonder meer het vertrouwen treffen in de euro en zijn financiële instellingen, en dus in het betalingsverkeer, maar nu het systeem nog te redden is, moeten haar componenten worden geofferd. Als de deposito’s van burgers zijn gegarandeerd, kan een klassieke bankrun worden voorkomen.

Zolang bankiers de kosten van deze crisis niet voelen, zullen ze de werkelijke kosten van hun gedrag blijven afwentelen op de maatschappij.

Europese banken mogen nog altijd speculeren op de kosten van de belastingbetaler. Ze mogen ook nog altijd veel te weinig eigen kapitaal aanhouden. Het is onbegrijpelijk dat we in de Europese Unie niet de strengere regels volgen van Zwitserland.

Natuurlijk – democratische kiezers en de door hen gekozen politici zijn in staat tot veel domme beslissingen, maar de broodnodige Europese financiële hervormingen worden pas onderwerp van serieuze discussie als gekozen politici in de rijke EU-landen weten dat hun het falen van het beleid wordt aangerekend.

De toenemende nationalisatie in de diverse lidstaten maakt het steeds moeilijker om het belang te beschermen van de Europese burgers. Politici verdedigen achter de schermen vooral de nationale deelbelangen van de politiek en financieel invloedrijke, maar nog altijd disfunctionele, financiële sector. Vooralsnog worden de rekeningen afgeschoven op de machteloze regeringen van de kleine EU- landen. Ze worden gedekt door de – vooral Duitse – belastingbetaler, met een blanco cheque. Maar het is onbegrijpelijk dat overheden de financiële sector blijven behoeden voor de consequenties van haar eigen mismanagement.

Door het falen van de ECB en door een constitutionele weeffout in het Europese politieke systeem ligt nergens politieke verantwoordelijkheid voor het functioneren van een financiële sector. Daardoor zijn we beland in een crisis zonder einde.

Op een gegeven moment, als het vertrouwen in de staatsobligaties van Spanje, Italië of België verdwijnt, kunnen de Duitse regering en haar EU-partners het belang van de Duitse kiezer niet langer negeren. Dan kunnen de accountants niet langer doen alsof de grote Europese banken gezond zijn.

Dit proces kan gecontroleerd gebeuren, maar door de keuzes van de afgelopen jaren lijkt het waarschijnlijker dat we erdoor zullen worden overvallen. Dan kan de ECB onder politieke controle worden geplaatst en zal verstandige wetgeving van de financiële sector mogelijk zijn. De geschiedenis leert evenwel dat een financiële en politieke crisis van deze omvang onbeheersbaar kan zijn.

Eric Schliesser is research professor philosophy and moral sciences aan de Universiteit Gent.