Witte Armanipakken en blote enkels in suède instappers

Niets ontwapening, crisis en honger in Ethiopië. Leve het materialisme en de Ray Ban- zonnebril. Redacteur Pieter van Os keek de hele week uit naar de volgende aflevering van Miami Vice.

De ingeblikte synthesizergeluiden van Jan Hammer zijn nooit meer uit mijn hoofd verdwenen. Ook als ik nu de repeterende klanken uit mijn computer google, brengen ze dezelfde zindering teweeg als begin jaren tachtig. Toen keek ik soms dagen uit naar weer een nieuwe aflevering van Miami Vice.

De televisieserie was het antwoord van een televisieproducent op het ultrakorte commando van een NBC-topman: „MTV Cops”. Ofwel, politieserie met popmuziek.

Maar voor mij was het veel meer. En ik was niet de enige. De flamingo’s in het openingsfilmpje; de hawaïhemdjes van de criminelen, de speedboten, Armanipakken, blote enkels in suède instappers en de gladde maniertjes van hoofdpersonen Sonny Crocket en Ricardo Tubbs stonden voor een zelfverzekerd materialistisch individualisme waarmee mijn vrienden en ik afstand namen – en lekker ostentatief – van het donkere wereldbeeld van onze ouders. Die hadden de mond vol van eenzijdige ontwapening, crisis, honger in Ethiopië en internationale solidariteit. Crocket en Tubbs zetten daar een aantrekkelijke, egocentrische wereld tegenover. Met een Ray Ban-zonnebril en een wit jasje met opgerolde mouwen kon je als veertienjarige al ver komen, ook in Groningen.

Eén jongen op school noemde Crocket openlijk zijn „rolmodel”. Ik was van hem onder de indruk. Hij leek niet alleen op Crocket, hij kon zijn sigaret met witte filter ook op exact dezelfde manier uit het pakje halen en opsteken. Hij was de zoon van een in Groningen vrij bekende kunstenaar. Een man die progressieve opvattingen en drank combineerde met permanente zwaarmoedigheid, een combinatie die nog al eens voorkwam in het Hoge Noorden. Zoonlief verzette zich niet zomaar, zoonlief was een rondlopende revolutie. In verkiezingstijd droeg hij zelfs een haarband met VVD erop. Bolkestein zou later schamperend over zijn eigen partij in de jaren tachtig opmerken: „surfboardliberalisme”. Dat was het inderdaad het levensgevoel. Dat was ook Miami Vice.

Natuurlijk waren wij Crocketfans niet de enigen op school. Je had ook zwart geklede doemdenkers, vooral in de klassen net boven ons. Zij kozen voor een hardere variant van het illusieloze wereldbeeld van hun ouders. Ze luisterden naar The Cure en Joy Division. Daar was weinig Joy aan. Spinnewebben, kraakpanden, verval.

In het mooiste essay over de jaren tachtig in Nederland, ‘Het tijdperk van de illusieloosheid’, in een Groene Amsterdammer uit november 2003, spreekt schrijver Rob van Erkelens over een decennium dat „echt en oprecht somber” was. Wanhoop overheerste. Ook bij hem. „Ons opmaken met zwarte make-up? Alsof we dat voor de lol deden.” Tegelijk zag hij, vooral in de jongere klassen, hoe een nieuwe generatie het weer anders zag – onnozelaars, meende hij. Vooral de suffe variant van ons verzet, populair onder meisjes, moest het bij hem ontgelden. Ze droegen T-shirts van het jongetjesduo Wham! met de tekst: „Choose Life”. Veel dieper kon de mensheid niet zinken, aldus Van Erkelens. Maar de blitse variant van het verzet zag hij over het hoofd. Miami Vice. Met als aanbeveling: „Flash your wealth” – want in de jaren tachtig was het nog helemaal oké om je in het Engels uit te drukken.

Probleem bij het navolgen van die aanbeveling was natuurlijk: geld. Crocket en Tubbs konden de flash veroorloven omdat ze undercoveragenten waren. De Ferrari Testarossa waarin Crocket reed, kreeg hij te leen van het hoofdbureau voor zijn geloofwaardigheid als crimineel. Zijn vijanden waren eigenlijk minstens zo cool als zijzelf.

Mijn stoerste vrienden begrepen die vervaging van boven- en onderwereld. Ze vervreemden tenniskleren uit een clubhuis, beroofden een Hubo-filiaalbaas en kregen het zelfs voor elkaar acceptgiro’s te vervalsen, wat ze honderden euro’s opleverde. Het kwam uit. De Telegraaf kopte: „Politie rolt jeugdbende op in Groningen.” Op klaarlichte dag pakten politieagenten twee van hen op in de klas, tijdens Engels. Met blote voeten in suède schoenen en dure zonnebrillen op het hoofd werden ze afgevoerd, armen op de rug.

Ik was jaloers. Waarom hadden ze mij nooit bij hun illegale plannen betrokken? Anders was de reactie van hun ouders, keurige advocaten, directeuren en hoogleraren. Schrik en woede waren enorm. Uiteindelijk kwam het goed. De jongens belandden op de universiteit, studeerden rechten en bedrijfskunde en in een korte, maar krachtige socialiseringsperiode georganiseerd door een grote studentenvereniging, verdween de gel uit het haar, gingen de blote enkels in blauwe sokken en dure brogues. Weg met de pastelkleurige jasjes en roze T-shirts zonder kraag. Weg Miami Vice.

Het kwam goed. Dat wil zeggen: op hun huwelijksfeesten zongen studiegenoten flauwe liedjes op dertien melodieën. De dj draaide geen Jan Hammer. Wel andere muziek uit de jaren tachtig: Madonna, Duran Duran, ja ook Wham! Je mocht er om lachen. De jaren tachtig waren camp geworden, een stijltje, met identiteit had het allemaal niets meer te maken.

Behalve de kunstenaarszoon. Die is Crocket altijd trouw gebleven. Terwijl zijn oude maten studeerden, zat hij in het casino. Ook de cocaïne, zo prominent aanwezig in iedere Vice-aflevering, kwam in zijn leven.

Maatschappelijk ging het hem minder voor de wind. Al had hij juist daar de mond vol van gehad als tiener, het materialistisch individualisme bood kennelijk toch te weinig houvast. Met een schuld van tienduizenden euro’s vertrok hij uiteindelijk naar Australië – enkele maanden later keerde hij terug naar Groningen. De vraag is wel wie nog wie navolgde. Dit was allemaal voordat Don Johnson, de acteur die Sonny Crocket speelde, in 2002 werd aangehouden bij Zwitserse grens. Met in zijn auto – u leest het goed– 7,24 miljard dollar aan waardepapieren.