Weduwnaar Reve wacht op nieuwe liefde

Joop Schafthuizen haalt vijf  jaar na de dood van Gerard Reve nog voortdurend het nieuws. Hij laat manuscripten van zijn levensgezel veilen, schonk het Rijksmuseum foto’s en bedreigde biograaf Nop Maas met de dood. ‘Gerard had er vast enorm om gelachen.’ Arjen Fortuin waagde het er op en ging bij hem op bezoek voor een gesprek.

Op de brievenbus in Machelen aan de Leie staat nog steeds Reve-Schafthuizen. Het gras in de tuin is hoog, de paal met het vogelhuisje is omgevallen. De bel is kapot, maar de deur staat open. Joop Schafthuizen is net terug van de bakker.  Voor het bezoek, zelf hoeft hij niet. ‘Ik wil nooit eten voordat ik gewerkt heb. Dan kom ik in de verkeerde sfeer. ‘s Ochtends ga ik eerst aan de slag, daarna wil ik pas eten, me wassen, scheren en mijn haren kammen. Voor vandaag leek me dat te ver gaan, dus ik heb wel even een washandje gepakt.’

Schafthuizen serveert koffie en plaatcake met drie aarbeien ernaast. Zelf beperkt hij zich tot de fles Saint-Emilion op de salontafel.

Vijf jaar na de dood van Gerard Reve is zijn 63-jarige weduwnaar doorlopend in het nieuws. Joop Schafthuizen kondigde aan de manuscripten van Reve (1923-2006) te gaan veilen, hij schonk bijna vijfhonderd foto’s aan het Rijksmuseum en hij spande een kort geding aan om de publicatie van het derde deel van Nop Maas’ biografie van Reve te voorkomen. De rechtbank gaf hem gelijk: het boek mag niet verschijnen met ongepubliceerde citaten van Reve. Maas en uitgeverij Van Oorschot gaan in hoger beroep.

Drie weken geleden sprak Schafthuizen tot vijf keer toe het antwoordapparaat van Nop Maas in om het knipselarchief van Reve terug te eisen en om te zeggen dat hij hem ‘een kogel door het hart zou schieten’, de biograaf daarbij aansporend om vooral aangifte te doen. Dat deed Nop Maas bij de politie in zijn woonplaats Haarlem.

Heeft u al iets van de politie gehoord?

Schafthuizen schatert: ‘Nee, natuurlijk niet. Elk verstandig mens ozu moeten weten dat de politie wel iets beters te doen heeft. Ze hebben 1.500 man extra nodig als ze achter dit soort zaken aan gaan. Soms hoor je de buren ‘s avonds laat schreeuwen:’ Als je nog één blikje bier uit de koelkast haalt, dan schiet ik je dood.’ Daar heeft de politie ook geen tijd voor. Nop Maas had niet zo dom moeten zijn om in Haarlem aangifte te doen. Hij had hier verderop in Deinze moeten wezen.’

‘Je kunt beter met slechte mensen te maken hebben. Die wijs je één keer de deur en dan zoeken ze een ander slachtoffer. De domme mensen, die komen meteen weer op je af, met uitgestrekte armen. Dan zit er niets anders op dan ze dood te schieten.’

‘Maar ik zou nooit schieten op iemand die wegrent. Ik heb trouwens ook nooit iemand door de kop geschoten.’

Verwacht u dat de politie zich nog bij u meldt?

‘Meneer, ik kan niet in een glazen bol kijken. En zeker niet als het gaat om mensen van wie ik het bloed wel kan drinken, wat ik niet moet doen, want dan loop ik nog een akelig virus op.’

U heeft aangekondigd dat u zelf een boek gaat samenstellen uit teksten van Gerard Reve.

‘Het wordt een brievenboek, beginnend op 7 Augustus - met een hoofdletter graag -  1975, tot Februari 2002, in een omvang van 748 bladzijden. Dat is even dik als het derde deel van de biografie. Alles ligt op volgorde, ik hoef het alleen nog te checken. Voor het grootste deel zal het bestaan uit ongepubliceerd materiaal. Het mooiste zou zijn als de bundel met de Boekenweek zou verschijnen. Die gaat namelijk over ‘Vriendschap en andere ongemakken’. Maar ik heb nog meer aan mijn hoofd.’

Verschijnt het boek bij De Bezige Bij? Dat was de laatste jaren de vaste uitgever van Gerard Reve.

‘Dat weet ik nog niet, er zijn meer uitgevers op het westelijk halfrond. Ik heb geen vaste officiële uitgever, dat weten ze bij De Bezige Bij ook. Ik las ergens dat het een autobiografie van mij zou worden, maar dat is onzin. Mijn eigen naam komt hooguit heel klein in het boek, als samensteller. Op mijn geouwehoer zit niemand te wachten, op dat van Gerard ook niet.’

Komen er nog meer brievenboeken? Door alle commotie is er weer veel belangstelling, de markt is gunstig.

‘Dat zou ik onkies vinden. Ik doe alles in de nagedachtenis van Gerard: de rechtszaak en ook de doodsbedreigingen. Daar had hij vast enorm om gelachen.’

Mist u hem?

‘Wat voor vraag is dat?! Wat denkt u zelf?’

Ik denk van wel.

‘Ik zal het u duidelijker zeggen. Kijk naar mijn arm: ik krijg er kippenvel van.’

‘Pas na het inslapen van Gerard ben ik tot de conclusie gekomen dat het liefde was. Ik riep altijd dat het een toppie vriendschap was. Dat hij eerst een soort broer was, toen een vaderfiguur en toen iemand die verzorgd moest worden. Toen hij overleden was, om 17 uur 45 [op 8 april 2006, red.] zei ik tegen mezelf: ‘Joop, nu is de liefde uit je leven verdwenen.’

U bent lang depressief geweest, zei u vorige maand in een interview.

‘Ik ben achteneenhalf jaar depressief geweest, sinds ik werd beschuldigd van de aanranding van een jeugdig persoon [Schafthuizen kreeg in 2003 een voorwaardelijke celstraf voor ontucht met een jongen en het bezit van kinderporno]. Ik zat op het hoogtepunt van die depressie toen ik het pak papier kreeg van Nop Maas dat deel drie van de biografie moest worden. Toen dacht ik: ik kan de stekker eruit trekken of ik kan mijn kop onder de kraan steken, mijn prothese poetsen en aan de slag gaan. Ik heb het tweede gekozen. Dat was een goede keuze.’

Heeft u de eerste twee delen van de biografie gelezen?

Deel één heb ik met interesse bekeken. Gerard is altijd erg zwijgzaam geweest over zijn Engelse periode in de jaren vijftig. Bij deel twee heb ik gekeken welke mensen er in het register stonden. De literaire wereld heb ik nooit gevolgd, daar heb ik nooit aan mee willen doen. Sommige mensen heb ik literair heel hoog zitten, zoals Hermans. Die acht ik misschien zelfs nog hoger dan Gerard zelf.’

Wat verwacht u van het hoger beroep?

‘Wat zal ik zeggen? Ieder mens heeft het recht om in hoger beroep te gaan. Maar als ik het vonnis lees, heb ik niet het idee dat ik voor 53 procent gelijk heb gekregen, maar eerder voor 98 procent. Ik denk dat ik wel weet hoe het eindigt.’

Tijdens de rechtszaak liet u blijken dat er met u nog te praten viel over de citaten in de biografie als daar geld tegenover zou staan.

‘Schriftelijk valt er met mij altijd te onderhandelen, ik heb een groot hart. Maar dan lees ik in de krant dat uitgeverij Van Oorschot dat niet wil. Toen heb ik Wouter van Oorschot een brief geschreven om het contract voor de briefwisseling tussen Reve en Geert van Oorschot [verschenen in 2005, red.] op te zeggen.

‘Die dag belt mijn advocaat met de mededeling dat hij benaderd is om te praten over een schikking. Maar ik kan moeilijk een koevoet pakken, naar de brievenbus gaan, die openbreken en mijn brief aan Wouter van Oorschot er weer uit halen.’

‘Moet ik dan zeggen dat ik een arme jongen ben? Ik verbouw mijn wijn niet zelf en ik heb ook geen tabaksplantage. En ik verzamel kunst. Dat is een dure hobby als je van kwaliteit houdt.’

Toch geeft u de opbrengst van de veiling van de manuscripten van Reve aan het Blindeninstituut in Nederland.

‘Ja, alles. Ik ben zelf de catalogus aan het ontwerpen. Ik wil de veiling houden op 14 december, de verjaardag van Gerard. Dat is een lastige dag om een ruimte te vinden voor een veiling. Ik ben nog met verschillende mensen in gesprek. Er zijn dan veel kerstrecepties en dergelijke. Het is ook eigenlijk een vergissing van Gerards ouders geweest om hem in december geboren te laten worden. Zo tussen Sint Nicolaas en Kerst krijg je van alles eenderde minder. Het was Gerards grote dilemma in het leven, dat hij geboren was op 14 december. Of eigenlijk dat hij ooit geboren was.’

Waarom verkoopt u die manuscripten en schenkt u foto’s aan het Rijksmuseum? Wilt u die spullen niet bewaren?

‘Ik zou ze ook kunnen houden, maar waarom zou ik? Ik heb ook andere dingen die ik koester.’

Wat voor dingen?

‘Gerards correspondentie met mij en drie gedichten die hij voor mij heeft geschreven. En ik heb zijn werk. Als ik dat wil lezen, kan ik het lezen. En mijn huis is niet zo groot als wordt beweerd.’

Blijft u in Machelen wonen?

‘Het is een rustig dorp met aardige mensen. Mijn buurman is een importeur van Italiaanse wijn. Ik kan gewoon bellen als ik onverwacht wijn nodig heb. Maar of ik hier blijf? Liefde is blind. Als ik verliefd word op een mooie jongen, dan ga ik zo met hem op de Marshall-eilanden zitten.’

Een uur later wijst Joop Schafthuizen vanuit het hoge gras in de tuin de weg naar het Reve-monument, even verderop in het centrum van Machelen. Daarop staat het gedicht Credo uit 1968. Maar het staat er verkeerd. De tweede regel luidt hier ‘er rest mij niets anders dan duisternis en Dood’ -  maar het woord ‘anders’ heeft Reve nooit geschreven.

Het gemeentebestuur stelde voor een gat in de muur te maken om de fout te herstellen, maar daar voelde Schafthuizen niets voor. ‘Wat mij betreft zetten ze er gewoon twee streepjes door, als bij de wijziging in een manuscript.’

Over het monument kan Schafthuizen zich niet echt opwinden, zegt hij. Soms is alles een beetje een last. ‘Ik ben dertig jaar met Gerard geweest, ik moet proberen mijn eigen identiteit terug te krijgen. Daarom wil ik ook niet alles bewaren. Als je heel lang een tuin vol kippen en konijnen hebt gehad en die zijn er dan niet meer, dan moet je ook de kippenren en het konijnenhok weghalen.’