We zijn verslingerd aan witte aapjes kijken

We zijn op tv en internet gefixeerd op de eigen blanke, laagopgeleide onderklasse.

Freakshows als Oh Oh Cherso zijn geen emancipatie, maar (zelf)exploitatie.

Nog voor ik Rinus gezien had, was ik al Rinus-moe. Na Oh Oh Cherso, Manita, de New Kids uit Maaskantje et cetera kan ik het stereotype niet meer aanzien: de karikatuur van de blanke asociale onderklasse die alleen maar kan zuipen en neuken. Na de moderne Verlichtingsinteresse in vrouwen, negers en dieren zijn we alweer een tijdje bezig met een fixatie op de eigen blanke, laagopgeleide onderklasse. En die manifesteert zich als een apolitiek, onbezonnen, vrolijk, dom, dik, wit varken met namen als ‘Sterretje’ en ‘Barbie’.

Kranten en boeken worden vol geschreven over de kloof tussen het volk en intellectuele elite. Illustrerend voor deze kloof tussen de ‘Rinussen’, ‘Romana’s’ en de rest van Nederland zijn de internetdiscussies over het waarheidsgehalte van filmpjes als die van Rinus of Manita. Bestaan deze mensen echt, of doen ze maar alsof? Dat Sterretje en Barbie voor honderd euro uit de Schilderswijk geplukt zijn om ‘helemaal los’ te gaan, werkt de verwarring in de hand. Ze zijn ‘echt’, ja, maar overdrijven ze mogelijk niet een beetje voor het oog van de camera? De negatieve reacties uit de eigen gemeenschap laten zien de laagopgeleide onderklasse misschien toch niet zo eendimensionaal en homogeen is als wordt gesuggereerd door denkers over ‘het volk’ en ‘de elite’.

Nu denk ik niet dat Rinus en Romana in werkelijkheid stiekem Proust-lezers zijn die een trucje opvoeren – iets wat wel het geval was bij de jongens van Maaskantje – maar ik denk wel dat er, net als bij Sterretje en Barbie, sprake is van zelfbewustzijn over de eigen karikaturale kracht die ze ertoe brengt om hun ‘authentieke zelf’ lekker nadrukkelijk te etaleren. Etaleren? Wat zeg ik: exploiteren. Kwamen de jongens en meisjes van Oh Oh Cherso er aanvankelijk met een schamel bedragje vanaf onder het mom van ‘gratis vakantie’, na een overdonderend succes eisten ze voor de tweede serie salariëring. Een en ander doet me denken aan blaxpoitation-films van zwarte Amerikanen in de jaren zeventig. Werden deze films vol gangsters over ‘het echte zwarte leven’ aanvankelijk als emancipatoire black power beschouwd, op den duur kwam er steeds meer kritiek los vanuit de zwarte gemeenschap. Deze films zouden blanke stereotypen over zwarten in stand houden. Dat Rinus, Romana, Sterretje en Barbie nu zelf wat verdienen aan hun eigen freakshow is geen emancipatie, maar (zelf)exploitatie: urban whitesploitation!

Als ik Rinus-moe ben, dan komt dat omdat ik treurig word als de onderliggende partij zijn eigen stereotype gaat uitventen zonder daar echt een eigen twist aan te (kunnen) geven. De stereotypen blijven gehandhaafd, mensen lachen (of niet) om stompzinnige karikaturen. Vervolgens voegt men daar een eventuele knipoog aan toe en voila, het is ‘camp’. Zo is het ook met de nieuwe golf van blanke onderklasse entertainment: het dondert niet of het nu een hoax is of niet – wie kan het eigenlijk wat schelen?

Over de PVV valt veel op te merken, maar een ding moet ik ze nageven: zij spreken – samen met de SP – de blanke onderklasse nog ten minste als een politieke groepering aan, die weliswaar geen grote intelligentie, maar op zijn minst nog één emotie meer kent dan al die de dommige vrolijkheid uit Oh Oh Cherso en de filmpjes van Rinus: boosheid. De werkelijke spiegel die het witte aapjes kijken ons voorhoudt, is deze: we willen Rinus maar wat graag dom zien lachen on my laptop, maar hem liever niet boos terugzien in my backyard.

Stine Jensen is filosoof. Ze is verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.