'Voeckler redt het niet'

Naam: Rini Wagtmans

Leeftijd: 64

Tourprestaties: drie ritzeges (1970, 1971, 1972), vijfde in algemeen klassement (1970)

„De Tour kwam gisteren aan in Montpellier. Ik heb daar in 1970 de rit gewonnen. Het was een vlakke rit, en ik wist dat de aankomst op een aspiste [sintelbaan] lag met een gevaarlijke ingang. Op een paar kilometer van de aankomst versnelde ik. Ik wist dat ik zou winnen als ik als eerste opdraaide. Zulke pistes waren zeer gevaarlijk. Bij de minste manoeuvre viel je.

„Ik ben de eerste renner die etappes verkende. Ik had een soort ingebouwde tomtom. De bergetappes in de Tour waren als mijn woonkamer, ik wist blindelings de weg. Vandaag de dag verkennen de renners de bergen alleen bergop, terwijl de afdalingen net zo belangrijk zijn. Als je het parcours goed kent, kan je in een afdaling tot twee seconden per bocht winnen. Onbegrijpelijk dat klassementsrijders er geen aandacht voor hebben.

„Voeckler gaat in de Alpen zijn terugslag krijgen. De favorieten houden zich nu nog gedeisd, omdat het klassement nog niet vastligt. Vanaf het moment dat een van de favorieten de gele trui heeft, barst de strijd los. Wie nog kracht overheeft in de Alpen, wint de Tour. In de Pyreneeën winnen echte klimmers, de Alpen zijn voor krachtklimmers, zoals de Schlecks. Mijn favoriet is Ivan Basso. Die heeft nog geen trap gegeven.

„Gesink had allang moeten afstappen. Als kopman 41ste staan, dat is toch belachelijk? Dat was in mijn tijd wel anders. Eddy Merckx mocht de slechtste benen van het ganse peloton hebben, die reed nog bij de eerste vijf. Het probleem is dat Gesink te veel naar anderen luistert. Coureurs moeten zelf bepalen wat hun ambities zijn.

„De rit naar Marseille in 1971 blijft mijn mooiste Tourherinnering. Mijn kopman Merckx had de laatste rit voor de rustdag een mokerslag gekregen. Zijn naaste concurrent Luis Ocaña had acht minuten voorsprong genomen. De eerste rit na de rustdag begon met een afdaling. Ik stelde Merckx voor vanaf het begin aan te vallen. Tijdens de rustdag hebben we de afdaling drie keer gereden. Ocaña stond nog een interview te geven toen de start werd gegeven. We hebben die dag ontzettend hard gereden. We kwamen anderhalf uur te vroeg aan. De meeste journalisten en volgers waren niet op tijd aan de aankomst geraakt. Van der Vleuten, Merckx en ik: heel de rit op kop. We hebben zelfs niet gevraagd over te nemen. Die kameraadschap was uniek.”