Natuurlijk vertaal ik niet

Vertalers zijn de ondergewaardeerde en onderbetaalde slaven van het literaire bedrijf, aldus Ilja Leonard Pfeijffer in een nieuwe aflevering van zijn serie observaties van de literaire wereld.

Vertalers zijn de ondergewaardeerde en onderbetaalde slaven van het literaire bedrijf Het goed vertalen van een ambitieuze literaire roman kost bijna net zo veel tijd als het schrijven ervan. En alle roem gaat naar de auteur. Je mag heel blij zijn als vertaler als je naam prominenter wordt vermeld dan in kleine lettertjes op de tweede pagina, vlak boven het obligate stukje over auteursrecht. En je naam wordt door niemand gekend of herinnerd, behalve door een handjevol medewerkers van uitgeverijen, die altijd op zoek zijn naar iemand die voor een hongerloon bereid is de volgende ondankbare klus op zich te nemen. Er wordt gezegd dat er enkele vertalers zijn die van hun werk kunnen leven. Ik heb er nog nooit één ontmoet. Evenmin als ik ooit een ontspannen vertaler heb ontmoet die niet klaagt over de ondraaglijke werkdruk. En ik heb heel wat vertalers ontmoet.

Dus natuurlijk vertaal ik niet. Ik kan in dezelfde tijd net zo goed een eigen boek schrijven dat vast nog beter is ook.

Het enige wat ik wel eens heb vertaald, zijn gedichten voor speciale gelegenheden, zoals bijvoorbeeld voor de Canon van de Europese poëzie waarvan ik medesamensteller was. In principe is het vertalen van poëzie een nog slechter plan dan het vertalen van proza. Maar als je het er zo een beetje bij doet, in het kader van een groter project dat zin heeft, dan kan het best leuk zijn. Vooral vormvaste gedichten. Van een buitenlands sonnet een sonnet maken in het Nederlands. Een oplossing vinden voor de heterogene verzen van de Griekse en Latijnse lyrici. ‘Uitdagender dan de sudoku in de Metro’, sms’te mijn medesamensteller Gert Jan de Vries enthousiast.

Hoe vertaal je poëzie? Er zijn twee mogelijkheden. De eerste is dat je alles wat er in het origineel staat zo precies mogelijk overzet in het Nederlands, desnoods met voetnoten om alle connotaties uit te leggen. De tweede is dat je op basis van het origineel een gedicht maakt dat werkt als gedicht in het Nederlands. Voor deze tweede optie moet je zelf een dichter zijn en de eerste optie is geen optie.

Het vergt precisie om zoveel mogelijk van het origineel te behouden en datgene wat je verliest te compenseren. Waar je naar moet streven is dat het gedicht in vertaling hetzelfde effect sorteert als in de originele taal, ook als het in details afwijkt. En als je mogelijkheden ziet om het origineel te verbeteren, moet je dat vooral niet nalaten, daar is het origineel alleen maar mee gediend.

Tot slot nog een geheime tip. Als je een rijmend gedicht op rijm wilt vertalen, moet je van achter naar voren werken, van de laatste regel terug naar de eerste. Of in elk geval per strofe van achter naar voren. Probeer maar. Het werkt.

Ilja Leonard Pfeijffer