Romig en duister Vlaams orkest

Robeco Zomerconcerten deFilharmonie o.l.v. Yan Pascal Tortelier, m.m.v. Enrico Pace, piano. 17/8 Concertgebouw Amsterdam. Meer Pace: 1 en 17/8. ****

Het verstandshuwelijk tussen Jaap van Zweden en deFilharmonie in Antwerpen is al weer ten einde. De dirigent ging in 2008 tegelijkertijd een verbintenis aan met het orkest van Dallas, waarna een typisch Amerikaanse droomcarrière volgde. In Antwerpen mag opvolger Edo de Waart nu een jaartje eerder beginnen.

Toch: of de Dallas Symphony Orchestra ook een veel béter orkest is vraag je je af. In het Concertgebouw bewees deFilharmonie zich zondag met gastdirigent Yan Pascal Tortelier als een degelijk en flexibel klanklichaam. Wiegend en sprankelend klonk De mythe der lente (1895) van de Belg Lodewijk Mortelmans: een aangenaam romantisch landschap bevolkt door heroïeke hoorns. Juist veel romiger en duisterder gaf Tortelier de Tweede symfonie van Sibelius gestalte, al leek het dan soms of hij met blote handen in dikke plakken klei kneedde in plaats van de contrasterende lagen duidelijker te scheiden.

Voor inkervende intensiteit zorgde de virtuoze pianist Enrico Pace, die dit seizoen van de Robeco Zomerconcerten een eigen miniserie vult. Grote tempocontrasten zetten het eerste deel van Griegs overbekende Pianoconcert op scherp, zacht zinderde in het Adagio de dialoog tussen strijkers en solist. In de finale raasde Pace soms tot verwarring van de betrokkenen weer voort, maar dat was eerder spannend dan storend.