Over Tolstoj gesproken

Zeg ‘Moskou’ en ‘boek’ en je komt meteen uit bij een van de klassieken van de 20ste-eeuwse Russische literatuur. Nee niet Pasternaks Dokter Zhivago, hoewel zijn monsterroman over liefde ten tijde van revolutie zich ook in Moskou afspeelt; maar Michael Boelgakovs De meester en Margarita, geschreven in 1940 en in de Sovjet-Unie pas gepubliceerd in 1967. Een magisch-realistische roman over Satan en zijn trawanten die de schrijverswereld van de jaren dertig op stelten zetten. Deels liefdesverhaal (van een vervolgde schrijver en zijn Margarita), deels politieke satire.

Wie liever een non-fictieboek leest over de hoofdstad van de Sovjet-Unie in de jaren dertig, kan sinds kort beginnen aan de Nederlandse vertaling van Karl Schlögels Terreur en droom – Moskou 1937. De Duitse historicus beschrijft niet alleen het schrikbewind van Stalin, maar ook de bloei van de kunsten die daarmee samenviel. Precies deze periode is de spil van de autobiografische roman Kinderen van de Arbat (1987) van Anatoli Rybakov en van de trilogie Generaties van de winter (1994) van Vasili Aksjonov, het 20ste-eeuwse equivalent van Oorlog en vrede.

Over Tolstoj gesproken: Moskou 1812 wordt natuurlijk het indrukwekkendst beschreven in zijn epos over de Napoleontische oorlog (1869); maar de mondaine kant van de Russische hoofdstad in de 19de eeuw komt uitgebreid naar voren in zijn Anna Karenina (1877), een klassiek verhaal van overspel en onbehagen dat zich voor de helft afspeelt aan het andere eind van de treinlijn Moskou-Sint Petersburg.

De drinker-schrijver Venedikt Jerofejev (niet te verwarren met zijn naamgenoot Viktor, auteur van de internationale succesroman Een schoonheid uit Moskou, 1990) peilde in Moskou op sterk water (1970) de bodem van de Russische ziel (lees: wodkafles) tijdens een treinrit van Moskou naar Petoesjki.

Tot slot één thriller uit het rijke aanbod (Gorky Park, Veel liefs uit Moskou, etc.) met de Koude Oorlog als achtergrond: The Russia House (1990) van John Le Carré, een spionage- annex liefdesverhaal tijdens de perestrojka.

Pieter Steinz