Kraaijkamp was kwieke komediant met onweerstaanbaar clownsgezicht

Johnny Kraaijkamp sr. (1925-2011). Foto NRC/Vincent Mentzel

Johnny Kraaijkamp sr. was “de kwieke komediant met het onweerstaanbare clownsgezicht die decennia lang de beste komiek onder de acteurs en de beste acteur onder de komieken is geweest.”

Dat schrijft cabaret- en theaterredacteur van NRC Handelsblad Henk van Gelder vandaag in de necrologie over de op 86-jarige leeftijd overleden entertainer, zanger en acteur..

“De kunst is om in de humor altijd iets van tragiek te laten meeklinken en omgekeerd”, zei Kraaijkamp in NRC Handelsblad. Die kunst beheerste Kraaijkamp, puur door intuïtie, tot in de finesses. Aanvankelijk, in de jaren vijftig en zestig, nog zonder het zo expliciet te kunnen benoemen: door in een sketch de sympathie van het publiek te wekken met de oogopslag van de underdog, als Rijk de Gooyer – met wie hij jarenlang, hoe conflictueus soms ook, een komisch duo vormde – hem weer eens een loer had gedraaid. Of met een bevrijdend grijnsje, als hij Rijk voor de verandering te slim af was geweest. Maar allengs wist hij die techniek steeds bewuster toe te passen, vooral nadat hij, in 1979 bij het RO Theater, had ontdekt dat komedie en tragedie ook in King Lear samengingen.

Als kleine jongen in het oude Amsterdam-West maakte Jan Hendrik (Johnny) Kraaijkamp zijn schoolvriendjes aan het lachen door volwassenen uit hun omgeving na te doen. Maar zijn eerste echte applaus kreeg hij tijdens de bezetting als jongenssopraan in de kleine revuetjes die destijds in de Amsterdamse volksbuurten veelvuldig werden gespeeld.

‘Ontregeld en depressief’

Kraaijkamp genoot van de status van lievelingskomiek, maar raakte ook ontregeld en depressief, schrijft Van Gelder.

Hij dronk te veel, liet zijn eerste huwelijk mislukken en was wel eens onvindbaar als hij ergens moest optreden. Gaandeweg verloor hij alle plezier in zijn werk. Hij ruziede met zijn compagnon. Kraaijkamp vond dat een komiek nooit de sympathie van het publiek mocht verliezen, terwijl De Gooyer een harder en dus riskanter soort humor voorstond. Ook wierp De Gooyer hem vaak een gebrek aan discipline voor de voeten. In 1967, toen ze als extra attractie in de Snip & Snap Revue stonden, voelde hij zich gedegradeerd tot „edelfigurant” naast de sterren Willy Walden en Piet Muyselaar. Hij trachtte zijn chagrijn weg te drinken en bleef weg met vage excuses, tot producent René Sleeswijk hem ontsloeg wegens vergaande onbetrouwbaarheid.

Ook een daaropvolgende serie Johnny & Rijk-shows werd wegens onderlinge onenigheid voortijdig gestopt. Hun laatste duo-optreden vond in 1973 plaats in de geflopte filmkomedie Geen paniek. Niet als duo, maar wel als elkaars tegenspelers werkten ze in 1975 nog wel mee aan de film Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming: Johnny als eenzame visser die door Rijk als postbode naar het dodenrijk werd gevaren. Een onvergetelijke scène: twee komieken in een bootje op weg naar de einder, die alle kwinkslagen achter zich hadden gelaten, schrijft Henk van Gelder.

Lees de volledige necrologie over Johnny Kraaijkamp sr. vanmiddag in NRC Handelsbad of vanaf 14.30 uur in digitale editie.