'Ik hou wel van een avontuurtje'

Wim Rijsbergen vervolgt zijn verblijf in Indonesië als bondscoach. Hij begint tegen Turkmenistan. Het wachten is op de spelers uit Papoea.

Wim Rijsbergen werd vorige week gebeld tijdens zijn vakantie in Nederland. Of hij bondscoach wil worden van het Indonesisch voetbalelftal? De oud-international was het afgelopen half jaar trainer van de Indonesische club PSM Makassar.

De overstap naar de nationale ploeg was binnen een paar dagen geregeld. Hij tekende een contract voor twee jaar. „Ik hou wel van een avontuurtje.”

U begint onvoorbereid aan twee WK-kwalificatiewedstrijden tegen Turkmenistan. Hoe moeilijk is dat?

Wim Rijsbergen: „Dat is een slecht begin. De competitie ligt stil, dus hebben de spelers nauwelijks getraind. Ik heb me niet met de keuze van spelers en de voorbereiding kunnen bemoeien. Dat is lastig, omdat we moeten winnen om de volgende ronde te bereiken. Bij verlies is het afgelopen.”

Het Indonesisch voetbal zit in een turbulente periode. Er was ruzie binnen de voetbalbond en tot voor kort waren er twee competities, waarvan slechts één werd erkend door de FIFA. Dat lijkt nu opgelost. Hoe gaat het verder?

„Nu moeten ze zorgen dat de competities worden samengevoegd. Maar tot half september wordt er niet gespeeld. Dat is niet de beste manier om als bondscoach te beginnen.”

Voetbal is een politiek wespennest. Hoe denk u zich staande te houden?

„Oh, daar loop ik gewoon tussendoor. Dat is me tot nu toe steeds gelukt. Bovendien is de verwachting dat het beter zal gaan met een nieuw bestuur van de voetbalbond.”

Hoe is het trainen van PSM Makassar u bevallen?

„De spelers zijn leergierig en hebben progressie gemaakt. Toen ik kwam was het dramatisch. Maar inmiddels hebben we een nieuw record gevestigd door zeven wedstrijden op rij te winnen. Qua organisatie heb ik veel botsingen gehad, omdat veel zaken niet gingen zoals het management had beloofd. Maar daar moet je ook doorheen kijken. Het voetbal is boven verwachting gegaan. Dat is natuurlijk het belangrijkste, ook voor de spelers. Voor de rest is Indonesië een prima land om te verblijven.”

Wat zijn uw ambities met het nationale team?

„De eerste prioriteit is een fatsoenlijk elftal op de been brengen voor de twee WK-kwalificatiewedstrijden. De meeste spelers zijn nu aangekomen in Jakarta, de laatste twee komen vanuit Papoea. Dus moeten we in een paar dagen kijken wie het meest fit zijn en wie het beste in het team passen. We hopen op geluk om verder komen. De andere toernooien zijn van later zorg.”

Indonesië staat 132ste op de ranglijst van de FIFA. Hoe gaat u dat de komende twee jaar verbeteren?

„Er moet waarschijnlijk een heel nieuwe structuur komen van het nationaal voetbal. We moeten praten over de jeugd en over de andere teams, zoals het elftal onder de 23 jaar. Misschien kunnen we wat trainingscursussen doen, in samenwerking met de KNVB. Dat heb ik ook gedaan toen ik bondscoach was van Trinidad en Tobago.”

Wat zijn de problemen van het Indonesisch voetbal?

„Fysiek delven spelers vaak het onderspit. Indonesiërs zijn ook minder fit dan voetballers die op internationaal niveau spelen. Dat ze klein van stuk zijn, is een gegeven. Maar de beste voetballers ter wereld halen op het moment de 1.70 meter niet. Dus er is nog hoop.”