Houdini's goochelbroer

Harry Houdini, de beroemde Amerikaanse goochelaar die leefde van 1874 tot 1926, maakte vooral naam als ontsnappingsartiest. Voor volle zalen liet hij zich geketend opsluiten in glazen dozen, in manshoge melkbussen, zelfs eens in een reusachtige voetbal. En telkens ontsnapte Houdini. Met zijn vaak zelfbedachte trucs werd hij wereldberoemd en stinkend rijk. Genoeg reden voor geldbeluste goochelaars om hem na te apen, soms onder hilarische artiestennamen als Harry Blondini of Jacques Boudini.

Om zijn rivalen te bestrijden zette Harry Houdini een bijzonder wapen in: zijn twee jaar jongere broertje Theo, ook een goed goochelaar. Houdini liet zijn broer expres optreden in rivaliserende theaters zodat er geen plek was voor de shows van zijn echte concurrenten. Houdini bedacht zelfs een artiestennaam voor zijn broertje die leek op de zijne – Hardeen – om te veinzen dat ook hij een ‘imitator’ was van de échte Houdini.

Onderdeel van Houdini’s plan was ook dat zijn broertje zo nu en dan de act van een concurrerende handboeiengoochelaar verstoorde. Dan nam Theodore Hardeen naar de show van een rivaal de allermoeilijkste politiehandboeien mee, en stond hij op zodra de goochelaar om vrijwilligers vroeg die hem in de boeien mochten slaan. Steevast weigerde de goochelaar Hardeens boeien om te doen, omdat ze er wel heel uitdagend uitzagen. Vervolgens begon het publiek te morren en was de missie van Houdini en zijn broertje geslaagd.

Nu was Houdini’s broertje ook maar een mens, dus probeerde ook hij Houdini soms af te troeven – al was het alleen al met woorden. Eén keer waagde Hardeen het om tegen journalisten te zeggen dat hij zijn broer Houdini enorm bewonderde, zozeer zelfs dat hij hem wel als assistent wilde inhuren. Houdini werd razend en gaf Hardeen een standje.

Hardeen wist het: zijn broer was de baas. Zo was het ook in het kinderrijke Hongaars-Amerikaanse immigrantengezin waar ze uit voortkwamen. Houdini, geboren als Ehrich Weiss, was niet de oudste zoon maar gedroeg zich wel net zo verantwoordelijk: hij was elf toen hij bij de plotse dood van een halfbroer besloot om zijn hele levenskapitaal (10 dollar) aan de begrafenis te besteden. Bovendien was Ehrich een buitengewoon talentvol mannetje, dat elk slot van elke deur kon forceren en zo lenig was als een polsstok. Ehrich belichaamde de hoop in dit arme Joodse gezin. Toen hun vader op sterven lag, zei die tegen zijn vrouw: „Maak je geen zorgen, op een dag zal Ehrich je schort vullen met goud.” Geen woord over zijn broertje.

Houdini stierf plots, in 1926, en hij liet zijn goochelattributen en de geheime kennis van zijn beroemde trucs na aan zijn broertje Hardeen. Houdini’s testament schreef voor dat Hardeen de bezittingen na zijn dood moest laten vernietigen. Maar Hardeen besloot het anders te doen. Hij verkocht Houdini’s bezittingen voor goed geld aan een andere goochelaar.

Ingmar Vriesema

Frits Abrahams is met vakantie. Hij hervat zijn rubriek op 8 augustus.