En hier trainde de Führer zijn herder Blondi

In 1944 ontsnapte Hitler aan een aanslag op zijn leven.

De plek waar het gebeurde diende jarenlang als mestopslag. Nu komen er jaarlijks duizenden toeristen.

Poland, Gierloz, 04-06-2011 De Wolfsschanze was een hoofdkwartier van Adolf Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog. Naast de Führerbunker bevonden zich in het complex ook gebouwen voor andere nazi-kopstukken, de lijfwachten van de Führer en eventuele gasten. Leden van de motorclub Chimeras uit Litouwen poseren voor bunker 13 van Adolf Hitler PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2010

De bunker staat te midden van tientallen andere bunkers en barakken in een bos in het noordoosten van Polen, vlakbij het stadje Ketrzyn. Adolf Hitler bracht er in totaal meer dan twee jaar door. Voor de oorlog was dit gebied het Duitse Oost-Pruisen. Ketrzyn heette Rastenburg. In 1940 werd begonnen met de bouw van wat als hoofdkwartier zou gaan dienen voor de geplande aanval op de Sovjet-Unie. Die aanval, operatie Barbarossa, begon op 22 juni 1941. Twee dagen later nam Hitler zijn intrek in de ‘Wolfsschanze’, een naam ontleend aan een van zijn bijnamen: Herr Wolf.

„Dit is de weide waar hij zijn hond, Blondi, uitliet.” Gids Jadwiga Korowaj kijkt om zich heen om zich ervan te vergewissen dat deze banale informatie haar uitwerking niet mist. Ze pakt er een foto bij, waarop te zien is hoe Hitler de herder over obstakels laat springen. Hondentraining, terwijl de wereld brandt en miljoenen mensen de dood in worden gejaagd.

De nazi’s bouwden hier een kleine stad. Er was een bioscoop, een theehuis, een sauna, een casino, twee vliegveldjes en een treinstation. „Het complex was uitgerust voor tweeduizend mensen”, zegt Jadwiga. „Er werkten 26 vrouwen, vooral typistes, maar ook de diëtiste van Hitler. De Führer was vegetarisch en had een gevoelige maag.”

De bunkers waren gecamoufleerd, met metalen nepbomen, maar in de buurt wist iedereen ervan af. Duitse kinderen uit Rastenburg kwamen de Führer elk jaar bloemen brengen voor zijn verjaardag. Begin 1945, toen de Wolfsschanze werd bedreigd door het Sovjetleger, werden de meeste gebouwen opgeblazen. De operatie slaagde maar half, want de met staal versterkte betonnen muren, soms acht meter dik, bleken moeilijk kapot te krijgen. Hitlers bunker bleef aan de voorkant zelfs ongeschonden. Je kunt er nu naar binnen lopen en dwalen door donkere, muffe, met steekmuggen gevulde gangen.

De Wolfsschanze bleef na de oorlog tien jaar gesloten voor publiek. Want eerst moesten nog 44.000 mijnen worden verwijderd. Het complex beslaat 2,5 vierkante kilometer, maar met de mijnenvelden erbij acht vierkante kilometer. Tijdens het mijnenruimen vielen drie doden. De Polen gaven Hitlers bunker toepasselijk het nummer 13. Enkele gebouwen werden na de oorlog door de lokale staatsboerderij gebruikt voor mestopslag. Het asfalt in de Wolfsschanze werd benut voor de heropbouw van het vernietigde Warschau.

Toen de Wolfsschanze werd opengesteld, gebeurde dat met gemengde gevoelens. Het ontging velen welke morele les uit de bunkers kon worden getrokken. Voor andere historische plekken, zoals de concentratiekampen Auschwitz, Majdanek en Treblinka, was dat glashelder, maar de Wolfsschanze is geen oord van groot menselijk leed. Het is het huis van een moordenaar. En daar zet je doorgaans geen monument voor de deur.

Tegenwoordig zijn het vooral oudere Duitse toeristen die komen en rugzakjongeren die in het Poolse merengebied rondtrekken. Ketrzyn mijdt de associatie met de Wolfsschanze. Het wordt liever in verband gebracht met prachtige meren, wonderschoon glooiende heuvels of met zijn Teutoonse burcht. De locatie van de bunkers stond lang slecht aangegeven, met een piepklein bordje langs de weg, en de exploitatie is uitbesteed aan een bedrijf.

Wat een museum zou moeten zijn, ziet eruit als een tijdelijke tentoonstelling die iets te lang is blijven staan. De foto’s zijn eigenlijk fotokopieën, hier en daar hangen vergeelde papiertjes met uitleg en in een van de barakken staat een stoffige maquette. „Het is een idiote situatie”, zegt gids Jadwiga. De Wolfsschanze is volgens haar een kip met gouden eieren: elk jaar wordt het complex bezocht door honderdduizenden bezoekers. Bovendien was de bunker het decor van een gedenkwaardige gebeurtenis: een moordaanslag op Hitler.

In juli 1944, na D-day, besloot een groep Duitse officieren dat de tijd rijp was voor een machtsovername. Hitler moest worden geliquideerd. Graaf Claus von Stauffenberg nam deze taak op zich. Als kolonel had hij toegang tot briefings in de Wolfsschanze. Op 20 juli 1944 nam hij naar zo’n bijeenkomst een bomkoffertje mee. Hij plaatste die onder de tafel, vlakbij Hitler, en excuseerde zich met een smoes. Even later steeg uit de Wolfsschanze een zwarte rookpluim op. Von Stauffenberg stapte op het vliegtuig naar Berlijn om de machtsovername bij te wonen, in de volle overtuiging dat Hitler dood was.

Er vielen vier doden. Maar Hitler leefde nog. Een argeloze officier had het koffertje verplaatst. Tussen Hitler en de bom stond zijn redding: een zware tafelpoot. De Führer bezeerde een hand, hij had last van zijn trommelvliezen, zijn broek was gescheurd en zijn haar verbrand. Maar hij was fit genoeg om later op die dag, volgens de agenda, Benito Mussolini te ontvangen. Hij liet de Italiaanse leider zelfs de ravage zien.

Hitler zag in zijn ontsnapping aan de dood de hand van de voorzienigheid. Zijn wraak was verschrikkelijk. Honderden (familieleden van) samenzweerders werden opgejaagd, gearresteerd, gemarteld en ‘berecht’. Honderdvijftig mensen werden uiteindelijk geëxecuteerd, op meestal gruwelijke wijze. Officieren werden aan vleeshaken opgehangen. De executies werden gefilmd en in de Wolfsschanze aan Hitler vertoond.

Claus von Stauffenberg werd nog op de dag van de mislukte aanslag geëxecuteerd.