Die Belgen doen het een stuk beter

De Belgische wielrenner Jelle Vanendert behaalde zaterdag een sensationele zege op de Plateau de Beille.

De eerste Nederlandse ritzege laat op zich wachten.

Op zeven kilometer van de top van de steile klim naar Plateau de Beille, na bijna vijf uur fietsen door de Pyreneeën, reed hij hard weg uit de groep met favorieten als Andy en Frank Schleck, drievoudig Tourwinnaar Alberto Contador en geletruidrager Thomas Voeckler. Met liefst 48 seconden voorsprong kwam hij op de top. De eeuwige erelijst van Plateau de Beille? Marco Pantani (1998), Lance Armstrong (2002 en 2004), Alberto Contador (2007). En in 2011 Jelle Vanendert uit Hamont-Achel (Belgisch Limburg). „Ik besef het nog niet goed”, zei de 26-jarige renner van Omega Pharma-Lotto, die nu ook de drager van de bolletjestrui is.

In 1981 was Lucien van Impe de laatste Belgische winnaar van een bergrit in de Tour. De zesvoudig winnaar van het bergklassement bleef in de rit van Saint-Gaudens naar Saint-Laury-Soulan een groepje voor met onder anderen Bernard Hinault en Phil Anderson. Het was die woensdagmiddag in de Pyreneeën een zwarte dag voor het Nederlandse wielrennen. Peter Winnen eindigde op 3 minuten en 55 seconden van Van Impe als twintigste. Andere Nederlandse favorieten als Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper verloren nog meer tijd.

Ook deze Tour de France verloopt tot nu toe niet florissant voor de veelgeprezen toptalenten uit Nederland. De Belgische renners doen het op alle fronten beter. De sensationele zege van Vanendert – zo sensationeel dat hem na afloop direct vragen werden gesteld over dopegebruik – is de tweede Belgische ritwinst. Zijn kopman Philippe Gilbert won de eerste etappe, droeg geel en groen. Vanendert werd eerder al tweede in de bergrit naar Luz Ardiden, Gilbert behaalde meerdere ereplaatsen. Kevin De Weert (ex-Rabobank nu Quickstep) staat tiende in het algemeen klassement. En dan moest de in blakende vorm verkerende Jurgen Van den Broeck nog opgeven na een zware val in rit negen, net als Tom Boonen een paar dagen eerder.

Beste Nederlander bij het ingaan van de laatste week is Tourdebutant Rob Ruijgh: 21ste, één plaats achter Vanendert. Op Plateau de Beille kwam de Limburgse klimmer van Vacansoleil, al bij de junioren een groot talent, als zeventiende over de streep. „Ik voel me nog steeds goed”, zegt Ruijgh (24) bijna dagelijks, in zijn eerste wedstrijd van drie weken. Ter vergelijking: Michael Boogerd eindigde in zijn eerste Ronde van Frankrijk als dertigste.

Rabo-kopman Robert Gesink toonde in de laatste Pyreneeënrit enige tekenen van herstel, hoewel hij zich op de slotklim liet lossen. Bauke Mollema ging vroeg in de aanval, maar kwam in de finale tekort. Na een val (Gesink) en griep (Mollema) konden de twee topklimmers op hun favoriete terrein geen indruk maken. Beiden hopen komende week nog iets uit te richten in de Alpen.

Routinier Laurens ten Dam leek juist een positieve verrassing in de Rabo-ploeg. Maar uitgerekend de beste Nederlandse klimmer op Luz Ardiden kwam in de rit naar Plateau de Beille zwaar ten val. Hij stuurde zijn fiets de berm in en sloeg over de kop. Ten Dam voltooide de etappe met een verband om zijn gezicht, na afloop moest een diepe snijwond in zijn neus worden gehecht. Gisteren kwam de Rabo-renner redelijk tevreden over de eindstreep. „Ik wil nog een paar mooie Alpenritten rijden.”

De enige Nederlandse prijs gisteren was voor Niki Terpstra, die uitblonk in een even dappere als kansloze vlucht in de vijftiende etappe van Limoux naar Montpellier. De sprintploegen haalden hem als laatste van de vijf vluchters terug op twee kilometer voor de finish, Mark Cavendish behaalde alweer zijn vierde etappeoverwinning. Terpstra werd gekozen tot strijdlustigste renner. „Een mooie troostprijs”, noemde de Quickstep-renner het zelf.