De kracht van Ierse verhalen

Ellende is goed voor de Ierse literatuur. Dat blijkt andermaal uit de shortlist van de Frank O’Connorprijs.

Toen Roddy Doyle onlangs in Nederland was, verklaarde hij dat ellende goed was voor de Ierse literatuur. In de week dat de kredietwaardigheid van Ierland als ‘junk’ wordt beoordeeld, worden er twee Ieren genomineerd voor de Frank O’Connor-Award, de grootste literaire prijs die aan korte verhalen kan worden toegekend. Het gaat om Edna O’Brien (Saints and Sinners) en Colm Tóibín (The Empty Family). De andere kandidaten zijn Alexander MacLeod (Light lifting), de Amerikanen Suzanne Rivecca (Death is not an option) en Valerie Trueblood (Marry or Burn) en de Chinees-Amerikaan Yiyun Li (Gouden jongen, meisje van smaragd, de enige genomineerde van wie een Nederlandse vertaling beschikbaar is). Vooral het onconventionele karakter van de verhalen wordt geprezen door jurylid Alannah Hopkin: ‘Dit zijn niet de verhalen die zo in de New Yorker kunnen’, formuleerde ze verrassend haar lof. 18 september wordt de winnaar bekendgemaakt. (NRC)